Sinds 1 januari 2021 wordt elke nieuwe particuliere zonnepaneleninstallatie van maximaal 10 kilovoltampère (kVA) in Vlaanderen gecombineerd met de plaatsing van een digitale elektriciteitsmeter. Die registreert de energiestromen realtime, zodat u geen meterstanden meer hoeft door te geven. Uw energieleverancier kan de maandelijkse voorschotbedragen zo beter inschatten, waardoor de kans op onverwacht hoge afrekeningen kleiner wordt.
...

Sinds 1 januari 2021 wordt elke nieuwe particuliere zonnepaneleninstallatie van maximaal 10 kilovoltampère (kVA) in Vlaanderen gecombineerd met de plaatsing van een digitale elektriciteitsmeter. Die registreert de energiestromen realtime, zodat u geen meterstanden meer hoeft door te geven. Uw energieleverancier kan de maandelijkse voorschotbedragen zo beter inschatten, waardoor de kans op onverwacht hoge afrekeningen kleiner wordt. De invoering van de digitale elektriciteitsmeter betekent het einde van de mechanische terugdraaiende teller. Uw meterstand loopt dus niet langer terug wanneer u overtollige stroom van uw zonnepanelen in het net injecteert. U ontvangt daarvoor een vergoeding, maar het bedrag per geïnjecteerde kilowattuur (kWh) is veel lager dan wat u betaalt om eenzelfde kilowattuur van het net af te nemen. Dat heeft te maken met distributie- en transportkosten, taksen en heffingen. Volgens Mijnenergie.be ontvangt u een vergoeding van gemiddeld 0,02 tot 0,045 euro per geïnjecteerde kilowattuur, terwijl u doorgaans tussen 0,25 en 0,30 euro betaalt per afgenomen kilowattuur. Wie nog vorig jaar zonnepanelen op zijn dak plaatste, lijkt benadeeld tegenover wie dat nu pas doet. Sinds 1 januari geldt een eenmalige investeringspremie voor nieuwe zonnepaneleninstallaties. Die is er wel enkel voor bestaande woningen die al voor 1 januari 2014 aangesloten waren op het distributienetwerk van Fluvius. Nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking. De premie bedraagt maximaal 1500 euro en kan nooit hoger zijn dan 40 procent van de kostprijs van de installatie. Vanaf 2022 daalt de tegemoetkoming met een kwart, en de daaropvolgende jaren blijven de bedragen sterk afnemen. Voor een installatie tot 4 kilowattpiek (kWp) ontvangt u 300 euro per kilowattpiek. Kan de installatie een hoger vermogen leveren, dan ontvangt u 150 euro per extra geproduceerde kilowattpiek, tot een plafond van 6 kilowattpiek. Boven die grens krijgt u niets meer. Installaties van voor 2021 komen niet in aanmerking voor de investeringspremie. Daarom heeft Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) een compensatieregeling opgezet, om het financiële nadeel door de afschaffing van de terugdraaiende teller te verzachten. De tegemoetkoming geldt ook voor wie vrijwillig zijn analoge meter heeft ingeruild voor een digitaal exemplaar. "De compensatiebijdrage komt overeen met een financieel rendement van 5 procent op je investering", verduidelijkt Andy Pieters, woordvoerder en adjunct-kabinetschef van Demir. "Dat rendement wordt al sinds 1 januari 2013 gebruikt voor de berekening van de steun voor zonnepanelen, de groenestroomcertificaten." De compensatiebijdrage wordt berekend op basis van een referentie-installatie met een piekvermogen van 4 kilowattpiek, een omvormersvermogen van 3,6 kilovoltampère, een jaarproductie van 3600 kilowattuur en een eigen verbruik van 35 procent. Het maximale bedrag is afgetopt op een piekvermogen van 10 kilowattpiek. Via de onlinerekenmodule Tellercompensatie.be kunt u zelf een simulatie maken van wat u kunt verwachten. Het bedrag is afhankelijk van het jaar waarin de zonnepanelen in dienst zijn genomen en van het piekvermogen van de installatie ( zie grafiek). Er wordt gewerkt met een eenheidsbedrag per kilowattpiek. Dat verschilt van jaar tot jaar, omdat rekening wordt gehouden met de historische elektriciteitsprijzen, het al verkregen voordeel van de terugdraaiende teller en de steun uit het verleden, zoals groenestroomcertificaten en de federale belastingaftrek. Dat is de reden waarom installaties uit de periode 2007-2012 geen recht geven op een compensatiebijdrage: er wordt verondersteld dat de subsidies hoe dan ook voor een rendement van 5 procent hebben gezorgd. Voor 2006 is wel een compensatie voorzien, omdat de investeringskosten toen erg hoog waren. Na de vervanging van uw terugdraaiende teller door een digitale meter hoeft u geen prosumententarief meer te betalen. Voor een gemiddelde zonnepaneleninstallatie betekent dat een besparing van 300 à 400 euro per jaar. Ook daarmee is rekening gehouden bij de uitwerking van de compensatieregeling. De compensatie wordt in één keer uitbetaald. Voor particulieren wordt ze niet belast, omdat ze als uitzonderlijke inkomsten beschouwd wordt. Voor zelfstandigen en vennootschappen heeft minister Demir aan federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) een soortgelijke fiscale vrijstelling gevraagd. "Wie in 2006 of in de periode 2013-2020 zonnepanelen liet installeren en toen koos voor een digitale meter, kan de compensatiebijdrage binnenkort aanvragen", zegt Andy Pieters. "De aanvraagmodule komt op Tellercompensatie.be." Wie in de toekomst verplicht wordt zijn teller in te ruilen, zal dan die mogelijkheid krijgen. De regering hoopt dat tegen eind 2024 vier op de vijf elektriciteitsmeters in Vlaanderen digitaal zijn. Tegen 1 juli 2029 moeten alle terugdraaiende tellers vervangen zijn.