‘VLAANDEREN ZAL FEDERALE LASTEN MOETEN OVERNEMEN’

Een staatshervorming zal zeker ook in het teken staan van een herverdeling van de lasten. De federale regering heeft dringend hulp nodig en Vlaanderen bereidt zich daar maar beter op voor. Dat is de afscheidsboodschap van Etienne Poelvoorde, doorgewinterde waakhond van de Vlaamse begroting en kenner van het Belgische financiële huis.

Door daan killemaes & boudewijn vanpeteghem, fotografie jelle vermeersch

Door Daan Killemaes & Boudewijn Vanpeteghem, fotografie Jelle Vermeersch

Keek een Vlaamse regering op haar begroting niet verder dan haar neus lang was? Etienne Poelvoorde zette de puntjes op de i. Verkocht een Vlaamse regering budgettaire meevallers als structurele besparingen? Etienne Poelvoorde vlooide het uit en zette de eigenlijke besparingen zwart op wit op papier. Stelde een Vlaamse regering haar begroting iets te rooskleurig voor? Etienne Poelvoorde prikte genadeloos de ballon door. “Dat is ons niet altijd in dank afgenomen. We hebben wel eens boze telefoontjes gekregen van ministers, maar er is nooit druk uitgeoefend om ons het zwijgen op te leggen of ons financieel droog te leggen”, zegt Etienne Poelvoorde, de begrotingsspecialist van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), die voor de sociale partners de Vlaamse begroting in de gaten houdt.

Vanaf 1 augustus is Etienne Poelvoorde begrotingswaakhond op rust. Een kwarteeuw lang pluisde hij voor de SERV de rekeningen van de Vlaamse overheid na. Het jaarlijkse adviesrapport van de SERV over het budget werd een referentiepunt bij de beoordeling van het begrotingswerk van de Vlaamse regering.

Eigenlijk is het merkwaardig dat de sociale partners de Vlaamse begroting in de gaten houden. “We hebben destijds, in 1985, kunnen afdwingen dat de politieke overheid akkoord ging om de sociale partners een eigen inbreng te geven in begrotingskwesties. Onze rol als kritische waarnemer werd snel algemeen aanvaard.”

ETIENNE POELVOORDE. “We hebben onze stempel kunnen drukken op het Vlaamse begrotingsbeleid. Zo hebben we in de eerste jaren een visie op langere termijn in het begrotingsbeleid geslepen, bijvoorbeeld via de opmaak van een SERV-norm en later via het opstellen van een meerjarenbegroting. We hebben ook gehamerd op een structurele benadering, waarbij het begrotingsresultaat gefilterd wordt voor meevallers en de conjunctuur. Zo wezen we de begroting van 1991 naar de prullenmand omdat het aangekondigde tekort geen rekening hield met een resem engagementen. De neus van de kameel zat in de begroting, maar er werd geen rekening gehouden met rest van de kameel, die de volgende jaren tevoorschijn zou komen in de uitgaven.

“Soms trokken we aan de alarmbel, zoals in 2003 en 2009, toen de begroting gunstiger werd voorgesteld dan ze was. Vorig jaar kwam er geen nieuwe raming van de vooruitzichten hoewel we ondertussen in een financiële en economische crisis waren beland. En de nieuwe Vlaamse regering heeft voor de bijsturing van de begroting 2009 heel wat meevallers vermomd als besparingen. Ze heeft dat voor 2010 beter aangepakt.

“Het gebeurt natuurlijk ook dat we er met onze ramingen naast zitten. Ik zeg dan dat de werkelijkheid zich niet aangepast heeft aan onze ramingen.” (lacht)

De staatsfinanciën moeten worden gesaneerd en de staat hervormd. Hoe ziet u die puzzel in elkaar vallen?

POELVOORDE. “Moeilijke vraag. Er is in elk geval voldoende consensus dat alle overheden in dit land een gezamenlijke inspanning van ruim 22 miljard euro moeten doen. Dat zal niet vanzelfsprekend zijn. Meer dan de helft van de stijging bij ongewijzigd beleid zit bij de sociale uitkeringen. Een groot deel daarvan is wettelijk vastgelegd. Besparen betekent daarom ingrijpen in die wettelijke mechanismen.

“Een tweede element in de discussie is dat deze raming van de inspanning gebaseerd is op de veronderstelling dat de deelstaten hun begrotingsbeleid bijsturen zoals ze al aangekondigd hebben. Die oefening van 22 miljard euro komt dus bovenop de al beloofde sanering bij de deelstaten, en het gros van de inspanning van 22 miljard euro valt dus ten laste van de federale overheid en de gemeenten. Daarmee is natuurlijk nog niets gezegd over hoe de inspanning verdeeld moet worden.

“De Hoge Raad voor Financiën stelt voor om 65 procent van de inspanning te laten dragen door de federale regering en de sociale zekerheid. De deelstaten en de lokale overheden zouden 35 procent moeten leveren, in verhouding tot hun aandeel in de uitgaven. Dat betekent dat Vlaanderen 12 procent voor zijn rekening moet nemen en dan zou het tegen 2015 serieuze overschotten moeten boeken.

