Eind vorige week kwamen de verzorgers uit de non-profitsector opnieuw op straat om hun eis voor 25.000 extra banen kracht bij te zetten. Daarnaast willen de actievoerders ook hogere lonen en hogere premies voor nacht- en weekendwerk. Half februari palmden 15.000 manifestanten de Brusselse straten al in en vorige week deden ze dat opnieuw. Voor wie er nog aan twijfelde: de witte woede leeft.
...

Eind vorige week kwamen de verzorgers uit de non-profitsector opnieuw op straat om hun eis voor 25.000 extra banen kracht bij te zetten. Daarnaast willen de actievoerders ook hogere lonen en hogere premies voor nacht- en weekendwerk. Half februari palmden 15.000 manifestanten de Brusselse straten al in en vorige week deden ze dat opnieuw. Voor wie er nog aan twijfelde: de witte woede leeft. Het is niet de eerste keer dat de sector aan de alarmbel gaat hangen. Eind de jaren tachtig was het al eens hommeles en dreigde er een tekort aan verpleegkundigen. Toen heette het vooral dat de financiële voorwaarden voor het zware werk zo erbarmelijk waren dat niemand nog verpleegkunde wou studeren. De salarissen van het verplegend personeel kregen begin de jaren negentig geleidelijk een duwtje in de rug en het aantal studenten steeg weer. Bovendien zorgde een aantal cursussen voor de herintrede van ex-verpleegsters voor soelaas. Begin 2000 wisten toenmalig federaal minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke ( SP.A) en Vlaams minister van Welzijn Mieke Vogels ( Agalev) de gemoederen te bedaren met een meerjarenplan voor 2000-2005. De sector was toen erg tevreden met de gelijkschakeling van de loonschalen tussen de ziekenhuis- en zorgsector en met de maatregelen voor arbeidsduurvermindering vanaf 45 jaar voor verplegende beroepen. Eens op kruissnelheid hing daar voor de overheid een prijskaartje van 694 miljoen euro aan. De sociale vrede zat gebeiteld. Allemaal tijdelijk, zo blijkt nu, want er is een structureel probleem. De tijd van de altruïstische Florence Nightingale en geestelijke ziekenzusters is immers lang voorbij. Vandaag zijn ziekenhuizen hoogst professionele werkplekken waar efficiëntie de toon zet. De afstand tussen patiënten en verzorgers wordt groter door administratieve taken, patiënten worden mondiger en het verplegend personeel gaat steeds dieper gebukt onder te hoge werkdruk. Een nieuwe personeelsschaarste dreigt, zo valt te horen. En dat is heus geen Belgisch fenomeen; het is gemeengoed in alle geïndustrialiseerde landen. Bovendien blijft de zorgsector niet beperkt tot de wereld van ziekenhuizen. Een toenemend aantal 'verzorgers' is actief in rusthuizen, gehandicapteninstellingen en de thuiszorg. Op dat terrein - de zogenaamde welzijnszorg - stijgt de vraag door de vergrijzing zelfs sneller dan in de ziekenhuiswereld. De eisen van de bonden blijven echter traditioneel: meer loon, meer personeel, flexibeler uitstapregelingen. Hun stok achter de deur is het geloof in een kwalitatieve zorg zoals die vandaag in België bestaat. Met andere woorden: als de zorgberoepen niet aantrekkelijker worden, dreigt er een personeelstekort en is het onmogelijk om het huidige kwaliteitsniveau in stand te houden. Jaarlijks rekruteert het UZGasthuisberg in Leuven, het grootste ziekenhuis van ons land, 150 verpleegkundigen. Dat is elk jaar een flink uit de kluiten gewassen KMO. Iedere personeelsdirecteur zal bevestigen dat het behoorlijk wat inspanning vraagt om zo'n aanwervingsbeleid te structureren. "Het lukt ons alleen omdat ons ziekenhuis een grote aantrekkingskracht heeft," zegt Bart Van Daele, directeur van Gasthuisberg. "Toch wordt het steeds moeilijker om de nodige mensen te vinden." Er is een vreemde paradox in het spel: het aantal verpleegkundigen neemt gestaag toe en toch spreekt de sector van een dreigend structureel personeelstekort tegen 2008. In 2000 waren er in Vlaanderen ongeveer 65.383 actieve verpleegkundigen. Tegen 2020 zou hun aantal aangroeien tot 87.740, berekende professor Jozef Pacolet van het Hoger Instituut Voor de Arbeid ( Hiva). Dat is een gemiddelde aangroei met liefst 1118 verplegers per jaar. Nu hoeft dat op zich geen probleem te zijn voor een studierichting waarvoor zich in september 2001 nog 3462 studenten inschreven voor het eerste jaar. Toch behoort verpleegkunde volgens de VDAB tot