Devnya en Sofia (Bulgarije)
...

Devnya en Sofia (Bulgarije) In juni 2005 werd Philippe Rombaut aangesproken door Denka Toncheva, een zestigjarige vrouw die de leiding had over het kleine metaalverwerkende bedrijfje TMKo in Debeletz, dicht bij het charmante stadje Veliko Turnovo. Rombaut en Toncheva stonden in 1999 al samen op de barricaden om een koperverwerkend bedrijf in Sofia te redden van de ondergang. Ze vroeg of Rombaut niet wilde investeren in haar bedrijfje. "Dit is geen fabriek, het is een schuur, zei ik haar," vertelt Philippe Rombaut. "Kijk die hal daar. Daar kun je misschien nog wat mee doen." Het was een van de hallen van de Rode Ster Machinebouw Fabriek, een oude fabriek die in de jaren tachtig de specialist in Bulgarije was voor de productie van onderdelen voor zware machines zoals bulldozers, maar nu op sterven na dood was. Het verhaal eindigde ermee dat Rombaut zelf de hal kocht: 15.000 vierkante meter productieruimte. Toncheva en twee andere Bulgaren traden voor 7 % in het kapitaal. De marketing en verkoop van de Rode Ster werd gedaan door de technisch directeur. Waarom? Omdat hij toevallig Engels sprak. "Zo zouden we er niet geraken," zegt Rombaut. "Ik heb dan maar de rest van de fabriek gekocht in december 2006. Ik hield mijn peptalk en zei dat we onze productie in een jaar tijd zouden vervijfvoudigen. Er was totaal ongeloof aan de andere kant. Maar na zes maanden zitten we aan maal 2,5."De fabriek staat op een stuk grond van 200.000 vierkante meter, waarvan een kwart bebouwd. Er werken 135 mensen. Rombaut bracht er nieuwe CNC-gestuurde machines binnen. De omzet in 2006 bedroeg 1,5 miljoen euro. Binnen drie à vier jaar wil Rombaut 10 à 15 miljoen euro halen. "Dit doe ik graag," zegt de 44-jarige Rombaut, die geboren werd in het Amerikaanse Pittsburgh. "Je ziet elke dag de vernieuwing en de vooruitgang. Ik houd van machines en van problemen die ik kan oplossen."Rombaut heeft er in Bulgarije al veel mogen oplossen. Hij viert dit jaar zijn tienjarige verblijf in de jongste EU-telg. Hij werkt hier sinds 1997, toen hij door het toenmalige Union Minière werd aangesteld als hoofd van het net aangekochte koperbedrijf MDK in Pirdop. Als 34-jarige kwam hij terecht in een zwaar onderkomen en vervuild bedrijf. Trends bezocht het complex als eerste in 1997 en beschreef de fabriek toen als een onvervalst Hiroshima en Nagasaki. De lieftallig klinkende Blue Lagoon was een vijver waar de restanten van zware metalen de ogenschijnlijk fraaie blauwe kleur aan gaven. Maar de fabriek had ook een goed werkende oven. Achter de totale puinhoop schuilde een goudhaantje. Vandaag, tien jaar later, is de fabriek de grootste troef van Cumerio, de koperdivisie die is afgesplitst van Umicore (het vroegere Union Minière). Rombaut kuiste de fabriek op: weg Hiroshima en Nagasaki, weg Blue Lagoon. En toen alles min of meer in orde was, hield Rombaut het zelf voor bekeken. Hij werd in 2000 senior regional executive van het Soros Southeast Europe Equity Fund, dat een budget van 150 miljoen dollar had. In anderhalf jaar tijd investeerde Rombaut het geld in verschillende ondernemingen in de Balkanregio. "De laatste investering is net verkocht," zegt Rombaut. "Het fonds heeft een internal rate of return van 50 % gehaald." In 1999 leek Agropolychim, een meststoffenfabriek in het Bulgaarse Devnya, nabij de haven van Varna, een vogel voor de kat. In juni van dat jaar werd de productie gestopt en de liquidatie van het bedrijf opgestart. Op