Het enige wat je in 1965 nodig had om vandaag dollarmiljonair te zijn, was 243 dollar. Maar je diende die 243 dollar wel te investeren in Berkshire Hathaway, het beleggingsvehikel van Warren Buffett. Wie al die jaren aan boord bleef, zag de boekwaarde van een aandeel Berkshire Hathaway vermenigvuldigen van 19 dollar in 1965 naar 78.008 dollar eind 2007, dankzij een gemiddeld jaarlijks rendement van 21,1 % (tegenover 10,8 % voor de brede Amerikaanse beursindex).
...

Het enige wat je in 1965 nodig had om vandaag dollarmiljonair te zijn, was 243 dollar. Maar je diende die 243 dollar wel te investeren in Berkshire Hathaway, het beleggingsvehikel van Warren Buffett. Wie al die jaren aan boord bleef, zag de boekwaarde van een aandeel Berkshire Hathaway vermenigvuldigen van 19 dollar in 1965 naar 78.008 dollar eind 2007, dankzij een gemiddeld jaarlijks rendement van 21,1 % (tegenover 10,8 % voor de brede Amerikaanse beursindex). Had u die tip niet 43 jaar eerder kunnen geven, merkt u terecht op. Maar het blijft interessant om na te kijken met welke beleggingsstrategie Buffett nu al decennialang supe- rieure rendementen weet te boeken. Met geluk, discipline en veel geduld kan u misschien die 43 jaar op een bescheiden manier overdoen. Hier volgen daarom enkele uittreksels uit de brief die Warren Buffett jaarlijks publiceert aan zijn aandeelhouders. De jongste editie werd op 29 februari 2008 gepubliceerd. "Een echt uitmuntende onderneming moet beschikken over een duurzame 'slotgracht' die een uitstekend rendement op geïnvesteerd kapitaal moet beschermen. De dynamiek van het kapitalisme staat er borg voor dat concurrenten om het even welk 'bedrijfskasteel' dat een hoog rendement biedt, herhaaldelijk zullen bestormen. Een te duchten barrière, zoals de producent zijn met de laagste kosten of over een machtig wereldwijd merk beschikken (Coca-Cola, Gillette, American Express), is dan ook essentieel voor duurzaam succes. De geschiedenis van het bedrijfsleven zit vol met 'Romeinse kaars'ondernemingen, wier slotgrachten uiteindelijk illusoir bleken en al vlug overgestoken werden. "Daarom vermijden we ondernemingen in sectoren die onderhevig zijn aan snelle en voortdurende verandering. Hoewel de 'creatieve vernielzucht' van het kapitalisme in hoge mate heilzaam is voor de samenleving, sluit hij ook zekerheid over investeringen uit. Een slotgracht die voortdurend moet worden uitgediept, is uiteindelijk geen slotgracht meer. "Bovendien worden door dat criterium ook de bedrijven geëlimineerd die hun succes te danken hebben aan een geweldige manager. Een uitmuntende CEO is natuurlijk een enorme troef voor elke onderneming en bij Berkshire hebben we een overvloed aan dergelijke managers. Hun bedrevenheid heeft miljarden dollars aan waarde gecreëerd die nooit tot stand gekomen zou zijn als doorsnee CEO's de business hadden geleid. "Maar als een onderneming een superster nodig heeft om prima resultaten neer te zetten, dan kan ze op zich niet als uitmuntend beschouwd worden. Een medische praktijk die geleid wordt door de meest befaamde hersenchirurg van uw streek, mag dan al buitenmaatse en toenemende inkomsten kennen, dat zegt weinig of niets over zijn toekomst. De slotgracht rond de praktijk zal verdwijnen als de chirurg weggaat. "We zoeken daarom ondernemingen met een concurrentieel voordeel op lange termijn in een stabiele sector. Als dat gepaard gaat met snelle organische groei, des te beter. Maar ook zonder organische groei loont een dergelijk bedrijf de moeite. We zullen in dat geval van de rijkelijke winsten van de zaak gebruikmaken om elders soortgelijke bedrijven op te kopen. Er is geen enkele regel die zegt dat u geld moet investeren waar u het verdiend hebt. Het is vaak zelfs een vergissing om dat te doen: echt geweldige ondernemingen die een enorm rendement op materiële activa bieden, kunnen niet over een lange periode grote delen van hun winst intern herinvesteren tegen hoge rendements- percentages." "Een bedrijf dat grote kapitaalinjecties nodig heeft om zijn groei te kunnen genereren, zou eveneens een geschikte investering kunnen zijn. Maar natuurlijk is het veel beter om een steeds toenemende winststroom te hebben zonder nood aan belangrijke kapitaalbehoeften. Vraag het maar aan Microsoft of Google. "Alvast één voorbeeld van goede, maar allesbehalve sensationele bedrijfsrendabiliteit is ons eigen FlightSafety, een leverancier van vliegopleidingen. Die onderneming biedt haar klanten even grote voordelen als om het even welke business die ik ken. Het beschikt ook over een duurzaam concurrentieel voordeel: te rade gaan bij om het even welke andere leverancier van vliegopleidingen dan de bes- te, is zoiets als de laagste offerte nemen voor een chirurgische behandeling. "Bijgevolg is FlightSafety, gemeten naar economische rendabiliteit, een uitstekende maar geen buitengewone onderneming. Haar 'investeer meer om meer te verdienen'-ervaring heeft ze gemeen met de meeste andere vennootschappen. We zullen in die sector binnen tien jaar aanzienlijk meer verdienen, maar daarvoor zullen we heel mat miljarden moeten investeren." "Laten we het nu even hebben over het afgrijselijke. De slechtste soort bedrijven zijn diegene die snel groeien, een aanzienlijke hoeveelheid kapitaal nodig hebben om die groei te genereren en vervolgens weinig of geen geld opbrengen. Neem bijvoorbeeld de luchtvaartmaatschappijen. Een duurzaam concurrentieel voordeel is daar een illusie gebleken, al sinds de tijd van de gebroeders Wright. "Sinds die eerste vlucht is de vraag naar kapitaal vanwege de luchtvaartsector onverzadigbaar gebleken. Investeerders hebben hun geld in een bodemloze put gestort, aangetrokken door de groei, terwijl ze daardoor juist afgestoten hadden moeten worden. Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik ook meegedaan heb aan die gekte toen ik Berkshire in 1989 preferente aandelen liet kopen in US Air. Terwijl de inkt op onze cheque nog aan het opdrogen was, raakte de maatschappij in een vrije val en het duurde niet lang meer of ons preferentieel dividend werd niet meer uitbetaald. Later hadden we wel het enorme geluk dat in een van de steeds weerkerende, maar altijd misplaatste oprispingen van optimisme over luchtvaartmaat- schappijen we onze aandelen in 1998 met een forse meerwaarde toch van de hand konden doen. In het decennium dat op die verkoop volgde, ging de maatschappij failliet. Twee keer zelfs. "Om samen te vatten: denk aan drie soorten 'spaarrekeningen'. De uitmuntende rekening biedt een buitengewoon hoge interestvoet die toeneemt naarmate de jaren verstrijken. De goede levert een aantrekkelijke interest op die ook toegepast wordt op bijkomende deposito's. En, ten slotte, is er de afgrijselijke rekening die een ontoereikende interest opbrengt en waarop u alsmaar meer geld moet deponeren tegen een teleurstellend rendement." "Ik moet benadrukken dat we de vooruitgang van onze investeringen niet meten aan de evolutie van hun marktwaarde in een bepaald jaar. In de plaats daarvan evalueren we hun prestatie met de twee methodes die we toepassen op de bedrijven die we in bezit hebben. De eerste test draait rond de verbetering van de winst, waarbij we terdege rekening houden met de sectoromstandigheden. De tweede test is meer subjectief: zijn hun 'slotgrachten' - een metafoor voor de superioriteit waarover ze beschikken en die hun concurrenten het leven zuur maakt - in de loop van het jaar breder geworden? "Vorig jaar realiseerden we één grote verkoop. In 2002 en 2003 kocht Berkshire 1,3 % in PetroChina voor 488 miljoen dollar, een prijs die de hele onderneming waardeerde op ongeveer 37 miljard dollar. Charlie en ik waren op dat moment van oordeel dat de onderneming zowat 100 miljard dollar waard was. Tegen 2007 was de materiële waarde gestegen onder invloed van twee factoren: de olieprijs was aanzienlijk gestegen en het management van PetroChina had puik werk geleverd bij de aanleg van olie- en gasreserves. In de tweede helft van vorig jaar steeg de marktwaarde van de onderneming naar 275 miljard dollar. Dat was ongeveer wat we dachten dat ze waard was in vergelijking met andere petroleumreuzen. We hebben dus onze participatie verkocht voor 4 miljard dollar." "In de loop van de 20ste eeuw steeg de Dow Jones van 66 naar 11.497. Dat lijkt een gigantische toename, maar als die op jaarbasis omgerekend wordt, krimpt ze tot 5,3 %. En kijk nu eens naar deze eeuw. Opdat investeerders gewoon maar dezelfde toename van marktwaarde van 5,3 % zouden genieten, moet de Dow op 31 december 2099 zowat 2.000.000 punten bereiken (tegenover 12.654 op 1 april 2008, nvdr). Alles is mogelijk natuurlijk, maar is er echt iemand die gelooft dat zoiets het meest waarschijnlijke vooruitzicht is? "Natuurlijk verwacht iedereen boven het gemiddelde te zullen uitkomen. En de financiële adviseurs - God zegene hen - zullen hun klanten zeker aanmoedigen in dat geloof. Maar als categorie moet een door adviseurs bijgestane groep wel beneden het gemiddelde eindigen. De redenen daarvoor zijn eenvoudig: 1) investeerders verdienen over het algemeen noodgedwongen een gemiddelde opbrengst min de kosten die ze oplopen, 2) passieve en indexbeleggers zullen, louter door hun inactiviteit, dat gemiddelde verdienen bij zeer lage kosten; 3) als die groep een gemiddeld rendement boekt, dan moet de overblijvende groep - de actieve investeerders - dat ook doen. Maar laatstgenoemde groep zal hoge kosten oplopen voor transacties, management en advies. De actieve investeerders zullen dus hun opbrengst met een veel groter percentage verminderd zien dan hun inactieve broeders. Dat betekent dat de passieve groep - de weetnieten - gedoemd is om te winnen. "Ik moet ook vermelden dat mensen die in de loop van deze eeuw jaarlijks 10 % hopen te verdienen op hun effecten - waarbij ze verwachten dat 2 % afkomstig zal zijn van dividenden en 8 % van de opwaardering van de prijzen - impliciet voorspelen dat de Dow tegen 2100 de 24.000.000 punten zal bereiken. Als uw adviseur het tegen u heeft over tweecijferige opbrengstpercentages uit effecten, dan kan u hem misschien die rekening eens voorleggen - niet dat die hem van zijn stuk zal brengen. Heel wat adviseurs zijn blijkbaar de rechtstreekse afstammelingen van de koningin in Alice in Wonderland, die zei: "Welnu, soms heb ik zo goed als zes onmogelijke dingen geloofd nog voor het ontbijt." (T)