Met één van de laatste houten garnaalschuiten wil reder Willy Versluys uit Bredene toeristen aantrekken voor garnaalvangst voor de Belgische kust. Versluys: "De Assanat is één van de vier laatste houten vissersboten, een historisch pareltje. Door hem om te bouwen tot een toeristische attractie, kan ik hem van de sloop redden."
...

Met één van de laatste houten garnaalschuiten wil reder Willy Versluys uit Bredene toeristen aantrekken voor garnaalvangst voor de Belgische kust. Versluys: "De Assanat is één van de vier laatste houten vissersboten, een historisch pareltje. Door hem om te bouwen tot een toeristische attractie, kan ik hem van de sloop redden." Momenteel wordt het scheepje bij de Maritieme Site Oostende (MSO) verbouwd, in het kader van een VDAB-omscholingsproject. Bij de MSO wordt ook Versluys' voormalige O.129 Amandine - de laatse Oostendse IJslandvaarder - tot museumschip omgebouwd. Dat schip wordt begin volgend jaar op de Oostendse Visserskaai getakeld. "Wie meevaart, beleeft een garnaalvangst op de traditionele manier en kan zijn zelfgevangen en gekookte garnalen mee naar huis nemen," zegt Versluys die zijn Assanat straks laat omdopen tot "Cragnon" (Latijn voor garnaal).Het project is begroot op 7.750.000 frank. Zelf investeert de reder twee miljoen. Hij ontvangt 8% steun van de provincie en 33% Europese subsidie. Versluys hoopt voorts op een Vlaamse tussenkomst. "Toerisme Vlaanderen steunt echter enkel vzw's en geen privé-initiatieven," vreest hij.Het project, dat drie werkloze garnaalvissers aan de slag zet, is een primeur voor ons land. "We bieden een bijkomende attractie op de al bestaande toeristische mogelijkheden in de visserij, zoals een bezoek aan de vismijn, aquaria en musea. Actieve vrijetijdsbesteding doorbreekt het ontoegankelijke karakter van de sector." Het vaartuig kan ook worden gecharterd voor promotionele, wetenschappelijke of educatieve doeleinden, zoals zeeklassen.Versluys heeft via een aantal bedrijven vier schepen in de vaart, elk met een omzet van plusminus 50 miljoen. De reder is optimistisch: "Goedkopere brandstofprijzen en lage rentevoeten zetten een aantal reders weer aan tot investeren. Oude vaartuigen worden gerenoveerd en er zijn ook al een paar nieuwbouwdossiers ingediend."Zelf heeft Versluys met zijn vennoot Jan Couwyzer uit Zeebrugge al een bankakkoord en een bouwdossier klaar om hun Z.20 Tijl door een nieuwbouw te vervangen. Als de subsidieaanvraag klaar is (Europa steunt met 18 miljoen frank, het Vlaamse Gewest verleent een rentetoelage over 15 jaar tot een maximaal bedrag van 16 miljoen frank), kan de nieuwe 37 meter lange en 1200 pk sterke "boomkortrawler" van 140 miljoen volgend jaar al in de vaart. Versluys: "Het casco wordt in Gdansk (Polen) gebouwd en de afwerking gebeurt op een Nederlandse werf. Zeebrugge wordt de thuishaven van dit nieuwe schip, dat zo'n 65 miljoen omzet zal genereren. Jawel, de sector heeft nog een mooie toekomst, op voorwaarde dat je durft investeren in moderne schepen."