"Ik ben voor diversiteit maar tegen quota", zei Solvay-voorzitter Aloïs Michielsen een paar weken geleden in Trends. Daarmee vatte hij perfect het standpunt van de meeste bedrijfsleiders en bestuurders samen. Het probleem is dat het op die manier niet vooruitgaat. Nog steeds zijn maar iets meer dan 6 procent van de bestuurders in België vrouwen. Bijna de helft van de beursgenoteerde bedrijven heeft niet eens één vrouw in zijn raad van bestuur.
...

"Ik ben voor diversiteit maar tegen quota", zei Solvay-voorzitter Aloïs Michielsen een paar weken geleden in Trends. Daarmee vatte hij perfect het standpunt van de meeste bedrijfsleiders en bestuurders samen. Het probleem is dat het op die manier niet vooruitgaat. Nog steeds zijn maar iets meer dan 6 procent van de bestuurders in België vrouwen. Bijna de helft van de beursgenoteerde bedrijven heeft niet eens één vrouw in zijn raad van bestuur. De druk op het bedrijfsleven om daar iets aan te doen, is groot. Tijdens de vorige legislatuur deponeerde de PS al een wetsvoorstel in de Senaat om quota voor de aanwezigheid van vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde en overheidsbedrijven op te leggen. Door de val van de regering raakte de wet niet meer goedgekeurd. Na de verkiezingen en het hernemen van de parlementaire werkzaamheden ging de discussie voort. Zowel Groen!, CD&V, cdH, sp.a als PS legden nieuwe wetsvoorstellen in de Kamer neer. De meeste hanteren 30 procent als quotum, het voorstel van Groen! legt de lat op 40 procent. Volgens Groen! moeten de quota bovendien ook gelden voor management- en kaderfuncties. Meer diversiteit is duidelijk een hot item. Ook in Frankrijk en Nederland zijn er al wettelijke quota voor meer vrouwen in de beslissingsorganen van het bedrijfsleven door een van de twee wetgevende kamers goedgekeurd. En in België tekent zich, bij gebrek aan regering, een parlementaire meerderheid pro quota af. Enkel N-VA, Open VLD, MR en Vlaams Belang zijn uitgesproken tegen. "We moeten toegeven dat er een probleem is", zegt volksvertegenwoordiger Zuhal Demir van N-VA, zelf een vrouw, "maar quota zijn niet het juiste middel om het probleem op te lossen. Quota zijn paternalistisch en betuttelend. De benoeming van bestuurders in de privésector komt de aandeelhouders toe. Zij zijn de eigenaars van de onderneming, de overheid moet zich daar niet in mengen." De kern van het probleem ligt volgens N-VA bij een falend gezinsbeleid. Demir, een succesvolle advocate, weet waarover ze spreekt: "Er is een tekort aan kinderopvang, en de crèches zijn niet lang genoeg open. In zulke omstandigheden is het moeilijk om als hardwerkende vrouw aan de top te geraken. Ik heb zelf nog geen kinderen, precies omdat het zo moeilijk te combineren is met een carrière in een internationaal advocatenkantoor. Ook het klassieke rollenpatroon speelt daarin een rol. Vrouwen worden nog altijd geleid in de richting van de kinderen en de huishoudelijke taken." Demir vindt wel dat het bedrijfsleven meer werk moet maken van genderdiversiteit, maar ze wil de bedrijven de tijd geven om zelf een goed diversiteitsbeleid uit te voeren. "De discussie is al lang niet meer of er meer vrouwen aan de top moeten komen", zegt Herman Daems, de voorzitter van de commissie voor corporate governance. "Daarover is iedereen in de commissie het eens. De vraag is: hoe verhoog je de vertegenwoordiging van vrouwen zonder het functioneren van een raad van bestuur in het gedrang te brengen?" Daems wordt op 11 januari in het parlement verwacht voor een van de geplande hoorzittingen. Als hij het tij niet kan keren, zou het in februari al tot een stemming kunnen komen. Toch weigert Daems van een cruciaal moment te spreken. Maar dat er ergernis is, kan hij niet verbergen: "In de wetsvoorstellen die voorliggen, wordt nauwelijks rekening gehouden met hoe een raad van bestuur werkt, hoe benoemingen gebeuren, wat de rol van onafhankelijke bestuurders is. Ik merk een groot gebrek aan kennis over de werking van een raad van bestuur." Zo zijn er volgens Daems maar twee manieren om snelsnel de stap naar 30 of 40 procent vrouwen te zetten: "Ofwel breid je het aantal bestuurders substantieel uit, wat mijns inziens niet bevorderlijk is voor de discussie en het overleg. Ofwel moet een aantal zittende bestuurders de baan ruimen. En dat zullen ongetwijfeld de lastige onafhankelijke bestuurders zijn. Ik vind dat we de positie van de onafhankelijke bestuurder moeten beschermen. Bovendien moeten we vermijden dat een onafhankelijke bestuurder in de toekomst synoniem wordt van een vrouwelijke bestuurder." Daems zegt voorstander te zijn van een faire vertegenwoordiging van vrouwen. "Niet omdat de kwaliteit van besturen daardoor hoger zou liggen. Daarin geloof ik niet. De studies die daarover gemaakt zijn, spreken elkaar trouwens tegen. Maar als een onderneming meer dan 60 procent vrouwen tewerkstelt of producten verkoopt die vooral door vrouwen gekocht worden, dan lijkt het me logisch dat vrouwen goed vertegenwoordigd zijn in management en bestuur." Om de roep naar wettelijke quota te counteren, zal de Commissie Corporate Governance in januari "een concreet, praktisch