In Globalization at Risk rekenen Gary Hufbauer en Kati Suominen uit dat de Verenigde Staten elk jaar na de Tweede Wereldoorlog 1000 miljard dollar extra welvaart hebben ge-creëerd dankzij de globalisering. Volgens de auteurs is dat proces nog niet voorbij. Bijkomende liberalisering van de wereldhandel en globalisering kunnen de Verenigde Staten nog altijd jaarlijks 500 miljard dollar opleveren. Ondanks die fraaie cijfers moeten de voorstanders van globalisering en vrijhandel zich blijven verdedigen.
...

In Globalization at Risk rekenen Gary Hufbauer en Kati Suominen uit dat de Verenigde Staten elk jaar na de Tweede Wereldoorlog 1000 miljard dollar extra welvaart hebben ge-creëerd dankzij de globalisering. Volgens de auteurs is dat proces nog niet voorbij. Bijkomende liberalisering van de wereldhandel en globalisering kunnen de Verenigde Staten nog altijd jaarlijks 500 miljard dollar opleveren. Ondanks die fraaie cijfers moeten de voorstanders van globalisering en vrijhandel zich blijven verdedigen. Hufbauer en Suominen stellen in hun boek vast dat de adepten van vrijhandel door de recente financieel-economische crisis in de verdrukking komen. De klassieke antiglobalistische argumenten zoals "jobs verdwijnen naar lagelonenlanden" halen de bovenhand. Terwijl onderzoek uitwijst dat voor elke 'geëxporteerde' job, er twee nieuwe in de plaats komen in het thuisland. De critici van de vrijhandel krijgen de jongste tijd overigens indirecte steun uit onverwachtse hoek. Bijna alle G20-landen hebben in de laatste twee jaar, ondanks ronkende verklaringen van het tegendeel, protectionistische maatregelen genomen. Volgens de auteurs was recentelijk slechts vijf procent van de wereldhandel vrij van zulke ingrepen. "Gelukkig was de schade minder groot dan in de jaren dertig", noteren Hufbauer en Suominen. Dat komt door de uitgebreide reeks maatregelen die in de jongste zestig jaar werden genomen om de wereldhandel te liberaliseren en die door de voorstanders van de vrijhandel werden verdedigd. Maar er is geen reden tot optimisme. De auteurs maken zich vooral zorgen over twee fenomenen. Steeds meer landen maken gebruik van de wisselkoers om hun export te bevorderen. De auteurs citeren China en Brazilië. Het gevaar voor een jarenlange muntoorlog blijft. Voor de auteurs is dat een vorm van protectionisme. Hufbauer en Suominen zien een tweede gevaar. Onderzoek wijst uit dat de Verenigde Staten op een toenemend handelstekort uiteindelijk altijd reageren met protectionistische maatregelen. De politieke bedoeling van die initiatieven is import te beletten en jobs in de VS te houden. Bovendien is vrijhandel, door de financieel-economische crisis, niet populair bij grote lagen van de bevolking. Die protectionistische maatregelen zullen in de VS dus goed ontvangen worden. Ook in Europa staan de globalisering en de vrijhandel onder druk. De auteurs verwijzen naar de maatregelen die Duitsland heeft genomen, waarbij zware beperkingen worden ingesteld indien buitenlandse investeerders Duitse ondernemingen willen aankopen. De protectionistische tendensen blijken ook uit de cijfers. De wereldhandel nam in 2009 met 12,2 procent af, uiteraard een direct gevolg van de recessie. In 2010 zal de toename opnieuw 13,5 procent bedragen. De grensoverschrijdende financiële stromen geven een vergelijkbaar beeld. In 2007 bedroegen die 1300 miljard dollar. In 2009 waren ze teruggevallen tot nauwelijks 500 miljard. In 2010 zullen die stromen opnieuw gestegen zijn, maar tot slechts 700 miljard. Het zal dus nog een tijdje duren vooraleer de wereldhandel opnieuw het niveau haalt van 2007. Gary Hufbauer en Kati Suominen, 2010, Globalization at Risk, Yale University Press, 2010, 336 blz, 25 euro thierry debels