Nationalisme en zijn broertje, het protectionisme, zijn in opmars. Donald Trump zette in 2016 de toon met zijn belofte "Amerika Eerst" te plaatsen en met zijn dreigement de belangrijke handelspartners van de Verenigde Staten hoge invoertarieven op te leggen. De kans dat het Trans-Pacific Partnership (TPP), een handelsovereenkomst tussen landen rond de Stille Oceaan, in 2017 van kracht wordt, lijkt klein. De barensweeën van het TPP moeten niet onderdoen voor de beproevingen die het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) tussen de Europese Unie en Amerika doormaakt. Daar komt de tegenstand vo...

Nationalisme en zijn broertje, het protectionisme, zijn in opmars. Donald Trump zette in 2016 de toon met zijn belofte "Amerika Eerst" te plaatsen en met zijn dreigement de belangrijke handelspartners van de Verenigde Staten hoge invoertarieven op te leggen. De kans dat het Trans-Pacific Partnership (TPP), een handelsovereenkomst tussen landen rond de Stille Oceaan, in 2017 van kracht wordt, lijkt klein. De barensweeën van het TPP moeten niet onderdoen voor de beproevingen die het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) tussen de Europese Unie en Amerika doormaakt. Daar komt de tegenstand vooral van Europese politici. De antiglobalisten zijn in opmars aan beide zijden van de oceaan. Zowel in Europa als in Amerika behouden centralistische politici het vertrouwen in de globalisering en moedigen ze de internationale handel en investeringen aan. Maar zij worden zowel van links als van rechts belaagd. Voor nationalistisch rechts, onder meer vertegenwoordigd door FN-voorzitter Marine Le Pen, zijn internationale handelsovereenkomsten een voorbeeld van hoe de geglobaliseerde elite de belangen van de kleine man schaadt. De linkerzijde komt met soortgelijke, zij het anders geformuleerde argumenten. Daar leggen ze liever de nadruk op de veronderstelde wandaden van belasting ontwijkende multinationals. De reactie wordt in 2017 nog intenser in Europa, nu Frankrijk, Duitsland en Nederland verkiezingen houden. Zo intens dat de kernvraag voor 2017 niet is of grote nieuwe handelsovereenkomsten gesloten worden, maar of een deel van de gevestigde regels wordt teruggeschroefd. Er zijn aanwijzingen dat zulks al aan het gebeuren is. De internationale onderzoeksgroep Global Trade Alert stelde de voorbije twee jaar vast dat leden van de G20, de club van de grootste economieën ter wereld, merkelijk meer protectionistische maatregelen genomen hebben. Die aanpassingen van reglementeringen en antidumpingprocedures bleven in 2016 grotendeels onder de radar. 2017 zou heel wat opvallender manoeuvres kunnen brengen. In Europa heeft de brexit een proces op gang gebracht dat bijna zeker de EU-eenheidsmarkt zal aantasten. In 2017 lanceert de Britse regering de formele uittredingsprocedure. Groot-Brittannië heeft duidelijk gemaakt dat het het vrije verkeer van personen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk niet ziet zitten. Voor de EU blijft de vrije beweging van mensen onlosmakelijk verbonden met het vrije verkeer van kapitaal, goederen en diensten. Als Groot-Brittannië het vrije verkeer van personen afzweert, moet het zich ook terugtrekken uit de Europese eenheidsmarkt. In het allerslechtste geval kan dat zelfs leiden tot het opleggen van tarieven op goederen die tussen Groot-Brittannië en de EU bewegen. Zulke maatregelen zouden de handel ontwrichten. Het zou ook een negatief signaal zijn voor de rest van de wereld, omdat het zou aantonen dat zelfs de meest gevestigde vrijhandelsovereenkomsten kwetsbaar zijn voor ontwrichting door de opkomst van de antiglobalisten. De auteur is hoofdcolumnist buitenlandse zaken van Financial Times.Gideon Rachman