De kracht van Milan Kundera's magnum opus De ondraaglijke lichtheid van het bestaan echoot in zijn jongste roman, Identiteit. Alweer valt de kundige verstrengeling tussen lichte en zware thema's op. Maar het blijft slechts een echo.
...

De kracht van Milan Kundera's magnum opus De ondraaglijke lichtheid van het bestaan echoot in zijn jongste roman, Identiteit. Alweer valt de kundige verstrengeling tussen lichte en zware thema's op. Maar het blijft slechts een echo. Tijdens een tussendoortje aan de Normandische kust denkt Jean-Marc vanop de zeedijk zijn vrouw Chantal te herkennen, "terwijl ze met haar blik de lange lijn volgde van de zee die het zand streelde." Naarmate hij dichterbij komt, blijkt dat de vrouw "oud, lelijk en belachelijk anders" is dan zijn geliefde. Deze vergissing brengt een mechanisme van twijfel en later zelfs argwaan op gang. Is zijn vrouw wel zo mooi als hij zich voorstelt? Kent hij haar trouwens wel? Wat weet hij overigens van haar eerste huwelijk? Ondertussen merkt Chantal dat de mannen niet meer naar haar omkijken. Ze voelt de menopauze naderen en vreest dat dit het ogenblik is waarop mannen geen enkele belangstelling meer hebben voor een vrouw. Ook voor haar breken tobberige tijden aan. Er komt ruimte voor de insijpeling van een giftige mix die zowel verwarring, (zelf)medelijden en wantrouwen bevat.Voor een monstre sacré als de inmiddels in het Frans schrijvende Tsjech Milan Kundera valt het begin van Identiteit verbijsterend licht uit. Hij stalt wel zijn stokpaardjes uit, maar zet ze te opvallend in de etalage. Alleen met de veronderstelde portie goede wil van de fan (of van de lezer die het niet aandurft de naam Kundera door het slijk te sleuren uit angst als een cultuurbarbaar te worden gebrandmerkt) kan aandacht worden gevraagd voor enkele vormelijke en inhoudelijke troeven. Ondanks deze bemerking sturen we deze frêle roman niet voorgoed naar het vergeetboek van de literaire geschiedenis. Ook een zwakke Kundera schotelt een bijwijlen boeiende verzameling bon mots en thema's voor. Terloops laat hij Chantal schimpscheuten mompelen op de gepapaïseerde mannen, de nieuwe man die braaf de kinderwagen duwt, maar geen greintje vaderlijke autoriteit en mannelijkheid uitstraalt. Haar man gaat liever tekeer tegen de oppervlakkigheid van de wereld, die uitgedragen wordt door de massamedia en de reclame. Chantal werkt nota bene bij een reclamebureau. Ze gaat ook bijzonder op in haar job, streeft steeds de perfectie na, maar eens buiten de kantoormuren ziet ze wel wat in de jeremiades van Jean-Marc. Vanzelfsprekend biedt Kundera niet zomaar een rechttoe rechtaan verhaal. Ofschoon hij de chronologie deze keer (op het eerste gezicht) naleeft, wisselt hij gretig van perspectief. Eens het slangenei van de argwaan gelegd is binnen de relatie, toont hij de almaar pijnlijker wordende scènes vanuit beide oogpunten. Langzaam zet hij ook de werkelijkheid op losse schroeven. Maar net op dit terrein, waarop Kundera zich al zo bedreven heeft getoond, gaat hij zwaar over de schreef. Hij laat een catastrofale wending in het verhaal uitmonden in het besef dat het allemaal maar een nachtmerrie was. Dan voelt een lezer zich bedrogen. Ambo, 172 blz., 690 fr. ISBN 90 263 1534 1.LUC DE DECKER