België was een van de laatste landen die de anonieme papieren aandelen, obligaties en deelbewijzen van beleggingsfondsen afschafte. De zogenoemde dematerialisatie is een onderdeel van de strijd tegen belastingfraude en het witwassen van geld. De maatregel kwam eind 2011 in een stroomversnelling, toen de regering-Di Rupo plotseling een belasting op de dematerialisatie van effecten aankondigde. Maar die belasting is, zo blijkt, in strijd met een Europese richtlijn.
...

België was een van de laatste landen die de anonieme papieren aandelen, obligaties en deelbewijzen van beleggingsfondsen afschafte. De zogenoemde dematerialisatie is een onderdeel van de strijd tegen belastingfraude en het witwassen van geld. De maatregel kwam eind 2011 in een stroomversnelling, toen de regering-Di Rupo plotseling een belasting op de dematerialisatie van effecten aankondigde. Maar die belasting is, zo blijkt, in strijd met een Europese richtlijn. Wie in 2013 een belasting van 2 procent heeft betaald bij de omzetting van zijn papieren effecten aan toonder, kan dat bedrag terugvorderen van de Belgische overheid. Beleggers kunnen zich daarvoor beroepen op de beslissing van het Europees Hof van Justitie van begin oktober. Het hof oordeelde dat de heffing in strijd is met het Europese recht. De richtlijn van 2008 over het vrije vervoer van kapitaal en goederen binnen de Europese Unie verbiedt het heffen van indirecte belastingen op de inbreng van kapitaal in een vennootschap. De conclusie van het Europese Hof luidt ongeveer als volgt: "De Belgische effectenbelasting komt neer op een belasting op de uitgifte van een effect, en dus op het bijeenbrengen van kapitaal, met als gevolg dat afbreuk wordt gedaan aan de nuttige werking van de richtlijn." Er is wel enige spoed mee gemoeid. "Er is een termijn van twee jaar, die begint te lopen vanaf het moment dat de aandelen in het aandelenregister op naam zijn ingeschreven of vanaf het moment dat de papieren aandelen zijn omgezet in een digitaal lijntje op een effectenrekening bij een bank", zegt fiscaal advocaat Dave Van Moppes. Voor wie in 2012 een effectenbelasting van 1 procent heeft betaald, is het dus te laat. Zij kunnen wel nog wachten op de eventuele vernietiging van de Belgische wet door het Grondwettelijk Hof. "Er loopt een vernietigingsprocedure bij het Grondwettelijk Hof. Als het hof de wet vernietigt, staat er voor alle belastingplichtigen een nieuwe termijn van zes maanden open", zegt fiscaal advocaat Jan Tuerlinckx. "Het gemakkelijkste voor iedereen is te wachten op de vernietiging van de wet. Het veiligste is, indien mogelijk, nu al een procedure te starten en zich rechtstreeks te beroepen op de Europese richtlijn. Er is voldoende grond voor", vindt Tuerlinckx. "Het Grondwettelijk Hof heeft zelf een prejudiciële vraag gesteld aan het Europees Hof en kan eigenlijk niet om de vernietiging van de wet heen. In theorie kan het Grondwettelijk Hof beperkingen in de tijd opleggen. De wetgever kan ook ingrijpen om de terugvordering van de dematerialisatiebelasting te bemoeilijken. Daarom is het veiliger meteen actie te ondernemen." De advocaten verwachten de vernietiging van de wet door het Grondwettelijk Hof in de eerste helft van 2015. De arresten verschijnen op de website van het Grondwettelijk Hof. Om in het oog te houden. Er schuilt nog een addertje onder het gras. Van Moppes: "De belasting moet worden teruggestort aan de persoon die de heffing heeft betaald. Dat is een bijkomende moeilijkheid." De eigenaar heeft in 2012 of 2013 dan wel de effecten- of dematerialisatieheffing voldaan, maar die werd betaald door de financiële tussenpersoon bij een inschrijving op een effectenrekening, of door de vennootschap bij een omzetting op naam. Als de naam bij de vennootschap in het aandelenregister werd ingeschreven, moet de vennootschap de terugbetaling vorderen. Als de aandelen op een effectenrekening bij een bank staan, komt die taak toe aan de bank. Tuerlinckx: "De vennootschap of de bank heeft die belasting doorgerekend aan de houder, maar technisch hebben zij de belasting betaald. De eigenaar moet dus de vennootschap of de bank in gebreke stellen. Zij moeten die heffing terugvorderen. De eigenaar heeft ogenschijnlijk geen rechtstreeks vorderingsrecht. Maar ik denk dat er wel mogelijkheden zijn om dat rechtstreekse vorderingsrecht alsnog af te dwingen." De terugbetaling van de dematerialisatiebelasting is geen drama voor de Belgische overheid en kan in het slechtste geval 11,7 miljoen euro kosten. Dat was de totale opbrengst van de belasting tijdens de voorbije jaren. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft op een parlementaire vraag geantwoord dat hij geen wetgevend initiatief zal nemen om de terugvorderingsmogelijkheden in te perken. Vooraf werd de potentiële opbrengst negen keer hoger geschat. De regering-Di Rupo nam die maatregel in december 2011 om het gat in de begroting dicht te rijden. De aankondiging veroorzaakte een eindejaarsrush. In drie weken werden meer dan 1 miljoen effecten aan toonder omgezet. Maar het was vanaf de start duidelijk dat er iets rammelde aan de heffing, die zonder motivering en in allerijl werd ingevoerd. De Raad van State wees er eind 2011 al op dat er sprake was van een soort contractbreuk of een schending van vertrouwen. En een aantal fiscaal advocaten merkte meteen op dat er mogelijk een vernietiging door het Grondwettelijk Hof zat aan te komen en dat de wet in strijd was met het Europese recht. ILSE DE WITTEWie in 2013 een belasting van 2 procent heeft betaald bij de omzetting van zijn papieren effecten aan toonder, kan dat bedrag terugvorderen.