voorstel op tafel leggen, dat voortbouwt op de bestaande structuren", kondigt Daems aan. Hij wil geen details geven, maar het lijkt logisch dat in de code voor corporate governance streefcijfers en een timing worden opgenomen, die bedrijven moeten toelaten een geleidelijk groeipad te volgen. Zo zouden vrouwen pas bij de beëindiging van mandaten in beeld komen, en zouden bedrijven de 'comply or explain'-regel (pas toe of leg het uit) kunnen toepassen. "Toch zou ik het idee van quota niet zomaar weggooien", zegt Martine Verluyten, CFO van het materiaaltechnologiebedrijf Umicore. "De politieke discussie heeft alleszins het voordeel dat ze de geesten rijpt. Voor veel zaken is dat een onontbeerlijke eerste stap." Zelf heeft Verluyten goeie herinneringen aan de 23 jaar uit haar carrière toen ze voor een Amerikaans bedrijf werkte. "In de VS was er 30 jaar geleden al sprake van een filosofie van equal opportunities. Voordeel daarvan is dat nu heel wat Amerikaanse topbedrijven gerund worden door een vrouw. In België daarentegen vind je bedroevend weinig vrouwen, noch in general management, noch in industriële bedrijven." Zelf kreeg ze een kans bij Umicore omdat de onderneming een vrouwvriendelijk beleid voert. Bij gelijke competenties voor een topfunctie krijgt een vrouw de voorkeur. Daarom vindt Verluyten dat bedrijven de kans moeten krijgen om zelf het aantal vrouwen te verhogen, zowel in uitvoerende functies als in bestuursmandaten. De corporategovernancecode kan daarbij perfect dienen als stimulans, vindt ze. "Een periode van drie jaar lijkt me geschikt om de bedrijven de kans te geven te tonen dat ze de ommezwaai willen maken", vindt Verluyten, "Als daarna blijkt dat de Belgische bedrijven in hetzelfde bedje ziek blijven, wordt het tijd voor wettelijke quota." Een stok achter de deur, jawel. Volgens Daems zijn de vrouwen niet altijd goed voorbereid op het uitoefenen van een bestuursmandaat. En dat heeft niets met competentie te maken, beklemtoont de voorzitter van de Corporate Governance Commissie: "Een bestuurder moet meer zijn dan een specialist in een bepaalde materie, het moet iemand zijn met een brede horizon die over de hele bedrijfsvoering kan meepraten. Vrouwen hebben de jongste jaren een geweldige stap voorwaarts gezet in het ontwikkelen van functionele specialisaties (financiën, recht, enzovoort), maar de geschiedenis is voor hen nog te kort om breed beslagen te zijn." Het best kunnen vrouwen die brede horizon ontwikkelen als lid van een directie- of managementteam, meent Daems. "Soms heb ik het gevoel dat we een stap overslaan. Iedereen spreekt nu over quota voor raden van bestuur. Maar de positie van vrouwen in het topmanagement is even dramatisch. En het is net daar dat ze de ervaring en de ontwikkeling kunnen opdoen. Persoonlijk vind ik het bizar dat daarover niet meer gepraat wordt." Daar is Martine Verluyten het volmondig mee eens: "De diversiteitsdiscussie mag zich niet beperken tot raden van bestuur." Maar op een ander punt spreekt ze Daems tegen: "Het klopt dat er in ons land nog te weinig topvrouwen zijn met een allround profiel. Maar geef toe, in een raad van bestuur is er toch altijd plaats voor één specialist, in bijvoorbeeld juridische of financiële materie? De vrouwen met zo'n profiel zijn intussen heel sterk vertegenwoordigd in het bedrijfsleven. Minstens één vrouw in de raad van bestuur van alle beursgenoteerde bedrijven, dat moet toch mogelijk zijn?" Zulke vrouwen hebben een belangrijke functie als rolmodel, weet Verluyten. "Een topvrouw trekt andere vrouwen aan, en effent de weg. Soms hebben mannen een duwtje in de rug nodig. Ze moeten leren dat werken met een vrouw niet substantieel verschillend is. Daarom is die eerste vrouw op topniveau zo belangrijk." Verluyten pleit ook voor een professionelere aanpak van de zoektocht naar vrouwen met board potential. Ze zwaait het initiatief van de vzw Women on Board (WoB) lof toe. De aanpak van Women on Board bestaat erin om bedrijven te helpen bij hun zoektocht naar competente vrouwen die vacante bestuursmandaten kunnen invullen. Momenteel heeft WoB al 40 vrouwen zorgvuldig gescreend, en verenigd in een database die kan worden geraadpleegd door geïnteresseerde partijen uit de bedrijfswereld. Op die manier hoopt WoB het argument van 'we vinden ze niet' te ontkrachten. In 2011 gaat Women on Board op zoek naar partnerbedrijven, die de noodzaak van meer diversiteit in raden van bestuur onderschrijven, en die de werking van de vzw mee helpen financieren. Met Elia en verzekeraar Ageas werd intussen al een overeenkomst gesloten. "Tegen het einde van 2011 willen we 40 partnerbedrijven hebben", vertelt WoB-voorzitster Sonja Rottiers. "Als we daar niet in slagen, is dat volgens ons het bewijs dat het Belgische bedrijfsleven niet openstaat voor meer vrouwen in raden van bestuur. En dan kunnen we niet anders dan de politiek zijn werk te laten doen." visie : Lees - Stok achter de deur is nodig, blz. 16 PATRICK CLAERHOUT EN CELINE DE COSTER"Soms heb ik het gevoel dat we een stap overslaan" Herman Daems"De diversiteitsdiscussie mag zich niet beperken tot raden van bestuur" Martine Verluyten