De voorbije maanden heeft het Hof van Cassatie enkele interessante arresten geveld die hopelijk een einde maken aan de discussies over de fiscale gevolgen van kosten die een vennootschap draagt en die tot voordeel strekken van haar bedrijfsleider. Als ze aan haar bedrijfsleider een jaarlijkse vergoeding van 80.000 euro betaalt voor zijn prestaties, bestaat er geen twijfel over dat die vergoeding een belastbaar beroepsinkomen is. Voor de vennootschap zijn het aftrekbare kosten. Maar als ze een prestatievergoeding van 65.000 euro in geld toekent en daarbovenop een woning of een appartement ter beschikking stelt, rijzen er weleens problemen. Stel dat die woning aan de vennootschap jaarlijks 15.000 euro kost. Het totaal van het loon en het voordeel aan de bedrijfsleider blijft dan 80.000 euro. De bedrijfsleider is wel...

De voorbije maanden heeft het Hof van Cassatie enkele interessante arresten geveld die hopelijk een einde maken aan de discussies over de fiscale gevolgen van kosten die een vennootschap draagt en die tot voordeel strekken van haar bedrijfsleider. Als ze aan haar bedrijfsleider een jaarlijkse vergoeding van 80.000 euro betaalt voor zijn prestaties, bestaat er geen twijfel over dat die vergoeding een belastbaar beroepsinkomen is. Voor de vennootschap zijn het aftrekbare kosten. Maar als ze een prestatievergoeding van 65.000 euro in geld toekent en daarbovenop een woning of een appartement ter beschikking stelt, rijzen er weleens problemen. Stel dat die woning aan de vennootschap jaarlijks 15.000 euro kost. Het totaal van het loon en het voordeel aan de bedrijfsleider blijft dan 80.000 euro. De bedrijfsleider is wel belasting verschuldigd op het voordeel dat hij in natura ontvangt. Je zou verwachten dat de fiscale wet bepaalt dat de waarde van het voordeel gelijk is aan de kosten die de vennootschap ervoor draagt. Maar dat is niet het geval. De belastbare waarde is een geschat, forfaitair bedrag, dat wordt berekend met een formule die is opgenomen in de fiscale regelgeving. Ze vertrekt van het kadastraal inkomen van de woning, waarop enkele verhogingscoëfficiënten worden toegepast. Omdat het kadastraal inkomen nog altijd wordt vastgesteld op basis van de huurprijzen van 1975, komt het bedrag van het voordeel vaak ruim onder de kosten van de vennootschap uit. Zo kan het gebeuren dat ze een uitgave van 15.000 euro doet, terwijl het belastbare voordeel een waarde van bijvoorbeeld 5000 euro heeft. De discrepantie tussen die twee bedragen is veel fiscale ambtenaren een doorn in het oog. Ze staan niet toe dat de vennootschap in het voorbeeld 15.000 euro aftrekt van haar belastbare winst. Doorgaans geven ze daarvoor als argument dat een uitgave die tot doel heeft de bedrijfsleider te huisvesten, niets te maken heeft met de maatschappelijke activiteit van de vennootschap. In andere gevallen weigeren ambtenaren de aftrek van uitgaven als niet voldoende kan worden aangetoond welke prestaties de bedrijfsleider levert in ruil voor de terbeschikkingstelling van het onroerend goed. In een arrest van 13 november 2014 zette het Hof van Cassatie de puntjes op de i. Het oordeelde dat de uitgaven die een vennootschap doet om haar bedrijfsleider een voordeel te verschaffen als tegenprestatie voor zijn activiteiten, voor haar aftrekbare beroepskosten zijn. Volgens het hof past die uitgave perfect in de activiteit van de vennootschap. Die uitspraak sluit volledig aan bij de zogenoemde loonkostentheorie: als een vennootschap een uitgave doet waaraan voor een werknemer of een bedrijfsleider een belastbaar voordeel, en dus een bijkomend belastbaar loon vasthangt, mag er geen twijfel over bestaan dat die uitgave aftrekbare kosten zijn. Ze moeten worden behandeld als loonkosten. In een arrest van 10 oktober 2014 paste het hof die redenering toe op autokosten. Hoe hoger de CO2-uitstoot van een personenwagen, hoe kleiner de toegestane aftrek van de kosten voor die wagen. Maar als de vennootschap de auto ter beschikking stelt van een werknemer of een bedrijfsleider die het voertuig uitsluitend gebruikt voor privéverplaatsingen, krijgt de gebruiker daar een belastbaar voordeel uit. Het gaat dus om een belastbaar loon. Omdat de vennootschap ook in dit geval een uitgave doet om een extra belastbaar loon toe te kennen, moeten de autokosten fiscaal worden behandeld als loonkosten, die zonder beperking aftrekbaar zijn. Als van het totale aantal kilometers dat de werknemer of de bedrijfsleider met de firmawagen aflegt, 30 procent een privékarakter heeft, mag de vennootschap 30 procent van die kosten zonder aftrekbeperking in rekening brengen. En nu maar hopen dat die rechtspraak in de praktijk correct wordt toegepast.Luc Maes is voorzitter van de Fiscale Hogeschool en hoogleraar fiscaal recht aan de UA en de KU Leuven. LUC MAESDe uitgaven die een vennootschap doet om haar bedrijfsleider een voordeel te verschaffen als tegenprestatie voor zijn activiteiten, zijn aftrekbare beroepskosten.