David Landes, emeritus hoogleraar aan Harvard University, portretteert elf families uit drie sectoren. De Rothschilds (bank), de Fords (auto) en de Rockefellers (grondstoffen) passeren de revue. De portretten zijn in het beste geval leerrijk en amusant. Zo lezen we bijvoorbeeld dat John D. Rockefeller zijn zoon - uit gierigheid - verplichtte om de afgedragen meisjeskleren van zijn zus verder te verslijten. En dat de Baringsbank een eeuw geleden al eens een financiële catastrofe meemaakte. Toen liep het evenwel niet faliekant af.
...

David Landes, emeritus hoogleraar aan Harvard University, portretteert elf families uit drie sectoren. De Rothschilds (bank), de Fords (auto) en de Rockefellers (grondstoffen) passeren de revue. De portretten zijn in het beste geval leerrijk en amusant. Zo lezen we bijvoorbeeld dat John D. Rockefeller zijn zoon - uit gierigheid - verplichtte om de afgedragen meisjeskleren van zijn zus verder te verslijten. En dat de Baringsbank een eeuw geleden al eens een financiële catastrofe meemaakte. Toen liep het evenwel niet faliekant af. Toch is dit een ontgoochelend boek. Er ontbreekt immers een rode draad. Op de kritische vraag - wat het succes uitmaakt van een familiebedrijf - antwoordt Landes immers niet. Of je moet tussen de regels lezen en zelf concluderen dat geluk een wel erg belangrijke, maar tegelijk zwaar onderschatte parameter is. Volgens Landes bestaat een dynastie uit ten minste drie opeenvolgende generaties die een onderneming controleren. Vreemd dat Standard Oil van de Rockefellers dan is opgenomen als illustratie, want dat was niet echt een familiebedrijf. John D. vertoonde zich uiterst zelden op kantoor en de onderneming zelf werd al in 1911 opgedoekt. Landes is een historicus. De enige relevante managementauteur die hij ter ondersteuning van zijn theses laat opdraven, is Alfred Chandler. Diens theorie over ondernemingen blijft vandaag nog steeds onverminderd van kracht. Maar over het onderwerp is al zoveel geschreven dat de behandeling van Chandler bijna anachronistisch aandoet. De portretten zelf zijn onevenwichtig. Sommige families krijgen erg veel plaats toebedeeld in het boek: de Rothschilds, bijvoorbeeld, worden uitgesmeerd over meer dan veertig bladzijden. Andere krijgen veel te weinig ruimte. Over de Guggenheims lees je nauwelijks enkele pagina's. Wellicht heeft Landes zijn onderzoek al enkele jaren geleden afgesloten, want het verhaal over de Fords eindigt met de lancering van de nieuwe Mondeo van ... 2001. Als wetenschappelijk werk is dit boek helemaal ondermaats. Een student economie of management die als besluit poneert dat "het al bij al moeilijk is om de waarheid over de geaccepteerde verschillen tussen de familie- en managersvormen aan het licht te brengen of om duidelijk te bepalen hoe goed de ene of de andere ondernemingsvorm presteert" zal zijn huiswerk onvermijdelijk moeten overdoen. Voor Landes - ondertussen al 83 jaar - zal dat wellicht vergeefse moeite zijn. Hij heeft ongetwijfeld veel plezier beleefd aan het schrijven van dit boek. Of de lezer er evenveel plezier aan zal beleven, is hoogst twijfelachtig. David Landes, Dynastieën - Voorspoed en tegenslagen van de grootste familiebedrijven ter wereld. Spectrum, 427 blz., 29,95 euro.Thierry Debels