Neen, ze zijn niet zo talrijk: de tentoonstellingen die niets definitiefs willen bewijzen, geen besluiten willen trekken of niets voorgoed willen vastleggen. En toch toont het Gentse Museum voor Schone Kunsten met 'Verwantschap & Eigenheid - Belgische en Nederlandse Kunst 1890-1945' aan dat een tentoonstelling die gewoon de 'kijkende bezoeker' wil dienen ook de kenner soms met geschenkjes kan bekoren.
...

Neen, ze zijn niet zo talrijk: de tentoonstellingen die niets definitiefs willen bewijzen, geen besluiten willen trekken of niets voorgoed willen vastleggen. En toch toont het Gentse Museum voor Schone Kunsten met 'Verwantschap & Eigenheid - Belgische en Nederlandse Kunst 1890-1945' aan dat een tentoonstelling die gewoon de 'kijkende bezoeker' wil dienen ook de kenner soms met geschenkjes kan bekoren. Eigenlijk beoogt 'Verwantschap & Eigenheid' niets meer dan het werk van Belgische en Nederlandse kunstenaars uit de periode 1890-1945 naast elkaar te plaatsen, om op die manier te tonen wat eigen is en wat verwant is. Een bijna naïef uitgangspunt, maar precies door zijn eenvoud ook origineel. Gastconservator Marc Lambrechts selecteerde negentig kunstwerken op basis van een onderlinge aantrekking, van het simpele feit dat ze soms op elkaar lijken en dus zichtbaar samen horen, en presenteert die werken vervolgens per twee (een Belgisch werk naast een Nederlands). Wie de paartjes bekijkt, krijgt er meteen ook een reis bij door de geschiedenis van stijlen en stromingen: een trip die begint bij het jaar waarin Vincent van Gogh sterft en Charley Toorop Brussel verlaat, en eindigt bij het einde van de oorlog, het ontstaan van Cobra en de intrede van de abstractie in de Jeune Peinture Belge. Lambrechts opteerde ervoor om - op een paar uitzonderingen na - telkens maar één werk van een kunstenaar te tonen. Het nadeel daarvan is dat de in de kunstgeschiedenis ontstane hiërarchie wat wordt afgevlakt, terwijl tegelijk enkele plaatsen worden ingenomen door mindere goden. Bovendien zorgt het uitgangspunt van de tentoonstelling ervoor dat bepaalde kunstenaars helemaal níét zijn opgenomen, namelijk die artiesten die alleen maar eigenheid bezitten. De lijst van afwezigen ( Fréderic, Delville, Schirren, Servaes, Daeye, Isaac Israëls, Mesquita...) is dus even veelzeggend als de namen die de tentoonstelling wél toont. Toch blijft het fascinerend om vast te stellen hoe de 'Vluchtende Nonnen' van de Nederlander Carel Willink verwant zijn met de wereld van Paul Delvaux; hoe 'Memories' - een groot pastel van Fernand Khnopff uit 1889 - zich lijkt te herhalen in 'Het wachten' - een monumentale tekening van de Nederlander Pyke Koch uit 1941; of hoe de Belg Georges Vantongerloo rond 1920 betrokken geraakte bij de kunststroming De Reis en bij Theo van Doesburg (zie foto's). Meestal krijgt u tijdens de tentoonstelling het antwoord op het 'waarom' van al die gelijkenissen, maar soms blijft dat antwoord uit. Zoals we echter al schetsten, hadden ze in Gent niet de bedoeling om iets definitiefs te bewijzen. Nieuwsgierig maken, zo toont 'Verwantschap & Eigenheid' aan, kan al meer dan voldoende zijn.Jan Lodewyckx [{ssquf}]Verwantschap & Eigenheid - Belgische en Nederlandse kunst 1890-1945, t/m zo 16 juni 2002 in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, 9000 Gent (van di t/m zo, 10.00 tot 18.00 uur). Info: 09-240 07 50, e-mail:expo.msk@gent.be, http://finearts.museum.gent.be