“Dat is niet in overeenstemming met het Vlaamse regeerakkoord. Dat een overdracht van bevoegdheden naar de deelstaten gepaard moet gaan met een evenredige overdracht van middelen, houdt naar mijn gevoel onvoldoende rekening met de financiële druk op het federale niveau.”

Het is dus niet houdbaar dat de factuur van bijna alle vergrijzingsuitgaven in de bus van de federale regering valt?

POELVOORDE. “Inderdaad. Het grote probleem is dat er een enorme kloof groeit tussen de verdeling van de middelen en de verdeling van de lasten. De middelen worden tussen de federale regering en de deelstaten verdeeld alsof er geen vergrijzing is, terwijl die vergrijzingslasten bijna volledig ten laste van de federale overheid vallen. De federale staatskas bloedt vooral en in toenemende mate door de stijging van de uitgaven in de sociale zekerheid, en niet zozeer door de evolutie van de financieringswet. De overdracht van middelen naar de deelstaten is vrij constant in percentage van het bruto binnenlands product. Daar ligt het kalf dus niet gebonden. Al kun je wel sleutelen aan de manier waarop de ontvangsten gebeuren en dan praat je over fiscale autonomie. Je zou de deelstaten wat meer bevoegdheid kunnen geven over de personenbelasting, maar dat zal niet veel veranderen aan de verdeling van de middelen.

“Er is veel kritiek op de financieringswet, maar zij melkt de federale kas niet leeg. Het Lambermontakkoord paste haar wel aan in het voordeel van de deelstaten. De financiering van de gemeenschappen, vooral het onderwijs, hinkte immers achter op de economische groei en dat was niet houdbaar.

“Maar hoe dicht je de kloof tussen de federatie en de deelstaten? Dat zal niet lukken door voor elke overdracht van bevoegdheden naar de deelstaten een evenredige overdracht van middelen te plaatsen. Er is dus een herverdeling van lasten nodig.”

Vlaanderen zou bijvoorbeeld zelf de pensioenen van zijn ambtenaren en onderwijzend personeel kunnen betalen. Nu betaalt de federale overheid die pen-sioenen.

POELVOORDE. “Ja, dat gaat snel over een factuur van 2,5 miljard euro per jaar. Het is ook logisch en een kwestie van verantwoordelijkheid dat Vlaanderen het pensioen van zijn eigen personeel betaalt, want het is het Vlaamse beleid dat beslist over de omvang van die pensioenlasten.

“Een verdeling van de overheidsschuld kan op korte termijn eveneens soelaas brengen. Meer fiscale autonomie zonder een verdeling van de schuld zou niet verantwoord zijn.

“Voor het uitbreken van de crisis, die het plaatje grondig heeft gewijzigd, hebben we daar al wat oefeningen over gedaan. Als Vlaanderen schuldenvrij zou willen blijven, dan zou het per jaar ongeveer 1,7 procent extra bovenop inflatie mogen uitgeven. Dat is in lijn met de potentiële groei van onze economie. Dat perspectief biedt volgens ons de mogelijkheid om financiële ruimte te scheppen voor het overnemen van een deel van die federale lasten. Dan zou dat voor Vlaanderen geen onoverkomelijk probleem mogen zijn.”

Als Vlaamse minister-president Kris Peeters zegt dat hij bij extra bevoegdheden meer middelen wil, dan zegt u: dat wordt moeilijk.

POELVOORDE. “Ja. Gegeven de precaire situatie van de federale schatkist, houdt Vlaanderen er best rekening mee dat met de overdracht van bevoegdheden niet evenredig meer middelen zullen overkomen. Vlaanderen zal dus een deel van de federale lasten moeten overnemen. Veronderstel een potentieel van een gemiddelde reële economische groei van 1,5 procent op langere termijn, dat geeft ruimte om per jaar bovenop de inflatie ongeveer 375 miljoen euro extra uit te geven. Anderhalf procent groei op de Vlaamse begroting van ongeveer 25 miljard euro. Binnen dat kader zal het moeten gebeuren. Dat is veel en toch weer niet.”

Moet Vlaanderen ernaar streven schuldenvrij te zijn? Er zijn zoveel investeringen nodig.

POELVOORDE. “Het is perfect verdedigbaar om te lenen voor rendabele investeringen. Het woordje ‘rendabele’ is daarbij niet onbelangrijk. Maar de gezamenlijke overheid zit financieel in zulke slechte papieren dat ze niet meer kan lenen om te investeren. De toestand zal trouwens nog nijpender worden. We moeten de schuld dus afbouwen. We hebben ten minste begrotingen in evenwicht nodig en liefst wat overschotten om de toenemende druk op te vangen. De deelstaten zullen daar hun rol in moeten spelen.

