Een kunstmatig pleziereiland, dat is momenteel hét hebbeding in de Perzische Golf. Dubai heeft zijn palm en Qatar bouwt aan zijn parel, een fraai gelijnde verovering op zee van 5 bij 3,5 kilometer. Een portie nieuw land waar luxehotels, appartementen en villa's voor 25.000 mensen worden neergepoot. In juli 2006 moet het eiland klaar zijn.
...

Een kunstmatig pleziereiland, dat is momenteel hét hebbeding in de Perzische Golf. Dubai heeft zijn palm en Qatar bouwt aan zijn parel, een fraai gelijnde verovering op zee van 5 bij 3,5 kilometer. Een portie nieuw land waar luxehotels, appartementen en villa's voor 25.000 mensen worden neergepoot. In juli 2006 moet het eiland klaar zijn. Projectleider is de Vlaming Hedwig Vanlishout, werkzaam voor Qatar Dredging Company (QDC), een joint venture van de Vlaamse baggeraar Deme (45 %), de Qatarese overheid (10 %) en United Development Company (45 %), een groep van privé-investeerders van Qatar. UDC is ook de projectontwikkelaar van de parel. "Het project had een initiële contractwaarde van ongeveer 150 miljoen euro. We zitten intussen aan 175 miljoen euro, omdat de opdrachtgever een hoger niveau van afwerking bestelde. De Qatari zijn fair en vergoeden ons voor de extra eisen. De extra inspanning is evenwichtig verdeeld. We verdienen een normale marge," zegt Marc Stordiau, CEO van Deme. "Dit is geen hit-and-run, wel een investering in onze reputatie hier om nog meer contracten binnen te halen."Deme heeft hiervoor een specifieke strategie. Marc Stordiau: "We kozen met QDC bewust voor een joint venture met Qatar. De lokale partner is een sterke bondgenoot om contracten in de Golfregio weg te kapen. Ook in India pakken we het zo aan. We passen als enige die strategie toe, maar ze werkt. Het orderboek aan projecten in uitvoering weegt hier 500 miljoen euro."De Golfregio is goed voor 20 % van de omzet van Deme. Stordiau: "Het hele orderboek is goed gevuld. Sinds zes maanden is de vraag groter dan het aanbod. De markt was cyclisch, ze zal de komende zes jaar aantrekken."De werken aan de parel schieten op. "Twee ploegen van 600 man werken bijna de klok rond. Ruim 450 graafmachines hertekenen het landschap," vertelt Hedwig Vanlishout. "Het is technisch een moeilijk project, omdat we eerst vanuit het niets een plek op zee moesten veroveren, en we werken met een uniek procédé. De helft van de werken wordt nat uitgevoerd: baggerschepen spuiten materiaal uit de zeebodem op. De andere helft van de werken wordt droog gerealiseerd. Er worden eerst tijdelijke dijken gebouwd rond een stuk zee om die zone vervolgens leeg te pompen. Die techniek is gelukt en laat ons toe topkwaliteit af te leveren, omdat bijvoorbeeld de corniche en aanlegsteigers van het eiland in dat droogdok perfect afgewerkt kunnen worden." Ook opvallend is dat de zee rond het eiland ten minste twee meter diep moet zijn. "Want pas vanaf die diepte krijgt het water zijn mooie blauwe kleur. Onze klant stond daarop," zegt Hedwig Vanlishout.