Fidea staat op een keerpunt. De verzekeringsmaatschappij werkte jarenlang onder de koepel van de KBC Groep, maar werd eind maart overgenomen door de Amerikaanse risicokapitaalverschaffer J.C. Flowers & Co. De verkoop van Fidea maakte deel uit van het desinvesteringsplan dat Europa aan KBC had opgelegd als voorwaarde voor de goedkeuring van de Belgische overheidssteun aan de bank.
...

Fidea staat op een keerpunt. De verzekeringsmaatschappij werkte jarenlang onder de koepel van de KBC Groep, maar werd eind maart overgenomen door de Amerikaanse risicokapitaalverschaffer J.C. Flowers & Co. De verkoop van Fidea maakte deel uit van het desinvesteringsplan dat Europa aan KBC had opgelegd als voorwaarde voor de goedkeuring van de Belgische overheidssteun aan de bank. "We wisten al sinds november 2009 dat we op de desinvesteringslijst stonden", zegt CEO Edwin Schellens. "We zijn meteen, in zeer goede verstandhouding met KBC, begonnen aan de voorbereiding van de ontrafeling." Fidea was een onderdeel van de KBC Groep, zodat er veel synergie was tussen moeder en dochter. "Omwille van de efficiëntie waren we sterk verstrengeld", aldus Schellens. "Fidea was zo'n beetje een auto met drie wielen, KBC Groep zorgde voor het vierde wiel. De uitdaging bestaat erin zelf een auto met vier wielen te bouwen." Heeft Fidea een toekomst als standalone-verzekeraar? De nieuwe aandeelhouder, de Amerikaanse private-equitygroep J.C. Flowers & Co, denkt alvast van wel. Ze liet het Belgische management intact en besliste een nieuw IT-platform te bouwen, wat een forse investering met zich meebrengt. "Als J.C. Flowers eropuit zou zijn om Fidea snel te verkopen, zou het die investering niet doen", zegt een waarnemer. Het nieuwe IT-platform van Fidea moet klaar zijn tegen 2015. Tot dan kan de verzekeraar een beroep doen op de ondersteuning en de dienstverlening van KBC Groep. Fidea wil van de gelegenheid gebruikmaken om zijn strategie en zijn marktpositionering te verfijnen. "We zullen nog meer dan vroeger inspelen op de behoeften van de bemiddelaars", zegt Schellens. Fidea mikt op twee doelgroepen: particuliere klanten, en zelfstandigen en kmo's. Dat cliënteel bereikt Fidea via de onafhankelijke verzekeringsmakelaars en via de agentschappen van Crelan, de nieuwe naam voor de fusie van Landbouwkrediet en Centea. Die laatste zijn nu nog met ongeveer 900, maar hun aantal zal verminderen tot 700. Centea was tot voor kort een bankdochter van KBC, maar het werd een jaar geleden overgenomen door Landbouwkrediet. In het verleden waren Centea en Fidea als Siamese tweelingen in grote mate afhankelijk van hun partnerschap. Zo bracht het net van Centea twee derde van de premie-inkomsten van Fidea in levensverzekeringen binnen. Centea zorgde ook voor een derde van de inkomsten uit niet-levensverzekeringen. "We hebben de voorbije tien jaar met Centea een zeer succesvolle samenwerking opgezet", beseft Schellens. "We willen die voortzetten met Crelan. De belangen lopen niet meer gelijk zoals in de holdingstructuur van KBC, maar de samenwerking kan een win-winsituatie blijven." Schellens is er niet van overtuigd dat de gezamenlijke verkoop van Centea en Fidea voor de verzekeraar een betere zaak zou zijn geweest. "Natuurlijk worden onze productiecijfers in leven bepaald door de distributie via het bankkanaal, maar in recurrent sparen en in schadeverzekeringen is de congruentie minder groot. Een integratie van de bank en de verzekeraar zou bovendien veel druk hebben gezet om exclusiviteit van het net te eisen. Dat zou ons een hoop business hebben gekost en het strookt niet met onze strategie. Voor Fidea zijn de makelaars zeer belangrijk. We respecteren hun onafhankelijkheid en hun keuzes." Fidea boekte vorig jaar een brutopremieomzet van 443 miljoen euro, waarvan 286 miljoen euro in leven en 157 miljoen in niet-leven. Voor de tak leven was dat een stabilisering, voor niet-leven gaat het om een daling met bijna 6 procent. Die daling is een gevolg van de verkoop van de portefeuille 'grote klanten en social profit' aan