Historica Annelien de Dijn levert een krachttoer af. De hoogleraar in politieke geschiedenis verkent het begrip vrijheid door een chronologie van ruim 2000 jaar. Het boek vangt aan met de uitvinding van de politieke vrijheid. In Athene werd vrijheid vooral gezien als een politieke waarde. We leren dat het vrijheidsbegrip van de oude Grieken al snel op tegenstand stuitte. Onder andere de sofisten waren van mening dat de prille democratie de macht ...

Historica Annelien de Dijn levert een krachttoer af. De hoogleraar in politieke geschiedenis verkent het begrip vrijheid door een chronologie van ruim 2000 jaar. Het boek vangt aan met de uitvinding van de politieke vrijheid. In Athene werd vrijheid vooral gezien als een politieke waarde. We leren dat het vrijheidsbegrip van de oude Grieken al snel op tegenstand stuitte. Onder andere de sofisten waren van mening dat de prille democratie de macht gaf aan één sociale groep, namelijk de minderbedeelden. Op die manier ontstond het gevaar te eindigen in een tirannie van de meerderheid. Twee millennia later waarschuwde de Franse aristocraat Alexis de Tocqueville in zijn kritiek op de moderne democratie daar opnieuw voor. De Dijn laat zien dat vrijheid geen eenduidig begrip is. Aristoteles liet zich kritisch uit over wat hij 'vrijheid' noemde en voor Plato was vrijheid de mogelijkheid om juist te leven onder de heerschappij van een filosoof-koning. Vrijheid is niet alleen een politiek concept, maar ook een ethische doctrine. Vrij waren voor Socrates de mensen die controle hadden over hun hartstochten. Via het Romeinse keizerrijk belanden we bij christelijke denkers als Augustinus, die vrijheid als een innerlijk en spiritueel gevoel bestempelde. Het boek besteedt ook aandacht aan de renaissance, de humanisten en 'machtsdenkers' als Niccolò Machiavelli en Thomas Hobbes. Opmerkelijk is dat de Dijn de opkomst van het protestantisme negatief duidt. Heel wat theologen en historici legden vaak een verband tussen de Reformatie en de opmars van de individuele vrijheid. De Dijn beweert dat de Reformatie de moderniteit niet heeft bespoedigd, maar de middeleeuwen juist heeft verlengd. Interessant is voorts het onderscheid dat ze maakt tussen de Franse en de Britse visie op vrijheid. Naar het einde toe komen de moderne denkers aan de beurt, zoals de econoom Friedrich von Hayek en filosofe Hannah Arendt. In het nawoord maakt De Dijn duidelijk dat ze allerminst een hoge dunk heeft van de moderne libertairen en conservatieven. Zij gebruiken vrijheid volgens haar als "een stormram tegen democratie". Deze geschiedenis van de vrijheid is welgekomen, zeker in een tijd waarin de gezondheidscrisis de vrijheden van burgers onder druk zet.