BUITENLANDSE VOORBEELDEN.
...

BUITENLANDSE VOORBEELDEN.Vandaag is al een aantal alternatieve verwerkingsinstallaties operationeel in het buitenland. Grosso modo kan je vier types onderscheiden.In Fürth (Duitsland) staat een pyrolyse-eenheid van Siemens. De installatie van 100.000 ton levert 40 miljoen kWh elektriciteit op. De verbrandingsresten blijven beperkt en zijn verglaasd, zodat het geen probleemafval meer is. Ook is er minder luchtverontreiniging. Wel wordt er minder energie gerecupereerd en ligt de kostprijs hoger dan een roosteroven. Ook zou de fabriek veel last van kinderziektes hebben. Een tweede techniek bestaat uit het vermalen en het biologisch drogen van het restafval in een gesloten reactor. Na scheiding van metalen en inerte materialen levert dit Trockenstabilät-systeem een energierijke brandstof op (50% van het volume). In Asslar (Duitsland) baat Herhof een aërobe installatie van 120.000 ton per jaar uit. Dit procédé is slechts een voorbehandeling en geen alternatief voor de verbranding. In grote lijnen past Orfa Organ-Faser uit Luxemburg hetzelfde systeem toe, maar dan met een veel meer doorgedreven scheiding. In Japan draaien reeds drie van dergelijke installaties (capaciteit van 45.000 ton). Samen met het Franse Sita ( nvdr - net als Watco een kleindochter van Suez Lyonnaise des Eaux) en Gybros uit Nederland brengt Orfa eind augustus 1998 een geïntegreerd systeem - inclusief pyrolyse als nabehandeling - op de Benelux-markt. Vagron uit Groningen (Nederland), een joint venture tussen de Grontmij en de Vuilafvoermaatschappij ( nvdr - een partner van van Gansewinkel in de Zuid-Nederlandse Composteringsmaatschappij), gaat net omgekeerd te werk: na intensieve scheiding (droog + mechanisch) wordt het afval gewassen en vindt een anäerobe vergisting plaats. Het papier- en kunststofmengsel van het RDF ( Refuse Derived Fuel) krijgt een nabehandeling. De rest wordt verbrand in een klassieke verbrandingsoven. Een installatie van 230.000 ton is in aanbouw in Haaren (Nederland). Een laatste optie betreft de droge, anaërobe compostering (Dranco) van Organic Waste Systems (OWS) uit Gent. Reeds zeven jaar lang exploiteert deze spin-off van de Gentse universiteit in Brecht een installatie van 11.000 ton - opgewaardeerd tot 25.000 ton per jaar - voor de verwerking van het groente-, fruit- en tuinafval, aangevuld met niet-recycleerbaar papier. Thans vindt een uitbreiding van 35.000 ton plaats. De kostprijs bedraagt 650 miljoen frank. Op basis van deze techniek wordt in Bassum (Duitsland) jaarlijks 60.000 ton gemengd (industrieel en huishoudelijk) restafval gezeefd en vergist met een aërobe nabehandeling van de compost. Op termijn zal ontwaterd slib mee verwerkt worden. De totale kostprijs van de plant, inclusief infrastructuur, bedraagt zo'n 940 miljoen frank. De verwerkingsprijs schommelt rond de 3200 frank per ton. Naast recuperatie van het biogas heeft dit proces belangrijke voordelen op hygiënisch vlak: geen vrijkomende ziektekiemen noch geurhinder. Een "natte" variant van dit systeem past Degrémont toe in München (zie hoofdverhaal). ERIC POMPEN