De eerste Porche 911 stond in 1963 in de showroom. Ondertussen zijn er meer dan een miljoen van verkocht. Een ongeëvenaard succes in het segment van de sportwagens is dat. Vijfenvijftig jaar na de eerste versie is deze achtste generatie natuurlijk heel wat groter, maar de basisvormgeving is amper veranderd. De 911 is dan ook een van de grote iconen van de autowereld. Het is een model met een grote herkenbaarheid, met niets anders te verwarren. Dat de vorm heilig is, bewijst de volgende anekdote: met de generati...

De eerste Porche 911 stond in 1963 in de showroom. Ondertussen zijn er meer dan een miljoen van verkocht. Een ongeëvenaard succes in het segment van de sportwagens is dat. Vijfenvijftig jaar na de eerste versie is deze achtste generatie natuurlijk heel wat groter, maar de basisvormgeving is amper veranderd. De 911 is dan ook een van de grote iconen van de autowereld. Het is een model met een grote herkenbaarheid, met niets anders te verwarren. Dat de vorm heilig is, bewijst de volgende anekdote: met de generatie die in 1998 werd gelanceerd, ging Porsche voor ovale koplampen, in plaats van ronde. De Porsche-liefhebbers kwamen net niet in opstand. De generatie 1998 is nog altijd de minst populaire 911. En de goedkoopste op de oldtimermarkt. De opvolger had weer rondere koplampen. Natuurlijk zijn er ontwikkelingen waar je als autobouwer zelfs met een icoon niet omheen kan. De digitalisering van het interieur bijvoorbeeld. Op blogs en fora van merkfanaten sloeg de paniek toe, want Porsche had laten uitschijnen dat de vertrouwde lay-out van de boordplank zou veranderen. Niet, dus. De contactsleutel blijft links van het stuur, typisch voor de 911. En de toerenteller blijft het centrale, grootste en meest prominente instrument, en bovendien nog altijd analoog. De andere tellers zijn voor het eerst in de geschiedenis van de 911 digitaal. Heilige huisjes pas je misschien wel aan, maar je sloopt ze nooit. Ook een traditie bij de lancering van een nieuwe generatie van de 911 is dat de prestaties alweer wat scherper zijn. De zescilinder met dubbele turbo heeft nu dertig paarden meer, en dankzij het gebruik van veel aluminium is de auto iets lichter. Voluit accelereren stuwt de inzittenden met de rug tegen de stoel, en je kan de nieuwe 911 met een rotvaart door de bocht jagen. Maar meer dan ooit maakt de 911 weer het verschil met andere sportwagens van huizen als Ferrari, Lamborghini en zelfs Aston Martin, met zijn sublieme gebruiksgemak. Lees: je kunt er ook dagelijks heel gewoontjes mee rijden, uren aan een stuk. De Porsche 911 rijdt even makkelijk en comfortabel als een Volkswagen Golf, als je hem op die manier gebruikt. Je kunt er dus mee op het circuit om je rijkunst te toetsen, maar je kunt er evengoed mee naar de bakker zonder je rug te verknoeien. Puik werk. Alweer.