In tegenstelling tot wat Guy Clémer beweert in Trends van 30 augustus 2001 (blz. 15) zijn er geen juridische bezwaren tegen regionale kortingen in de vennootschapsbelasting, zelfs zonder staatshervorming.
...

In tegenstelling tot wat Guy Clémer beweert in Trends van 30 augustus 2001 (blz. 15) zijn er geen juridische bezwaren tegen regionale kortingen in de vennootschapsbelasting, zelfs zonder staatshervorming. Maar de PS stelt haar politieke veto nog voor enig nuchter debat is gevoerd. Nochtans heeft Wallonië zelf belang bij een Vlaamse korting van de vennootschapsbelasting. Deze afcentiemen kosten het Waals Gewest minder dan een federale belastingvermindering, die de huidige transferts tussen de gewesten verlaagt. Aangezien de Walen slechts 12% van de totale opbrengsten uit de vennootschapsbelasting voor hun rekening nemen, zullen zij slechts voor 12% van een federale belastingverlaging genieten. Dat is heel wat minder dan hun bevolkingsaandeel of hun aandeel in de totale overheidsuitgaven. Met andere woorden: Wallonië is een nettobetaler van een federale lastenverlaging, die voornamelijk Vlaamse en Brusselse bedrijven ten goede komt. Bovendien worden subsidies aan bedrijven belast tegen het nominale tarief van 40,17%. Door aan het huidige systeem vast te houden, draagt Wallonië dus voor elke 100 frank subsidie zo'n 40 frank af aan de federale schatkist. Bij fiscale steun moet echter niets worden afgedragen. Ook toont het voorbeeld van Ierland aan dat een achterliggende economie met een agressieve verlaging van de vennootschapsbelasting een inhaalbeweging maakt. Zo kan Wallonië zijn aantrekkingskracht voor nieuwe (buitenlandse) investeerders gevoelig verhogen door zelf een regionale korting in te voeren.Tegenover deze argumenten staat de Waalse vrees voor fiscale concurrentie. Die vrees is echter buiten alle proporties. Het gaat hier om een eerder beperkte korting: de Vlaamse minister-president Patrick Dewael spreekt van 8 miljard frank. Ter vergelijking: de Vlaamse gemeenten heffen in totaal voor 9 miljard frank bedrijfsbelastingen. Voorts is fiscale concurrentie geen zero sum game, maar betekent die in de Europese context van internationaal vergeleken hoge fiscale druk een win-winsituatie tegenover de andere economische blokken. Ook ziet de Europese Unie nauwlettend toe op excessen in de fiscale concurrentie. Ten slotte ga ik volledig akkoord Guy Clémer dat Lambermont hier een gemiste kans was. Maar onderschat de politieke wil van Dewael niet om hier nu toch mee door te gaan.Jan Van DorenAdjunctûdirecteur van de VEVûstudiedienst(via eûmail)Adjunct-directeur van de VEV-studiedienst(via e-mail)