vraag van de Bulgaarse regering probeerden drie Bulgaren het bedrijf te redden. In augustus 1999 werden 2200 van de 2400 mensen ontslagen. In november - na een tender waarin een ongure groep uit Oekraïne de tegenspeler was - kocht het in Washington DC opgerichte Acid & Fertilizers (A&F) 63 % van het bedrijf. A&F was aanvankelijk een joint venture tussen Union Minière (1 %) en de drie Bulgaren (99 %). Het kocht het bedrijf, 55 miljoen euro schulden inbegrepen, voor 1 dollar. Union Minière was erbij betrokken omdat Agropolychim een belangrijke afnemer is van het zwavelzuur dat vrijkomt bij de productie van koper in de Bulgaarse vestiging van Union Minière. In december 1999 werden er opnieuw 900 mensen aangeworven. Twee jaar later verlieten twee van de drie Bulgaren echter Agropolychim, dat nog steeds heel wat problemen kende. De derde Bulgaar, Vasil Alexandrov, bleef erin geloven en vroeg Philippe Rombaut partner te worden. Rombaut nam 50 % in A&F. "Ik stapte naar de bank en gaf samen met Alexandrov persoonlijke garanties met alles wat we hadden. We kregen 15 miljoen euro," zegt Rombaut. Het ging snel beter met Agropolychim en in 2004 was het bedrijf volledig schuldenvrij. De omzet vandaag bedraagt 120 à 140 miljoen euro en er werken 1000 mensen en nog eens 300 in twee dochterbedrijven voor onderhoud en bewaking. In de volgende vier jaar moet de omzet met 30 tot 40 % stijgen. "Er is nu een tekort aan werknemers in Bulgarije," zegt Rombaut. "De demografie is hier erg slecht. Veel mensen trekken weg. Ook mijn personeel gaat soms voor drie maanden naar Duitsland om daar 3000 euro per maand te verdienen. Ik moet mensen uit Oekraïne halen."Agropolychim is de leidende producent van meststoffen in de Balkan. Eind vorig jaar, tijdens de handelsmissie vanuit België, opende prins Filip een uitbreiding van de productie en een nieuwe rookgasreinigingsinstallatie (gebouwd door SNC-Lavalin Belgium). Een investering van 11 miljoen euro. De rookgasreiniging is een onderdeel van een vierjarig programma (2007-2011) om de Europese milieunormen aan te nemen. Het is een plan met vijftien à twintig verschillende investeringen. Het contract voor een waterzuiveringsinstallatie is net getekend. Rombaut denkt al in 2009 volledig rond te zijn. In totaal gaat het om 25 miljoen euro aan investeringen. Daarvan wordt 15 miljoen euro gerecupereerd via de verkoop van koolstofcertificaten aan Denemarken van 2005 tot 2012. Naast die milieu-investeringen plannen Rombaut en zijn partner nog voor 25 à 35 miljoen euro aan capaciteitsuitbreidingen. "Ons grootste probleem is de uitvoering," zegt Philippe Rombaut. "De Bulgaarse ondernemingen moeten nog veel leren op dat vlak. Ingenieurs zijn hier zeer goedkoop, zodat we aanvankelijk dachten de basisengineering in België te laten doen en de detailuitwerking in Bulgarije. Maar dat is een ramp geworden. We laten nu alles doen door West-Europese ingenieursbureaus."Agropolychim maakt producten op basis van fosfaten en nitraten. Voor nitraten maakt gas 80 % van de kosten uit. "In Bulgarije valt de gasprijs mee dankzij de transit van het Russische gas door Bulgarije. Dat blijft nog vijf jaar het geval." Agropolychim is de grootste gasconsument van Bulgarije. Het gebruikt 12 % van de totale consumptie. Daarvoor heeft het bedrijf een joint venture gesloten met Wintershall Erdgas Zug (51 %), een dochter van Wingas dat een joint venture is van Gazprom en BASF. Agropolychim is de enige producent van fosfaatmeststoffen