In Bilzen, een paar kilometer van de Belgisch-Nederlandse grens, houdt GymnaUniphy kantoor. Alles aan het bedrijf straalt een dubbele identiteit uit. De onderneming bestaat officieel pas sinds 1997, maar heeft wortels in de Belgische firma Gymna en het Nederlandse Uniphy. Op die manier dateren de fundamenten al van 1963. Uniphy was een bekende leverancier van elektromedische apparaten voor fysiotherapeuten, in Vlaanderen beter bekend als kinesisten. Die beroepsgroep kende Gymna dan weer als leverancier van behandelbanken. Tegenwoordig levert GymnaUniphy niet alleen aan kinesisten, maar richt zich ook op de markt van de sportclubs, fitnesscentra en bedr...

In Bilzen, een paar kilometer van de Belgisch-Nederlandse grens, houdt GymnaUniphy kantoor. Alles aan het bedrijf straalt een dubbele identiteit uit. De onderneming bestaat officieel pas sinds 1997, maar heeft wortels in de Belgische firma Gymna en het Nederlandse Uniphy. Op die manier dateren de fundamenten al van 1963. Uniphy was een bekende leverancier van elektromedische apparaten voor fysiotherapeuten, in Vlaanderen beter bekend als kinesisten. Die beroepsgroep kende Gymna dan weer als leverancier van behandelbanken. Tegenwoordig levert GymnaUniphy niet alleen aan kinesisten, maar richt zich ook op de markt van de sportclubs, fitnesscentra en bedrijfsfitness. Het product bij uitstek daarvoor is de populaire trilplaat. "Wij mikken echter alleen op de professionele markt. Bij ons vind je geen laaggeprijsde producten voor thuisgebruik," benadrukt gedelegeerd bestuurder Rob Vliek. De diversificatiestrategie dateert van 2002. Toen besloot de huidige bedrijfsleiding om ook buiten de gespecialiseerde markt van de fysiotherapie zijn heil te zoeken. Niet zonder succes: ondertussen is het fusiebedrijf uitgegroeid tot een kmo die zijn producten afzet in zeventig landen. Van de groepsomzet van bijna 20 miljoen euro komt nu ruim 20 % van de wellnessdivisie. Het is de sterkst groeiende tak. De keuze om te diversifiëren werd ingegeven door de beslissing van de Belgische regering om het aantal kinesistenpraktijken te beperken. "We moesten dat dalende verkooppotentieel compenseren," vertelt Vliek. "Aanvankelijk mikten we daarvoor op meer export, maar uiteindelijk kozen we ervoor om ook de wereld van de fitnesscentra aan te boren."Er werken ongeveer vijftig mensen in Bilzen. Daarnaast heeft de groep een kantoor met twintig werknemers in Berlijn, waar het zijn trilplaten maakt. Het kapitaal van de groep is in handen van de Nederlandse financiële holding IMS, waar ook het management in participeert. Vroeger assembleerde GymnaUniphy de elektronica van zijn toestellen zelf en bouwde het zijn behandelbanken in Bilzen. In 2003 begon het zich echter meer te profileren als internationale verkooporganisatie en besloot de productie uit te besteden. Twee bedrijven in de buurt - Provan in Genk en Quality Systems in Borgloon - namen de productie en de werknemers gewoon over. Het gaat om 24 arbeiders die overstapten naar de toeleveranciers. Op die manier kon een pak knowhow bewaard blijven. Een deel van de arbeiders zit fysiek zelfs nog in de oude gebouwen van GymnaUniphy. Na een marktdiversificatie en het afslanken van zijn productieapparaat concentreert GymnaUniphy zich nu op de uitbreiding van zijn exportmarkten. Op dit moment staat het bedrijf al sterk in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. In Zwitserland, Spanje en Groot-Brittannië groeit het marktaandeel, terwijl Oost-Europa, Midden-Oosten en Azië ontluikende markten zijn. "We willen bij de marktleiders horen op elk continent," benadrukt Rob Vliek. Daarom hertekende de groep in 2003 ook haar verkooporganisatie. Voor België en Nederland doet GymnaUniphy zelf niet langer de verkoop. De interne verkoopploeg richtte een eigen verkoopkantoor op en nam de verkoopactiviteit via een soort management buy-out over. Het moederhuis fungeert enkel nog als leverancier aan de nationale verkooporganisaties. Roeland Byl