“De bevoegdheid voor innovatie en investeren in economie ligt bij de deelstaten, maar alle overheden in dit land zouden eens de koppen bij elkaar moeten steken om afspraken te maken over prioriteiten en keuzes, en niet alleen over de saneringen. We moeten wat afstand nemen van de manier van werken waarbij iedereen zijn eigen saldo in de gaten houdt. Als in die geest afspraken gemaakt kunnen worden, is het perfect denkbaar dat deelstaten tekorten maken om investeringen te doen. Er is een gezamenlijk strategie nodig. Dat heb ik tot nu toe niet gezien.”

Als infrastructuur ter sprake komt, denken we meteen aan publiek-private samenwerking (pps). Dat was nog geen succes.

POELVOORDE. “Inderdaad. Vrij algemeen wordt aanvaard dat je geen pps-constructie moet opzetten indien je als hoofddoel hebt uitgaven buiten het budget te houden. Dan kijk je onvoldoende naar de balans tussen kosten en baten. In de praktijk zien we dat de begrotingsdoelstelling veelal primeert. Dit zou wel eens lelijk kunnen tegenvallen voor de begroting nu Europa vragen begint te stellen bij de de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel. De Vlaamse regering zou daar een oplossing voor hebben gevonden via een wijziging aan de constructie, maar ik betwijfel of het probleem daar ten gronde mee is opgelost.

“De regering wou snelle inhaaloperaties doorvoeren met pps-constructies. Dat liep mis, bijvoorbeeld in de scholenbouw. Een pps-verhaal verkocht krijgen op de private markt is door de gewijzigde financiële en economische omstandigheden bovendien duurder geworden voor de overheid.”

Heeft Vlaanderen een goede zaak gedaan met de investering in KBC?

POELVOORDE.“Ze zal in elk geval goed opbrengen (lacht). Het grote probleem is de tijdelijkheid van die inkomsten, terwijl het gevaar bestaat dat ze worden gebruikt om recurrente uitgaven te financieren. Vlaanderen krijgt 300 miljoen euro als KBC een dividend uitbetaalt. En als de bank de steun terugbetaalt, levert dat Vlaanderen 3,5 miljard euro op plus een toeslag van 50 procent. Die toeslag van 1,75 miljard biedt perspectieven om de schuld af te bouwen, of te investeren in een dynamische participatiepolitiek. Vlaanderen schreef in de meerjarenbegroting al 800 miljoen euro buiten het budget via pps-constructies of participaties zoals in het Vlaamse energiebedrijf.”

Vooral vanuit federale hoek klinkt regelmatig de opmerking dat de Vlaamse overheid goed in het vet zit en dus vrij gemakkelijk kan besparen.

POELVOORDE. “Voor dit jaar was het vrij gemakkelijk omdat honderden miljoenen bespaard konden worden door de afschaffing van de jobkorting. Er bestaan zeker nog saneringsmogelijkheden en er moet een rem op de uitgaven komen.

“De Vlaamse regering saneert op dit moment echter onverstandig. Ze besliste bijvoorbeeld om over heel de lijn de werkingskosten met 5 procent te verminderen. Op het terrein moet elk beleidsdomein zelf maar zien hoe het die besparing realiseert. Dat is geen goede manier van werken. Sommige beleidsdomeinen kunnen meer besparen, terwijl andere prioriteit moeten krijgen. Wij adviseren besparingen te koppelen aan hervormingen. Daar wordt aan gewerkt, maar dat verhaal krijgen we nog te weinig te horen.”

Heeft u een laatste advies voor de Vlaamse overheid?

POELVOORDE. (denkt na) “Ten eerste: blijf vasthouden aan een visie op lange termijn. Steek geen dynamiek in een begroting die over tien jaar drastisch moet worden omgegooid.

“Ten tweede: wees veel transparanter in de wijze waarop u de begrotingsbeslissingen meedeelt en verantwoordt. In Nederland is er de miljoenennota, die per domein duidelijk het beleid uitlegt. Dat hebben wij nog niet en ik vind dat een kwalijk iets. Wij moeten in ons werk bijzonder veel inspanning doen om de dynamiek in een begroting te achterhalen. Het is verbeterd, maar het moet nog veel transparanter.

“De verantwoording moet ook beter. Zodra het parlement een begroting goedkeurt, is er geen haan die er nog naar kraait. Ik heb nog nooit denderende discussies gehoord over de uitgevoerde rekeningen, die trouwens met vertraging in het parlement komen.

“In de beleidsnota van de minister-president staat de organisatie van een verantwoordingsdag zoals in Nederland. Ik applaudisseer, maar zeg erbij dat de minister-president nog heel wat werk heeft om dat op dezelfde manier te doen.

“Ten derde adviseer ik niet lineair te besparen. Hervorm. Zet doelstellingen uit. Maak keuzes.”

“De Vlaamse regering saneert lineair en dat is onverstandig”

“De investering in KBC zal in elk geval goed opbrengen”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content