op de Balkan. De prijs van de grondstof is verdubbeld tot verdrievoudigd in een jaar tijd. "Ik vermoed dat hier een kartel is ontstaan van de Arabische producerende landen, in de eerste plaats Marokko en Jordanië, maar dat is uiteraard moeilijk te bewijzen," zegt Rombaut. Door de duurdere prijzen voor gas en fosfaat zijn ook de prijzen van meststoffen de pan uit geswingd. Toch blijft Agropolychim groeien. Op de thuismarkt is landbouw opnieuw aan het bloeien, zodat de export is teruggevallen van 80 % naar 60 %. De nitraatmeststoffen zijn volledig voor de Balkanregio. "We hebben 60 tot 65 % van de lokale markt," zegt Rombaut. De fosfaten gaan ook naar Brazilië, Argentinië, het Midden-Oosten en Europa. Voor de milieuvriendelijke verwerking van fosfaten werkt Agropolychim samen met Decaphos, een joint venture tussen Acid & Fertilizers en de Belgische nv Ecophos, waarin onder andere Gimv en Capricorn participeren. Tijdens de handelsmissie vorig jaar kondigde Rombaut aan dat hij tegen maart een fabriek voor biodiesel zou hebben. Hij zou 100.000 ton produceren. Maar dat is niet gebeurd. "We hebben beslist het niet te doen," licht hij toe. "Dat is een goede beslissing geweest, want er is een enorme druk op de grondstoffenprijs. Bovendien is de wetgeving hier niet duidelijk en zijn niet alle vormen van biodiesel vrijgesteld van accijnzen. We gaan ons dus concentreren op onze basisactiviteiten van meststoffen."Met Agropolychim is Rombaut ook kandidaat om een concessie te krijgen voor de uitbating van de haven van Varna. Dat gebeurt in consortium met Solvay, Cumerio, Italcementi en Kaolin. "Als we daar de behandeling rentabiliseren, kunnen we 1 dollar per ton besparen," verklaart Rombaut. "Er gaat 5 miljoen ton jaarlijks door de haven. Dat betekent een mogelijke kostenbesparing van 5 miljoen dollar. En als we sneller werken, kunnen er meer boten behandeld worden. Dat is belangrijk, want alle kaaien zitten vol." Maar er is al negen maanden geen enkele beweging in het dossier. Rombaut ziet nochtans op lange termijn een grote toekomst voor Varna. "Het kan een geïntegreerde chemiecluster worden zoals Antwerpen of Ludwigshafen. Er is hier veel ruimte, elektriciteit en gas zijn goedkoop en er zijn nog veel afvalproducten die we kunnen gebruiken voor andere productielijnen."Rombaut is met zijn knowhow van de meststoffenbranche onlangs ook in de landbouw gestapt. Samen met twee Belgische partners heeft hij in Vidin 700 hectare grond gehuurd. Het land is voorbereid en op 15 september wordt er voor de eerste maal gezaaid: koolzaad, gerst en tarwe. Na de oogst van volgend jaar zullen er ook koeien staan om hen het landbouwafval te geven. "We willen met West-Europese efficiëntie werken," zegt Rombaut. "De Bulgaren weten het altijd beter. We doen het al veertig jaar zo, zeggen ze, maar hun rendement ligt wel 30 tot 40 % lager."Philippe Rombaut en zijn broer Vincent (die ook in Bulgarije woont en er een cateringbedrijf heeft dat 18.000 maaltijden per dag levert aan fabrieken, ziekenhuizen en scholen) hebben een derde in het landbouwbedrijf. De andere twee derden zitten bij de groep Van Lancker (actief in de vleesbusiness in Congo en met landbouwadvies over de hele wereld) en een Belg die in Indonesië actief is. "Philippe heet hij, meer hoef je niet te weten," zegt Rombaut lachend. De landbouw leeft weer op in Bulgarije. "We hebben met Agropolychim een paar klanten die 10.000 hectare bezitten," zegt Rombaut. "Zonder EU-subsidies waren ze al