Voor Olafur Eliasson is zijn grootste solotentoonstelling een grote terugkeer. In 2003, het jaar dat hij Denemarken vertegenwoordigde op de Biënnale, vulde hij de Turbine Hall in Tate Modern in Londen al met The Weather Project. Dat bestond simpelweg uit een grote gloeiende bol, die de zon voorstelde. Mensen kwamen gebiologeerd naar het artificiële ...

Voor Olafur Eliasson is zijn grootste solotentoonstelling een grote terugkeer. In 2003, het jaar dat hij Denemarken vertegenwoordigde op de Biënnale, vulde hij de Turbine Hall in Tate Modern in Londen al met The Weather Project. Dat bestond simpelweg uit een grote gloeiende bol, die de zon voorstelde. Mensen kwamen gebiologeerd naar het artificiële natuurfenomeen kijken en genoten van het gelige licht, als waren ze getuige van een echte zonsondergang. Die spanning tussen natuur en cultuur en tussen kunst en wetenschap is ook het thema van deze tentoonstelling, die opnieuw veel volk naar Tate lokt. Terecht: Eliassons installaties met licht, lucht, rook, water en kleur zijn heel toegankelijk voor een breed publiek. Maar de Deens-IJslandse kunstenaar overstijgt de visuele ervaring met een idealistische boodschap: hij stelt in zijn werk de echte uitdagingen van nu aan de kaak, zoals watersnood, klimaatverandering, armoede en ecologie. Daar heeft hij niet altijd grote installaties voor nodig, zoals een caleidoscopische tunnel of een 40 meter lange misttunnel: twee 'ervaringsmachines' waarin je zowel fysiek als mentaal verloren loopt. Ook zijn Little Sun is te zien: een klein lampje op zonne-energie, dat bedoeld is voor mensen die leven in gebieden zonder elektriciteit. De titel van de tentoonstelling, In Real Life, kun je gewoon letterlijk interpreteren: deze expo moet je live meemaken. De ervaring is een directe aanslag op de zintuigen, met natuurfenomenen zoals kristalvorming, kleurbreking en regenbogen als inspiratiebron. Eliassons werk is één grote wake-upcall voor de wereld om mensen actie te doen ondernemen, omdat kunst volgens hem de wereld kan veranderen.