De goden waren in een gunstige bui toen in 1884 de Grand Bazar du Bon Marché zijn deuren opende. Het Antwerpse bedrijf kreeg meteen negen levens. Ruim één eeuw later zijn er daar al twee van opgebruikt.
...

De goden waren in een gunstige bui toen in 1884 de Grand Bazar du Bon Marché zijn deuren opende. Het Antwerpse bedrijf kreeg meteen negen levens. Ruim één eeuw later zijn er daar al twee van opgebruikt. De Grote Depressie van de jaren dertig bracht het bedrijf een eerste keer aan het wankelen, maar dankzij crisismanager Maurice Cauwe overleefde Grand Bazar. Meer nog, de redding betekende het begin van een langdurige expansieperiode. De voorspoedige gang van zaken zorgde er echter voor dat het topmanagement vervreemdde van de winkelvloer, waardoor GB op het einde van de vorige eeuw uitgroeide tot een volgevreten, logge mastodont. Het duurde jaren voor de problemen tot de hoogste verdieping in het hoofdkwartier in Evere doordrongen. In een poging om alsnog de meubelen te redden, zette de directie nog wel nieuwe strategieën en dito toekomstplannen op papier, maar de enige zekerheden in die periode waren donkerrode verliescijfers, sociale onrust en een tanend marktaandeel. De doodsklokken luidden voor de tweede keer. Deze keer was het Europees marktleider Carrefour die ondanks alles toch nog geloofde in de toekomstkansen van GB. Voor minder dan 1 miljard euro kochten de Fransen in 2000 de doodzieke Belgische marktleider. De pleitbezorgers van een Belgische verankering van onze economie bleven in die periode opvallend stil, terwijl hier toch de grootste privé-werkgever in buitenlandse handen terechtkwam. Maar GB was toen al een tijdje van zijn voetstuk gevallen. Roland Vaxelaire mocht nog even de schijn ophouden als topman, maar lang duurde dat niet. In Frankrijk beseften ze dat er een schoktherapie nodig was om met de vastgeroeste bedrijfscultuur te breken. En dat was alleen mogelijk door alle sleutelposities aan Fransen toe te wijzen. De introductie van de Franse inkoopkracht maar vooral de Franse knowhow heeft intussen bewezen dat Carrefour België levensvatbaar is. Al drie jaar na elkaar kan de groep een positieve bedrijfswinst voorleggen, een cijfer dat overigens systematisch stijgt. De Franse loodgieter Gilles Petit is intussen beloond met een promotie terwijl zijn opvolger Gilles Roudy een compleet andere opdracht meekreeg: aanknopen met de expansie. Dat steeds meer zelfstandige winkeliers zich aansluiten bij Carrefour, bewijst het groeiende vertrouwen in de groep. Maar de echte slag is die om de consument en die hebben de Fransen duidelijk nog niet gewonnen: het marktaandeel blijft immers nog altijd een beetje achter. Om die te overtuigen, moet de distributeur voeling met de markt hebben, moet hij zo dicht mogelijk bij de veeleisende consument staan. Gilles Roudy mag het voorbije jaar dan wel alle winkels bezocht hebben, daarmee heeft hij nog niet onze cultuur doorgrond. Daarvoor heb je op de sleutelposities mensen van eigen bodem nodig en dat is momenteel nog te weinig het geval. Hopelijk zien ze dat bij Carrefour snel in, want anders moet het vroegere GB het binnen de kortste keren alweer met een leven minder doen. Dirk Van Thuyne