welvarend. En nu krijgen ze nog eens 20 % subsidies er bovenop. Een groot voordeel hier is dat je nog grote stukken aanpalende grond kunt vinden.""Als kind speelde ik dolgraag met Märklintreintjes," bekent Philippe Rombaut. Vandaag speelt hij met echte treinen. Hij beschikt in Bulgarije over tien locomotieven, waarvan er twee eigendom zijn en de andere gehuurd. "Die twee locomotieven hebben we via via gekocht van Richard Branson. Ze zijn 25 jaar oud. We hebben ze eerst door de Kanaaltunnel gereden. Dan mochten we niet door Duitsland en zijn we langs Zwitserland en Oostenrijk rondgereden. Hier moesten we ze volledig uit elkaar halen om de overheid te overtuigen toelating te geven om ze te gebruiken op het Bulgaarse spoorwegnet."Rombaut en zijn Bulgaarse partner Alexandrov hebben via Agropolychim 50 % in Bulgarian Railway Company. De andere 50 % zijn in handen van Grup Feroviar Roman. De Roemenen hebben zeventig locomotieven en 2500 wagons en vervoeren 8 miljoen ton per jaar. Bulgarian Railway Company vervoert 130.000 ton per maand. Er werken 150 man en de omzet gaat op jaarbasis naar 6 à 7 miljoen euro. Rombaut doet onder meer transport van alle zwavelzuur en alle koperconcentraat voor Cumerio. "We hebben een paar andere grote contracten gesloten," zegt Rombaut. "Als we op tijd voldoende locomotieven kunnen vinden, kunnen we nog een miljoen ton extra doen. Ons businessplan voorziet 250.000 ton tegen eind dit jaar, 500.000 ton volgend jaar en binnen twee jaar moeten we 30 tot 40 % van de markt hebben."De wagons zijn eigendom van de klanten. "We zijn 20 tot 30 % goedkoper en vooral 20 % sneller dan de Bulgaarse spoorwegen," zegt Rombaut. "Op die manier kunnen onze klanten het met minder wagons stellen."Bulgarian Railway Company is de enige privéoperator in Bulgarije. "De Bulgaarse spoorwegen hebben een tekort van 2500 wagons," zegt Rombaut. "Als ze zich concentreren op het verbeteren van de infrastructuur, kunnen wij sneller rijden en zijn er minder wagons nodig. De gemiddelde snelheid bedraagt 35 kilometer per uur, het maximum 85. Dat is de snelheid die ook al in 1985 werd gehaald.""Ik heb ook vastgoed, maar dat ga ik nu verkopen," zegt Rombaut. Het vastgoedbedrijf Lanka ontstond eerder toevallig. "In 2000 heb ik met mijn vrouw en twee kinderen beslist hier te blijven. Ik heb toen grond gekocht aan de rand van Sofia. Bijna niemand deed dat toen. Ik heb die grond gekocht van een aantal oudere mensen voor 12 dollar per vierkante meter, drie dollar meer dan andere kopers toen betaalden. Andere mensen vroegen mij om ook hun grond te kopen. De ene moest zijn kinderen naar het Westen kunnen sturen, de andere had een zieke in de familie. Ik ben zo, uit liefdadigheid eigenlijk, verder blijven kopen. Na meer dan vijftien contracten heb ik nu 36.000 vierkante meter."Maar inmiddels is vastgoed in Bulgarije wel erg populair geworden en is de prijs gestegen tot 200 euro per vierkante meter. "Ik verkoop nu alles, want vastgoed is niks voor mij," zegt Rombaut. "Ik heb machines nodig, ik moet beweging en vooruitgang zien. Ik doe het niet voor het geld, maar voor de kick van het ondernemen. En werken is voor mij plezier maken."Bulgarije is daarvoor een fantastisch land, vindt Rombaut, die in zijn vrije tijd graag gaat zeilen op de Zwarte Zee voor Varna. "Ik heb hier zwarte sneeuw gezien, vooral psychologisch. Qua opportuniteit is Bulgarije echter het meest beloftevolle land van de EU. En niet iedereen kan naar China."Guido Muelenaer