de zogenaamde knelpuntberoepen en gelooft de sector dat er een tijdbom tikt onder het witte legioen. Dat is geen fraai toekomstbeeld voor een maatschappij waarin een vergrijzende bevolking het leidmotief van de actieve welvaartsstaat is. "De schaarste aan verpleegkundigen is mee bepaald door de situatie van de gezondheidszorg in zijn geheel," weet Bart Van Daele. "Door de vergrijzing is er meer personeel nodig in de rust- en verzorgingstehuizen (RVT's) en voor de thuiszorg. Het ziekenhuispersoneel krijgt wel wat ademruimte door de steeds kortere verblijftijd van patiënten. Dat houdt het beddenaantal stabieler, maar de patiënten die wel in het ziekenhuis liggen, hebben zwaardere zorgen nodig. Dus moet je opnieuw investeren in personeel. Eigenlijk moet je voor hetzelfde aantal bedden meer ver-plegers hebben dan tien jaar geleden. De situatie wordt precair omdat in de komende tien jaar de babyboomers met pensioen zullen gaan." "Toch loopt het allemaal niet zo'n vaart," zegt professor Jozef Pacolet. Hij beschouwt de zorgsector als een groeisector voor werkgelegenheid en publiceerde verschillende studies over de evolutie ervan. "Wij geloven dat de mensen kunnen worden gevonden om sectorexpansie in te vullen. In 1990 ging slechts 4 % van alle achttienjarigen verpleegkunde studeren, in 1997 was dat bijna 6 %, maar sindsdien en tot vorig jaar was het aantal significant gedaald. Als dat zich voortzet, ontstaat er op termijn een tekort. Maar fundamenteel blijft er voldoende interesse voor het beroep en de opleidingen in de zachte sector. Zo is het aantal eerstejaarsstudenten het jongste jaar weer gestegen."De zorgsector is een jonge sector die in zijn volle betekenis pas de jongste kwarteeuw is uitgebouwd. Eerst de ziekenhuizen, nadien de thuisverpleging en nog later de ouderenzorg. De groep verpleegkundigen is dus nog een relatief jonge beroepsbevolking. Volgens Pacolet klopt het wel dat er bij een toenemende vraag problemen kunnen ontstaan. Hoe beheersbaar die zijn, zal afhangen van hoe snel de huidige generatie het beroep verlaat en hoe groot de instroom van nieuwe mensen is. Pacolet: "Het is dan ook beter dat we in een zo ruim mogelijke instroom voorzien. Daarom was het met het oog op de vergrijzing geen goed idee om de tweejarige opleiding halverwege de jaren negentig op te doeken."De bonden willen 25.000 extra banen. Maar is er vandaag sprake van een onderbezetting? Opnieuw levert studiewerk van Pacolet een genuanceerd beeld op. België doet het niet slecht als je vergelijkt hoeveel verpleegkundigen er per 1000 inwoners zijn in de verschillende Europese landen. De sector gelooft dat er onder invloed van de toenemende druk nood is aan bijkomend personeel. "Maar je kunt de bestaande groei van de zorgsector niet in het oneindige doortrekken," zegt Bart Van Daele. "Op lange termijn is dat zowel budgettair als voor de personeelsbezetting een probleem. Daarom moeten er op korte termijn maatschappelijke keuzes worden gemaakt. Zoniet stevenen we in België regelrecht af op een geneeskunde met wachtlijsten, net zoals in de buurlanden."De bonden van de zorgsector claimen dat hun mensen een kleine 10 % te weinig verdienen. Voor de werkneemsters van rust- en verzorgingstehuizen en kindercrèches klinkt die stelling wellicht eigenaardig. Ongeveer vijf jaar geleden zagen zij hun loon een flinke sprong maken. Door de gelijkschakeling van de loonschalen in de welzijnssector ging hun inkomen met circa 17 % omhoog. De bonden baseren zich voor hun stelling op - alweer - een studie van het Hiva en willen dat er loonmatig een nieuwe inhaalbeweging komt. Maar de budgettaire ruimte van de regering is beperkt. Het getouwtrek over de middelen van de ziekteverzekering is de jongste jaren een voortdurend agendapunt van elke begrotingsronde. Daarom houden de betrokken federale ministers Frank Vandenbroucke (Werk) en PS'er Rudy Demotte (Sociale Zaken en Volksgezondheid) het voorlopig op een evaluatie van het meerjarenplan. De Vlaamse regering reageerde tot grote ergernis van de vakbonden nog niet op de eisen van de zorgverleners. Vreemd genoeg staan de werkgevers in hetzelfde kamp als het personeel. De eis voor meer loon kan immers niet worden losgekoppeld van de financiering van ziekenhuizen en RVT's. Een modern ziekenhuis runnen, is een