Bij de 157 ondernemingen en individuen die door opeenvolgende panels van VN-experts sinds maart 2000 met de vinger werden gewezen voor plundering van bodemrijkdommen in Congo, waren er 21 als 'Belgisch' gecatalogeerd. De bekendste zijn: nieuwematerialengroep Umicore, Belgolaise Bank ( Fortis), BBL (nu ING-bank ), George Forrest International en coltan-trader Cogecom. De overige genoemden zijn diamantbedrijven uit Antwerpen. In het VN-rapport werden de 157 ondernemingen en personen in vijf categorieën opgedeeld. ...

Bij de 157 ondernemingen en individuen die door opeenvolgende panels van VN-experts sinds maart 2000 met de vinger werden gewezen voor plundering van bodemrijkdommen in Congo, waren er 21 als 'Belgisch' gecatalogeerd. De bekendste zijn: nieuwematerialengroep Umicore, Belgolaise Bank ( Fortis), BBL (nu ING-bank ), George Forrest International en coltan-trader Cogecom. De overige genoemden zijn diamantbedrijven uit Antwerpen. In het VN-rapport werden de 157 ondernemingen en personen in vijf categorieën opgedeeld. Trends licht er de markantste uit: Umicore en Belgolaise worden van de lijst 'verdachten' geschrapt omdat ze overtuigend aangewezen hebben dat ze óf misleid werden en/of inmiddels gepaste maatregelen hebben genomen; Mijnexpoloitant Forrest belandt in de categorie ' resolved subject to NCP monitoring compliance', wat vertaald kan worden als: 'zichzelf oplossend (dossier), onderworpen aan welwillend toezicht van het NCP ( nvdr - Belgisch Nationaal Contactpunt bij Economische Zaken)' - een uitzonderlijke categorie, waarin slechts twee bedrijven voorkomen: naast Forrest ook mijnbedrijven in Katanga van de Brits/Zimbabwaanse wapenhandelaar John Bredenkamp. Over deze twee zegt het verslag dat ze met het VN-panel "voorlopige voornemens ( provisional resolutions)" onderschreven over deugdelijk bestuur, en verbintenissen aangingen die na afsluiting van het eindrapport op 30 oktober nog in uitvoering zijn. Daarom wordt het Nationaal Contactpunt (NCP) verzocht die dossiers op te volgen. In elk land dat de aanbevelingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) over businessethiek bij investeringen in het buitenland ondertekende, werd een NCP opgericht, ook in België. In de categorie 'doorverwezen naar NCP voor verder onderzoek' zitten de Brusselse coltan-traders Cogecom en Specialty Metals Company, bankier BBL (ING) en Sierra Gem Diamonds. Het VN-panel vraagt NCP het gedrag van die bedrijven te toetsen aan de Oeso-richtlijnen. In een vierde categorie staan hoofdzakelijk individuen, meestal politici of machthebbers in Congo, Oeganda, Zimbabwe en Zuid-Afrika. Categorie vijf is merkwaardig, want geeft 33 namen die nooit reageerden op vragen van het VN-panel, onder wie vier Belgen en ook de Zwitser Chris Huber. Huber wordt in Oost-Congo genoemd als spilfiguur in de coltanhandel via Rwanda door de zogenaamde 'Kazachse connectie', maar dat kanaal komt in geen enkel VN-rapport aan bod. De bekende Russische wapenhandelaar Victor Bout reageerde ook niet. De VN-rapporteurs melden dat er een commissie wordt opgericht die alle mijncontracten moet onderzoeken die ondertekend werden na het aantreden van wijlen president Laurent-Désiré Kabila in 1997. Er wordt aangedrongen op doorzichtigheid ('transparency') van geldstromen in de mijnexploitatie overeenkomstig het Publish What You Pay-initiatief van de George Soros Stichting. Steun door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds zal afhankelijk worden gemaakt van de publicatie van belastingen, royalty's, commissielonen en andere betalingen. E.B.De VN schuift dossiers van onder meer Forrest-groep en coltan-trader Cogecom door naar België.