KBC. Fidea wil zich concentreren op kmo's tot vijftig werknemers. "Zonder die overdracht hadden we in niet-leven vooruitgang geboekt", aldus Edwin Schellens. De toekomst van Fidea ligt volgens Schellens in de schadeverzekeringen. "We waren al gefocust op schadeverzekeringen, en die focus wordt nog versterkt. De kern van een schadeverzekeringsbedrijf is zijn technische resultaat, en dat heb je als verzekeraar zelf in de hand. Je kan de risico's inschatten op basis van je portefeuille, je modellen en je voorspellingen." Dat is in levensverzekeringen heel anders. In dat segment is een verzekeraar voor een groot stuk afhankelijk van de evolutie van de financiële markten. Dat komt volgens Schellens in de eerste plaats doordat de levensverzekeraars zich de voorbije jaren als bankiers hebben gedragen. De producten die ze aanbieden - zoals tak21- en tak23-verzekeringen - zijn eigenlijk beleggingsproducten die passen in de vermogensopbouw van de klant (zie ook Goed belegd, goed verzekerd, blz. 134). Met een levensverzekering die een dekking biedt tegen een overlijden, hebben ze nog maar weinig te maken. Bovendien zijn de returns op de financiële markten in elkaar geklapt. De aandelenmarkten vertoonden de voorbije jaren een ongekende volatiliteit, overheidsobligaties bleken helemaal niet zo veilig als tien jaar geleden nog werd aangenomen, en de lage rente maakt het moeilijk om nog rendement te realiseren op nieuwe beleggingen en herbeleggingen. En wie durft te voorspellen wat de financiële markten de komende jaren zullen doen? "Onze nieuwe aandeelhouder gelooft ten volle in schadeverzekeringen, maar staat kritischer tegenover levensverzekeringen", concludeert Schellens. "Als de marktomstandigheden ertoe leiden dat de marge tussen de opbrengsten van beleggingen en de verplichtingen die je als levensverzekeraar hebt flinterdun wordt, moet je keuzes maken." Niet alleen Fidea staat voor zo'n strategische oefening. Heel wat verzekeringsmaatschappijen houden hun activiteit leven tegen het licht. Studies van grote consultancybureaus voorspellen dat deze verzekeringstak voor sombere tijden staat. Schellens is geneigd hun gelijk te geven: "Iedereen in de sector is het erover eens dat producten met een gegarandeerde minimumrente, zoals tak21- en groepsverzekeringen, in de toekomst onvoldoende return on equity zullen genereren. Als de return te laag is om er een goed product tegenover te zetten en je kosten en je commissielonen te compenseren, dreigt er voor de aandeelhouders niets meer over te blijven." Fidea zette voorlopig zijn groepsverzekeringen on hold, wat betekent dat de productie wordt beperkt en het product niet langer actief wordt gecommercialiseerd. Zal de onderneming dat ook doen voor individuele levensverzekeringen zoals een tak21? Schellens: "Wij hebben alle PIIGS-obligaties uit onze beleggingsportefeuille gegooid, waardoor we het risico sterk hebben teruggedrongen. De keerzijde van de medaille is dat we inleveren op het rendement. Als je vandaag Duitse Bunds koopt, kan je daar geen tak21-product met een return van 2 procent tegenover zetten. En voor lagere rendementen is er geen interesse. Dan haken de klanten af." Schellens beklemtoont dat de raad van bestuur van Fidea de knoop de komende maanden zal doorhakken: "We onderzoeken of het voor een bedrijf met onze omvang verstandig is in leven actief te blijven. Tegelijk moeten we de continuïteit van onze engagementen uit het verleden waarborgen. Er zijn verschillende mogelijkheden om dat te concretiseren." In schadeverzekeringen wil Fidea daarentegen plankgas geven. Dat betekent dat het een interne groei boven het marktgemiddelde wil realiseren. "Daar zijn we in het verleden altijd in geslaagd", weet Schellens. En het betekent ook: kansen op overnames grijpen, als die de groei in het domein van de schadeverzekeringen kunnen versnellen. "Ik denk alleen dat er zich de komende twee jaar niet zo veel kansen zullen aandienen", zegt Schellens. "Er is de voorbije jaren al flink wat consolidatie geweest." PATRICK CLAERHOUT