De aanvullende premies die Vlaanderen uitreikt voor het tijdskrediet zijn het meest sprekende voorbeeld. Op het eerste gezicht leek vorige week vrijdag een oplossing bereikt, maar niets is minder waar. In essentie blijft de Waalse regering problemen hebben met het feit dat de premies in een context van een sectoraal akkoord worden besproken. Elke oplossing die de Waalse regering genoegdoening zal schenken, zal afbreuk doen aan de Vlaamse autonomie.
...

De aanvullende premies die Vlaanderen uitreikt voor het tijdskrediet zijn het meest sprekende voorbeeld. Op het eerste gezicht leek vorige week vrijdag een oplossing bereikt, maar niets is minder waar. In essentie blijft de Waalse regering problemen hebben met het feit dat de premies in een context van een sectoraal akkoord worden besproken. Elke oplossing die de Waalse regering genoegdoening zal schenken, zal afbreuk doen aan de Vlaamse autonomie.Dit steekspel kan zo nog lang verder gaan, maar het wordt tijd voor duidelijke afspraken. Vlaanderen moet een nieuw overlegmodel uitwerken. Unizo, de organisatie van zelfstandige ondernemers, heeft enkele jaren geleden al enkele interessante bouwstenen voor zo'n model aangeleverd. Nu wordt er federaal op twee niveaus overlegd: interprofessioneel en sectoraal. In Vlaanderen worden er gesprekken gevoerd tussen de sociale partners - discussies die resulteren in Vlaamse werkgelegenheidsakkoorden. Maar de grijze zone tussen beide is veel te groot. Zo worden op federaal vlak nogal wat zaken geregeld die eigenlijk Vlaamse bevoegdheden zijn. Vandaar ook dat Vlaams minister van Arbeid Renaat Landuyt ( SP.A) bepaalde elementen van de prioriteitennota van Verhofstadt wil aankaarten in de interministeriële conferentie over het tijdskrediet. In een nieuw model wordt het interprofessioneel overleg gesplitst in een federale en regionale component. Het sectoraal overleg gebeurt alleen nog op regionaal niveau. De federaal bepaalde loonnorm moet dan regionaal worden ingevuld. Dat biedt Wallonië kansen: een tragere loonevolutie zou een belangrijke weg zijn voor de economische heropleving van de regio. In de regionale onderhandelingen wordt verder alles uitgewerkt inzake regionale bevoegdheden. Geen discussie meer over tijdskrediet dat nu moet worden besproken in salons waar het normaal alleen over federale thema's gaat. De bereikte akkoorden kunnen dan in de vorm van een collectieve arbeidsovereenkomst worden gegoten. Vlaamse cao's? Ja. Maar ook Waalse cao's. Cao's met andere woorden die aangepast zijn aan de regionale ontwikkeling. Is dit het einde van België? Neen, helemaal niet. Dat de lonen in New York anders zijn dan de lonen in New Mexico betekent niet het einde van de Verenigde Staten. Vergeet alstublieft de slogans.Voor de sociale partners heeft dit uiteraard belangrijke consequenties. De sectorale federaties moeten zich opsplitsen in Vlaamse en Waalse vleugels. Voor heel wat sectoren - en niet de minste (denk aan Agoria) - is dat al gebeurd. Andere moeten maar volgen. Het Vlaams Economisch Verbond (VEV) zal in dit model nog meer de rol van sociale partner gaan spelen en minder die van drukkingsgroep. Het zal meer met mandaten van de sectorfederaties rekening moeten houden. En het zal op die manier meer op het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) gaan lijken. Een nieuwe wereld die een gedeelte van het Vlaams radicalisme die het VEV nu vaak tentoonspreidt, zou kunnen afzwakken. Heeft Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS), de Waalse minister-president, daar al eens over nagedacht? Guido Muelenaer