In het historische onderzoeksboek De geest van Koning Leopold II en de plundering van de Congo zijn zelfs de korte passages vaak even wreed als veelzeggend: "Een ambtenaar in het stroomgebied van de Mongalarivier in het verre noorden, dat onder controle stond van de Société Anversoise du Commerce au Congo, schatte dat rubberwinners om hun quotum te halen 24 dagen per maand in het woud moesten doorbrengen, waar ze primitieve kooien bouwden die - niet altijd succesvol - bescherming moesten bieden tegen luipaarden."
...

In het historische onderzoeksboek De geest van Koning Leopold II en de plundering van de Congo zijn zelfs de korte passages vaak even wreed als veelzeggend: "Een ambtenaar in het stroomgebied van de Mongalarivier in het verre noorden, dat onder controle stond van de Société Anversoise du Commerce au Congo, schatte dat rubberwinners om hun quotum te halen 24 dagen per maand in het woud moesten doorbrengen, waar ze primitieve kooien bouwden die - niet altijd succesvol - bescherming moesten bieden tegen luipaarden." De getuigenis volgt na een beschrijving van het nemen van gijzelaars, "gewoon een routineklus." Om voldoende rubbertappers te vinden, werden vrouwen gegijzeld. Zolang het stamhoofd van het district het verlangde aantal kilo's rubber niet had binnengebracht, werden de vrouwen gevangen gehouden. "In het nemen van gijzelaars verschilde de Congo van de meeste andere regimes die gebruikmaken van dwangarbeid. Maar in andere opzichten stemde ze ermee overeen. Zoals enkele tientallen jaren later zou gelden voor de sovjetgoelag - een ander slavenarbeidsysteem voor het winnen van grondstoffen - functioneerde de Congo door middel van quota."IN HET PALEIS.De Amerikaanse journalist en auteur Adam Hochschild maakt wel meer gewaagde vergelijkingen. Bijna op het einde van het boek laat hij zich ontvallen: "Zelden heeft een totalitair regime zich zoveel moeite getroost om de documenten van zijn doen en laten zo grondig te vernietigen. Bij hun latere queesten naar een hogere orde lieten Hitler en Stalin in sommige opzichten een veel groter papieren spoor achter." Hij heeft het dan over de ovens in het koninklijk paleis, die in de zomer van 1908 acht dagen lang brandden. Leopold II, die in augustus 1908 zijn wingewest officieel aan België overdroeg, verbrandde zoveel mogelijk bewijsstukken. "Ik zal hun mijn Congo geven, maar ze hebben niet het recht te weten wat ik daar heb gedaan," vertrouwde de koning zijn militaire adviseur Gustave Stinglhamber toe. Alhoewel hij er nooit zelf een voet gezet had, besefte hij blijkbaar dat niemand anders de verantwoordelijkheid droeg. Voor Belgen is het schrikbewind dat Leopold II in Congo voerde, geen verrassing meer. Onder meer de boeken van Daniel Vangroenweghe en AM Delathuy, pseudoniem van diplomaat Jules Marchal, hebben de jongste decennia veel stof doen opwaaien. Hochschild vermeldt hun werken trouwens in zijn uitvoerige bibliografie. De Amerikaan geraakte pas enkele jaren geleden geïnteresseerd in de Congolese geschiedenis, toen hij op een voetnoot stuitte die uitlegde dat de auteur Mark Twain deel had uitgemaakt van de wereldwijde beweging tegen slavenarbeid in Congo. De tirannie had er "vijf tot acht miljoen levens geëist." JONGE MEISJES."Waarom werden deze doden niet vermeld in de standaardlitanie van de gruweldaden van de moderne tijd? En waarom had ik er nooit eerder van gehoord? Ik schreef al jaren over mensenrechten en één keer, tijdens één van mijn zes reizen naar Afrika, was ik in de Congo geweest." (De Nederlandse vertaler heeft het steevast over de Congo.) Hochschild is niet zomaar een mensenrechtenactivist. De historicus stichtte Mother Jones, een Amerikaans tijdschrift dat met onderzoeksjournalistiek allerhande wantoestanden aan de kaak stelt. De in letterlijke zin globale campagne rond de eeuwwisseling vormt zijn tweede grote aandachtspunt in dit boek. Daarin staat een medewerker van een Liverpoolse scheepvaartmaatschappij, Edmund Dene Morel, centraal. De aanklager schakelde alle bestaande media in om gehoor te vinden en was daarin zijn tijd ver vooruit. Morel speelde in zijn campagne niet altijd de bal, maar ook de man, Leopold. In hoeverre alleen verontwaardiging zijn motief was, komen we onvoldoende te weten in Hochschilds relaas. Aanvankelijk kon Morel alvast op verdacht veel steun van de Britse overheid rekenen. Verdacht veel, omdat ook de Britten en de andere staten niet bepaald zachtzinnig omsprongen met de mensenrechten in hun kolonies. Was Congo geen ethisch alibi? Of, cynischer, was het een manoeuvre om zelf het uitgestrekte gebied met zijn rijkdom aan grondstoffen in te palmen? Hochschild richt zijn aandacht ook sterk op de persoonlijkheid van Leopold II. Daarin glijdt hij af en toe uit in oppervlakkig gepsychologiseer (van het genre "liefdeloze jeugd"). De ontluistering gaat verder. Hij citeert een bediende van een Brits bordeel, die voor een rechtbank verklaarde dat Leopold 800 pond per maand had betaald "voor een gestage levering van jonge vrouwen, van wie sommige tussen de tien en vijftien jaar oud waren en gegarandeerd maagden." Britse ministers zouden ervoor gezorgd hebben dat de rechtszaak met een sisser afliep. Adam Hochschild, De geest van Leopold II en de plundering van de Congo. Meulenhoff, 359 blz., 898 fr. ISBN 90 290 5081 0.LUC DE DECKER