Lezen is gevaarlijk. Vooral "smakeloze en onnadenkende lectuur" leidt tot "onzinnige verspilling, onoverkomelijke angst voor elke inspanning, grenzeloze drang naar luxe, onderdrukking van de stem van het geweten, levensmoeheid en een vroege dood." Die waarschuwing, uit 1799, stamt van de Duitse taalkundige en filosoof Johann Adam Bergk, nota bene zelf een verwoede lezer. Op het eerste gezicht lijkt zijn opsomming van kwalijke gevolgen lukraak bijeengeklutst. Zeker de levensmoeheid en de vroege dood slaan als een tang op e...

Lezen is gevaarlijk. Vooral "smakeloze en onnadenkende lectuur" leidt tot "onzinnige verspilling, onoverkomelijke angst voor elke inspanning, grenzeloze drang naar luxe, onderdrukking van de stem van het geweten, levensmoeheid en een vroege dood." Die waarschuwing, uit 1799, stamt van de Duitse taalkundige en filosoof Johann Adam Bergk, nota bene zelf een verwoede lezer. Op het eerste gezicht lijkt zijn opsomming van kwalijke gevolgen lukraak bijeengeklutst. Zeker de levensmoeheid en de vroege dood slaan als een tang op een varken. Of toch niet? Het gaat om de straf die volgt op de ondeugden. Wie zijn burgerlijke plicht niet nakomt, krijgt straf. Ondeugd baart ongeluk. Dat is ook de ijzige moraal van het verhaal waarnaar Kristien Hemmerechts verwijst: een gehuwde vrouw ontvangt haar minnaar, terwijl haar zoontje vredig slaapt in zijn wieg. De minnaar komt binnen, gooit zijn bontjas op de wieg en neemt zijn geliefde in de armen. Na hun liefdesspel blijkt dat het kind onder de jas is gestikt. De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts vertelt het verhaal in haar inleiding bij Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk, het fraai geïllustreerde boek van de Beierse taalkundige-historicus-filosoof Stefan Bollmann. Aanvankelijk draait de uiteenzetting rond de kwestie die door Hemmerechts helder samengevat wordt met de vraag: "Leidt een boek ons in bekoring?" Allengs spitst Bollmann de aandacht toe op lezende vrouwen. De meeste waarschuwingen en plompe verboden slaan immers op vrouwen. Zij moesten borduren, bidden, baren, braaf zijn en maaltijden bereiden. Lezen bood hen de kans om te ontsnappen aan de beperkte omgeving van kinderen, keuken en kerk. In boeken kwamen ze in aanraking met een ruime wereld, met andere gedachten, met fantasie én kennis. Zo werden ze een bedreiging voor de (mannelijke) wereldorde. Bollmann bestudeert de geschiedenis van de lezende vrouw van de middeleeuwen tot vandaag. Zijn historisch overzicht maakt hij aan de hand van schilderijen en foto's. Bij het essay worden de besproken kunstwerken en foto's klein afgedrukt. In het tweede deel van het fraaie boek worden de afbeeldingen paginagroot herhaald en apart toegelicht. Sommige schilderijen onthullen nog meer over een tijd en een plaats. Kijk maar eens naar de volgende serie: in 1631 schildert Rembrandt een oude vrouw die zich inspant om de bijbel te lezen, in 1663 penseelt Johannes Vermeer een zwangere vrouw die een brief leest, in 1668 toont Pieter Janssens Elinga een lezende dienstmeid en in 1670 beeldt Jacob Ochterveldt een liefdesaanzoek uit aan een lezend meisje. Dat leert veel over de Noordelijke Nederlanden tijdens de zeventiende eeuw: in geen enkel ander Europees land konden zoveel burgers lezen en schrijven. Stefan Bollmann, Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk. Mercatorfonds, 149 blz., 24,95 euro.