Verzekeraars trekken banken in de afgrond

De verzekeraars gokten op aandelen en verloren. Nu vragen ze hun zusterbanken om kapitaal. Dat zal een negatief effect hebben op de kredietpolitiek van de banken. Op de koop toe gaan de rentevoeten in Amerika misschien weer omhoog. De wereld wankelt aan de rand van een recessie.

“Irak speelt natuurlijk een belangrijke rol in het economische onheil dat over ons heen komt. Maar we mogen niet alle problemen aan die kwestie toeschrijven. Vooral de financiële sector zou ook zonder Irak rake klappen krijgen,” zo vernemen we op hoog niveau in de Europese Centrale Bank ( ECB) in Frankfurt. De ECB zegt in haar jongste maandbulletin, zij het in de mystieke taal zo eigen aan centrale bankiers, dat de problemen in de financiële sector kunnen leiden tot een kredietschaarste waar de niet-financiële ondernemingen het grote slachtoffer van zullen worden. Topmensen van Belgische banken wuiven dat scenario officieel weg, maar geven off the record toe dat er zich toch wel wat “spanningspunten” ontwikkelen op dit vlak.

Europa gaat Japan achterna

Twee van de belangrijkste spelers in de financiële sector zijn de verzekeringsmaatschappijen en de banken. De Europese verzekeraars en herverzekeraars incasseerden de jongste maanden de hardste klappen. De lijst van verzekeraars in nauwe schoentjes omvat nagenoeg de hele sector: Swiss Life, Aegon, Crédit Suisse, Prudential, Aviva, Zurich Finance, Gerling, ING, Fortis enzovoort. Maar ook in Amerika en zeker in Japan kent de sector niet bepaald een zorgeloos bestaan. Voor een megaverzekeraar als American Insurance Group, de grootste verzekeringsmaatschappij ter wereld, wegen de claims uit de medische sector en door asbesttoestanden zwaar door. In Japan gingen de voorbije drie jaar al zes levensverzekeraars onderuit en de rest van de sector baadt in de rode cijfers. In een analyse van de Europese verzekeringssector geeft het Britse tijdschrift The Economist tussen de lijnen aan dat de Europese verzekeringssector heel dicht bij het Japanse crashscenario staat.

De oorzaken van de crisis in de Europese verzekeringssector zijn intussen voldoende bekend. Eerst en vooral kregen aandelen in de tweede helft van de jaren negentig een te groot belang in hun beleggingsportefeuille. Dalende aandelenkoersen verplichten de verzekeraars tot verkoop van aandelen om hun solvabiliteit – de mogelijkheid om aan hun verplichtingen te voldoen – intact te houden. Die verkopen duwen de koersen naar beneden, waardoor de verzekeraars opnieuw moeten verkopen enzovoort. Deze negatieve spiraal teistert de verzekeraars én de aandelenmarkten nu al maanden.

Bovendien zitten de Europese verzekeraars opgezadeld met een toename van de claims in het algemeen (11 september, asbest, overstromingen…) en met een verkeerde prijszetting uit het verleden. Dat is vooral zo in de sector van de levensverzekeringen, zegt Robert Hartwig van het Insurance Information Institute in New York. Bovendien doken de verzekeraars, mede dankzij hun grote aandelenportefeuilles, de voorbije jaren steeds enthousiaster in de markt van de derivaten. De correcte inschatting van de risico’s en een redelijke evaluatie van de reële waarde van de uitstaande derivatencontracten zijn zelfs voor kenners een penibel probleem.

Stijgende rentevoeten

Door de innige banden tussen Europese banken en verzekeraars – denk alleen al aan Fortis, ING en KBC – begint de dalende solvabiliteit van verzekeringsmaatschappijen zwaar te wegen op het vermogen van de banken om hun klassieke kredietverlening aan de ondernemingen in stand te houden. Kijk bijvoorbeeld naar Gerling. Deze Duitse verzekeraar kan de aangegane verplichtingen niet langer voldoen. Gerling heeft dringend behoefte aan een forse kapitaalinjectie en die zal vooral moeten komen van Deutsche Bank, een van de belangrijkste aandeelhouders van Gerling. De kredietpolitiek van Deutsche Bank zal in restrictieve zin (hogere marges en grotere risicoaversie) worden beïnvloed.

Bovenop al deze commotie over verzekeraars en banken komt een bijkomende storingsfactor: het gevaar van stijgende tarieven van de langetermijnrente in Amerika. Dat heeft alles te maken met de omslag van deflatie naar inflatie in de VS. Een jaar geleden daalden de groothandelsprijzen op jaarbasis met 2,7 %, nu stijgen ze met 2,8 %. De stijging van consumptieprijzen sprong in één jaar tijd van 1 % naar 2,6 %. Vooral op de obligatiemarkten leeft de vrees dat tegen het einde van het jaar de Amerikaanse inflatie wel eens flink boven de 3 % zou kunnen uitkomen. De dalende dollar, het expansieve monetaire beleid van de Amerikaanse centrale bank en vooral de begrotingstekorten van president George Bush liggen aan de basis van deze vrees.

Wereldwijde recessie

De verwachting van een hogere inflatie leidt tot hogere tarieven van de langetermijnrente, en die hebben op hun beurt twee effecten. Ten eerste daalt de waarde van de obligaties, waardoor de gehavende beleggingsportefeuilles opnieuw een tik krijgen. Ten tweede zet een hogere rentevoet niet aan tot investeren en ondernemen. Voeg daarbij de wereldwijde geopolitieke onzekerheid en het is duidelijk waarom voorspellers eerder à la baisse dan à la hausse zitten. Zo stelde Morgan Stanley, misschien wel de meest gereputeerde internationale voorspeller, zijn verwachting voor de groei van de wereldeconomie dit jaar neerwaarts bij tot 2,5 % (zie tabel: Hoe zal de wereld groeien?). Volgens de geldende conventies bevindt de wereldeconomie zich in dat geval formeel in een recessie.

Voor België zitten de groeivoorspellingen voor dit jaar tussen 0,75 % ( Petercam) en 1,6 % ( Dexia). Geen van de Belgische voorspellers houdt ernstig rekening met de mogelijkheid van een opwaartse herziening in de komende zes maanden.

Hogere rentevoeten hebben een negatief effect op de waarde van de obligaties en koelen de lust tot investeren af.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content