Digitale SLR-camera's hebben twee achilleshielen, en wie met zo'n toestel aan de slag wil, moet weten waar ze zich bevinden.
...

Digitale SLR-camera's hebben twee achilleshielen, en wie met zo'n toestel aan de slag wil, moet weten waar ze zich bevinden. Eerste weetje: misschien hebt u nog objectieven van weleer in uw kast slenteren. Van toen u tijdens uitstappen of bij het beoefenen van uw hobby nog voluit analoog fotografeerde met uw Nikon F2 of Canon AE1. Natuurlijk wilt u die lenzen blijven gebruiken met uw nieuwe digitale spiegelreflex. Dan moet u weten dat u met een digitale SLR-camera geen film belicht, maar een sensor. Of liever: dat die realiteit consequenties heeft. Die sensor manipuleert namelijk het beeld, en het resultaat is dat de brandpuntsafstand van de lens wordt vermenigvuldigd met een bepaalde factor. Doorgaans 1,6, zoals in het geval van de Canon 350D. Met andere woorden: een breedhoeklens van weleer, met een brandpuntsafstand van 28mm, wordt op de Nikon D50 of Canon 350D een 42mm. En dat is inderdaad geen echte breedhoek meer. Omgekeerd kan die manipulatie van de sensor ook aangenaam zijn: een vroegere zoomlens van pakweg 75-300 mm krijgt op een digitale body dus een bereik van...120 (75x1,6) tot 480 (300x1,6) mm. De zoom waarvan je vroeger als gewone consument of bescheiden amateur-fotograaf niet eens durfde te dromen. Die beeldmanipulatie is trouwens de reden waarom digitale SLR-camera's doorgaans worden verkocht met een standaardlens met zoomend vermogen van 18-55mm. Achttien maal 1,6 is, jawel, 28 millimeter. Of de vroegere standaard voor een breedhoeklens. De modale consument struikelt niet meteen over die opgefokte brandpuntsafstand, omdat hij niet meteen een digitale SLR koopt wegens de objectieven die hij uit het analoge tijdperk nog in de kast heeft staan. Doorgewinterde amateur-fotografen, die wél een assortiment lenzen hebben en meer willen dan gewoon een fototoestel met verwisselbare lenzen, die iedere vrije minuut hun passie beleven en ook nog eens in een fotoclub zijn, hebben het daar wel moeilijk mee. Natuurlijk kunnen ze voor de professionele EOS 1Ds Mark II van Canon gaan, alleen kost het ding een slordige 8900 euro. Maar de sensortechnologie wordt met de dag verfijnder en goedkoper en op termijn zal die factor 1,6 dan ook wel worden teruggebracht tot 1,0. Die evolutie wordt trouwens ingeluid door de 5D die Canon in oktober lanceert: de eerste niet-(volledig) professionele digitale spiegelreflex waarvan de brandpuntsafstand niet wordt vermenigvuldigd. Een lens van 28mm blijft dus 28mm. Anders gesteld: de gemaakte beeldjes zijn perfect 24mm op 36mm (de afmetingen van een negatiefbeeld of diaatje), zoals vroeger. Niet meteen voor het grote publiek, met een prijskaartje van 3769 euro voor de body alleen. Tegelijk is dat wel een prijs die echte amateur-fotografen willen neertellen. Zeer zeker als ze grote afdrukken van hun beelden willen maken: de 5D heeft een sensor die beelden van 12,8 megapixel maakt. En het tweede kleine kantje van digitale SLR-camera's? Het ding is als de dood voor stof. Vroeger was het makkelijk, als er wat stof in de behuizing terechtkwam, op de spiegel. Lens eraf, even blazen en klaar. Nu kan stof op de sensor heel vervelend zijn, en vooral eerder delicaat om zelf te verwijderen, hoewel daar speciale doekjes voor in de handel zijn. Maar een beetje hygiëne kan al veel leed besparen. Zoals: het toestel altijd netjes uitzetten wanneer u de lens wisselt, en het ook met de opening van de body bij voorkeur schuin houden, zodat het stof er moeilijker in terechtkomt. Waarom het ding uitzetten bij het wisselen van lenzen? Als het toestel aan staat, zit er spanning op de sensor. En die spanning trekt dan weer stof aan, vandaar.