'Textiel' doet niet meteen denken aan hightech. Nochtans is de Belgische textielindustrie de voorbije twintig jaar nadrukkelijk in die richting geëvolueerd. Enkele trends wijzen daarop. Een eerste is de digitale revolutie in de jaren negentig. Die heeft geleid tot een forse verhoging van de productiviteit. Automatisering via computer aided manufacturing neutraliseerde een deel van het kostennadeel van produceren in België. Bovendien maakte de digitalisering de sector flexibeler: kleinere productieseries werden mogelijk en die konden bovendien snel worden omgewisseld, kleinere stocks via make-to-order, en nieuwe producten via computer aided design.
...

'Textiel' doet niet meteen denken aan hightech. Nochtans is de Belgische textielindustrie de voorbije twintig jaar nadrukkelijk in die richting geëvolueerd. Enkele trends wijzen daarop. Een eerste is de digitale revolutie in de jaren negentig. Die heeft geleid tot een forse verhoging van de productiviteit. Automatisering via computer aided manufacturing neutraliseerde een deel van het kostennadeel van produceren in België. Bovendien maakte de digitalisering de sector flexibeler: kleinere productieseries werden mogelijk en die konden bovendien snel worden omgewisseld, kleinere stocks via make-to-order, en nieuwe producten via computer aided design. Vooral in de klassieke producttoepassingen werden die troeven uitgespeeld, met name in het interieurtextiel waarin België sterk staat, zoals de productie van karpetten, kamerbreed tapijt, meubel- en decoratiestoffen, matrastijk, enzovoort. Dat heeft de producenten ook toegelaten de service aan de klanten fors te verbeteren, met snelle en betrouwbare levertermijnen. De Belgische tapijtindustrie is overigens de grootste van Europa. 95 procent van de productie is voor de export bestemd. Wereldwijd moet ons land alleen de VS laten voorgaan. Een tweede grote trend is de forse ontwikkeling van het zogenoemde technisch textiel. Dat is eigenlijk een textieloplossing voor zowat elke uitdaging van onze samenleving: veiligheid, hygiëne, natuurbehoud, energiebesparing, enzovoort. Het gaat om textielproducten als veiligheidsgordels, airbags en veiligheidskledij; hygiënetextiel zoals luiers en chirurgische kleding; onkruidwerend doek voor toepassing in de land- en tuinbouw; geotextiel voor bouwwerken (bijvoorbeeld dijkversterking); composieten voor auto's en vliegtuigen, en nog veel meer. In België zijn zowat 130 bedrijven actief in technisch textiel, in honderden niches. Meer dan de helft was vroeger uitsluitend actief in de meer klassieke textieltoepassingen van kleding- en interieurtextiel. Enkele cijfers: in twintig jaar is het aandeel van het technisch textiel in de toegevoegde waarde van de Belgische textielindustrie opgeklommen van 13 naar 39 procent. Daarmee komt het in de buurt van de sterke en grote groep van het interieurtextiel (42 %), een echte Belgische specialiteit. Deze transformatie is er niet zonder slag of stoot gekomen. De globalisering die al in de jaren zestig in de sector toesloeg, heeft meer dan één crisis veroorzaakt. De recentste is de Grote Recessie van 2008-2009, waardoor het productieniveau van de Belgische textielindustrie anno 2014 nog altijd zowat 20 procent onder het niveau van voor 2007 ligt. Van een echte duurzame heropleving is vooralsnog geen sprake. In 2014 was er een status quo in de productie. Dat de meeste Belgische textielbedrijven de juiste strategische keuzes hebben gemaakt, is nog geen garantie op succes. Enerzijds blijven de productievoorwaarden in België ongunstig. Kostenfactoren zoals arbeid en energie blijven een nadeel. Maar ook de regulitis, zowel federaal als regionaal, belemmert het ondernemen in ons land. De textielbedrijven, die lean and mean zijn, precies om te kunnen opboksen tegen de agressieve buitenlandse concurrentie, worden door die rompslomp relatief meer gehinderd in hun ondernemingszin. De vele regeringen die ons land 'rijk' is, weten dan ook dat een verbetering van het ondernemingsklimaat een topprioriteit is en blijft. De aangekondigde maatregelen van loonkostenmatiging zoals de indexsprong zijn noodzakelijk, maar zullen niet volstaan. En dan is er nog het macro-economische plaatje. Een industrie die zo ingeschakeld is in het mondiale gebeuren zoals de Belgische textielindustrie moet naar dit plaatje kijken. Een domper is en blijft de flauwe economische groei in de EU, onze thuismarkt en toch nog altijd onze grootste afzetmarkt. Maar er zijn toch meer hoopgevende tekenen dan in het begin van het jaar. Twee belangrijke markten, met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, doen het merkelijk beter. Vooral voor interieurtextiel is dat goed nieuws. Dat wordt nog versterkt door de minder dure euro, die onze export een duwtje in de rug zal geven. Bovendien blijft een stijging van de commodity-prijzen van energie uit, dankzij de fors lagere olieprijzen en de daaraan gelieerde grondstoffenprijzen van bijvoorbeeld synthetische vezels. Kleurstoffenprijzen zijn in 2014 dan weer flink duurder geworden, maar daar lagen intern-Chinese redenen aan de oorzaak. Al bij al is enig gematigd optimisme bij het begin van 2015 gewettigd. De auteur is directeur-generaal van Fedustria.FA QUIXDat de meeste Belgische textielbedrijven de juiste strategische keuzes hebben gemaakt, is nog geen garantie op succes.