kostelijke aangelegenheid. De personeelskosten bedragen 70 % tot 80 % van de totale kosten in het ziekenhuis. En daarop kan niet bespaard worden zonder de kwaliteit (verder) te ondergraven. De overheid hanteert momenteel zowel voor ziekenhuizen als voor rust- en verzorgingstehuizen een financiering op basis van het beddenaantal. "Maar vandaag gaan de ziekenhuizen gebukt onder een jaarlijks tekort van 250 miljoen euro omdat die overheidsfinanciering de bestaande personeelskosten niet dekt," klaagt Bart van Daele. "Je kunt natuurlijk beweren dat de sector rationeler moet omspringen met zijn middelen, maar uit internationale vergelijkingen blijkt dat Belgische ziekenhuizen juist heel efficiënt omgaan met de middelen die ze hebben. We zijn het dan ook beu om van verspilling te worden beschuldigd. Daarmee wil men de onderfinanciering onder de mat vegen, terwijl wij dagelijks artsen en verpleegkundigen moeten motiveren om zich vaak in moeilijke omstandigheden te blijven inzetten voor de patiënten. De medische activiteit is vandaag gewoon een pak complexer dan twintig jaar geleden."Heeft de onvrede niet te maken met een slecht imago van het beroep? De studie van het Hiva mag dan wel een loonverschil van 9 % tegenover andere sectoren vaststellen, hetzelfde onderzoeksinstituut signaleert ook de grote werkzekerheid voor de beroepsgroep. Verplegers en verzorgers hebben een belangrijke taak, maar krijgen daarvoor niet altijd het maatschappelijke aanzien dat ze verdienen. Los van financiële stimuli loert demotivatie om de hoek als je tegen de klok patiënten moet wassen en zorgen dat elke zieke aandacht krijgt. Bovendien stijgt de administratieve druk: elke actie moet worden geregistreerd, precies omdat rationeel en efficiënt werken meetbare parameters vergt. Bovendien blijft het een erg belastende job, onder meer door de nachtdiensten, het weekendwerk en het optillen van immobiele patiënten. En alsof dat niet genoeg is, vechten verplegers al jaren tegen het imago dat ze het knechtje van de dokters zijn. Onbegrijpelijk is het niet dat heel wat mensen niet staan te springen om in de sector aan de slag te gaan. "Het is nodig het beroep anders te positioneren," vindt Rita Lagae, directrice Verpleegkunde in Gasthuisberg. "De techniciteit van de zorg neemt toe, dus komen er steeds meer verplegers met een eigen specialisatie. Die evolutie naar een eigen expertiseveld moet worden versterkt. Het biedt de mogelijkheid om je profileren. Tot op heden is de carrière van verpleegkundigen te vlak." Vreemd genoeg blijkt dat verzorgers, ondanks hun zware beroep, niet snel hun carrière opgeven. Juist omdat een snelle uittreding van oudere verpleegkundigen het probleem van schaarste zou vergroten, is retentiemanagement van belang. Met andere woorden: geleidelijke uitstapregelingen zijn nodig. Dat gebeurt blijkbaar ook. Slechts 50 % van de verpleegkundigen in ziekenhuizen werkt voltijds. In rusthuizen is dat 40 %; in de thuisverpleging is dat amper 28 %. Pacolet: "Als je de jongste tien jaar de stijging in het aantal voltijdse equivalenten vergelijkt met het aantal verpleegkundigen in de sector, dan blijkt dat het aantal verplegers sterker is gestegen dan het aantal voltijdse equivalenten. Dat betekent dat er inderdaad meer werk is voor verzorgend personeel, maar dat het ook flexibeler wordt ingevuld." (zie tabel: Flexibele verdeling onder Vlaamse verpleegkundigen) Maar de bonden willen meer. De huidige mogelijkheden om vanaf 45 jaar arbeidsduurvermindering mogelijk te maken voor verpleegkundigen, vinden ze onvoldoende. Ze willen het hele systeem van arbeidsduurvermindering vanaf 45 ook openstellen voor andere werknemers in de zorgsector. En op dat vlak hebben ze de werkgevers nu eens niet aan hun kant. Rita Lagae: "Dat is eigenlijk een oude truc die verpleegkundigen gijzelt. Als dezelfde voorwaarden voor arbeidsduurvermindering gelden voor bijvoorbeeld logistiek personeel, is dat niet terecht. Op de duur is een interne onderhoudsploeg duurder dan een externe."Roeland Byl"Met het oog op de vergrijzing was het geen goed idee om de tweejarige opleiding op te doeken." (professor Jozef Pacolet, Hiva) "Voor hetzelfde aantal bedden moet een ziekenhuis vandaag meer verplegers hebben dan tien jaar geleden." (Bart Van Daele, directeur Gasthuisberg)