Weer zo'n insect dat zich doodvliegt op de voorruit van Microsoft. Die sarcastische oprisping hoorde je wel vaker op recepties in Silicon Valley tijdens de plakkerig warme avonden, net nadat de Indiër Sabeer Bhatia en zijn collega Jack Smith op 4 juli 1996 Hotmail hadden gelanceerd. Het idee van gratis webmail schitterde in zijn eenvoud: e-mails kunnen versturen en ontvangen vanop het even welke pc om het even waar in de wereld, zonder dat je zelfs maar hoeft te betalen voor je e-mailadres. Het duo leerde elkaar kennen op Stanford University en werkte samen bij Apple Computer. Twee jaar later slorpte Microsoft het bedrijf inderdaad op, maar het betaalde er wel 400 miljoen dollar voor. Opnieuw gingen Bhatia en Smith over de tongen op de cocktailparty's, maar nu heette het dat Bill Gates niet goed wijs was om zo'n gigantisch bedrag neer t...

Weer zo'n insect dat zich doodvliegt op de voorruit van Microsoft. Die sarcastische oprisping hoorde je wel vaker op recepties in Silicon Valley tijdens de plakkerig warme avonden, net nadat de Indiër Sabeer Bhatia en zijn collega Jack Smith op 4 juli 1996 Hotmail hadden gelanceerd. Het idee van gratis webmail schitterde in zijn eenvoud: e-mails kunnen versturen en ontvangen vanop het even welke pc om het even waar in de wereld, zonder dat je zelfs maar hoeft te betalen voor je e-mailadres. Het duo leerde elkaar kennen op Stanford University en werkte samen bij Apple Computer. Twee jaar later slorpte Microsoft het bedrijf inderdaad op, maar het betaalde er wel 400 miljoen dollar voor. Opnieuw gingen Bhatia en Smith over de tongen op de cocktailparty's, maar nu heette het dat Bill Gates niet goed wijs was om zo'n gigantisch bedrag neer te tellen voor een twee jaar jong bedrijf. Dit spectaculaire succesverhaal met een hoog van-krantenjongen-tot-miljardair-gehalte mocht dan ook niet ontbreken in De naaktloper in de nachtdienst. Onder die duistere titel inventariseerde Po Bronson de ongeschreven wetten van zakendoen in het nu al legendarische gebied ten zuiden van San Francisco. Beleggers met kippenvel. Al sedert David Packard en de midden januari 2001 overleden William Hewlett in 1939 in een garage Hewlett-Packard oprichtten (nog een entrepreneursduo dat elkaar had leren kennen op Stanford), pioniert de omgeving in de steeds weer nieuw aanrollende technologiegolven. Maar nooit eerder kenden de bedrijven er zo'n bloei dan na de intrede van internet. De jongste jaren stroomden de avontuurlijke technische bollebozen en de ondernemende waaghalzen van allerhande pluimage massaal toe. Verhalen over instantsucces en twintigers die fortuinen verdienden, brachten een herhaling op gang van de goudkoorts die de streek in de negentiende eeuw teisterde. De broeierige sfeer in de jaren 1995 tot 1999 - een explosieve cocktail van de Californische alles-kan-hippierestanten met de tomeloze ambitie van noest werkende nerds en de demonische hebzucht van niet bepaald etherische businessengelen - registreerde Bronson in een aanstekelijke collage van reportages, interviews en portretteringen. De 39-jarige auteur is niet aan zijn proefstuk toe als chroniqueur van het kloppende hart van de economie, al verpakte hij de geluiden die hij opving met zijn journalistieke stethoscoop tot dusver vooral in fictief aangedikte bestsellers. Voorop pronken De poenjagers (een satire op het scherp van het scalpel, over de aandelenhandelaars van Wall Street, het kapitalistische mekka uit de jaren '80) en De eerste miljoenen zijn altijd het zwaarst (een brutaal gniffelende zakenroman over Silicon Valley, het businesseldorado van de jaren '90). De econoom Bronson (Stanford, alweer) werkte voordien als verkoper bij de First Boston Bank. Deze keer houdt hij het bij de realiteit. Die blijkt al verbazingwekkend, adembenemend en tumultueus genoeg in de hectisch pulserende slagaders van de dotcomindustrie. Bronson geeft geen droogstoppelige analyses en kliedert geen taartdiagrammen met modellen, maar maakt de ondernemerscultuur tastbaar door ze te beschrijven. Hij maakt pregnante snapshots.Gelukkig koos hij voor verschillende perspectieven. Hij pikt kleurrijke personages uit diverse marktsegmenten en functies. Zo focust hij onder meer op ondernemers, programmeurs en verkopers. In een apart hoofdstuk volgt hij de beursgang van een bedrijf - een veertigtal bladzijden die zowel ondernemers als beleggers kippenvel bezorgt.Waardeloze opties. Bronson schildert taferelen uit het boek Genesis van de nieuwe economie. Inmiddels erkennen zelfs de meest hardleerse gelovigen van de nieuwe economie dat de fundamentele geboden uit de oude economie nog altijd gelden. Het veldwerk voor dit boek werd al vroeg in 1999 afgesloten. In de dotcomwereld is dat een eeuwigheid geleden, zeker nu de aandelenbeurzen en risicokapitaalverschaffers het niet meer evident vinden om vertrouwen te koesteren in krakkemikkig gestructureerde bedrijven die de eerstvolgende jaren alleen maar verliezen zullen opstapelen. Je kan de maker van een snapshot niet verwijten dat het beeld daarna beweegt. Bronson zag de bui overigens wel hangen. In een epiloog vraagt hij zich af of de revolutie al voorbij is. "Je moet voortdurend alles upgraden." Bovendien mag Silicon Valley ook niet versmald worden tot de dotcombusiness. Bronson stipt aan "hoe supergaar deze plek is doordat het vuur al 50 jaar op de hoogste stand staat." Niemand beschouwt zich nog als revolutionair, maar de pioniers kunnen verder in Silicon Valley.Bronson heeft trouwens ook oog voor het absurde optimisme van sommige enthousiastelingen en voor de andere kant van de medaille - want lang niet elk bedrijf levert dollarmultimiljonairs op. Veel werknemers ploeteren er dag en nacht, louter vergoed met aandelenopties, die bij de afrekening misschien waardeloos zijn.Po Bronson, De naaktloper in de nachtdienst - Ware vertellingen over Silicon Valley. Arbeiderspers, 288 blz., 850 fr.Luc De Decker