Olie, ijzer, nikkel, suiker... Rust er een vloek op de grondstoffen? Velen denken van wel. Heel wat landen met grote reserves aan mineralen of olie in hun ondergrond, hebben daar niet altijd profijt uit gehaald, integendeel. De strijd om die rijkdommen heeft hun economieën gedestabiliseerd, die bovendien slecht uitgerust zijn om de prijsschommelingen het hoofd te bieden.
...

Olie, ijzer, nikkel, suiker... Rust er een vloek op de grondstoffen? Velen denken van wel. Heel wat landen met grote reserves aan mineralen of olie in hun ondergrond, hebben daar niet altijd profijt uit gehaald, integendeel. De strijd om die rijkdommen heeft hun economieën gedestabiliseerd, die bovendien slecht uitgerust zijn om de prijsschommelingen het hoofd te bieden. Nu is er een nieuwe vloek. Sinds 2014 daalt de koers van de meeste grondstoffen. Neem petroleum: tussen juni 2014 en vandaag is de prijs van een vat Brent-olie gedaald van 114 tot 46 dollar. Dat is een daling met bijna 60 procent. Waarom is dat een vloek? Studies toonden in het verleden aan dat een stijging van de olieprijs met 10 dollar per vat leidt tot een verarming van de ontwikkelde landen met zo'n 0,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). En is het niet zo dat een daling van de grondstoffenfactuur nieuwe mogelijkheden biedt aan de ondernemingen om te investeren en aan de gezinnen om te verbruiken, en zo de groei aanzwengelt? Vroeger was dat zo, vandaag niet meer. Rabah Arezki, die het departement grondstoffen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) leidt, verbaast zich daarover. "Het fenomeen heeft heel wat waarnemers overvallen. Ook het IMF dacht dat de daling van de olieprijzen de wereldeconomie een nettovoordeel zou bieden. De exporteurs zouden worden benadeeld, maar de importeurs zouden er meer profijt uit halen, omdat ze veel meer de neiging hebben hun inkomsten te consumeren dan exportlanden als Saudi- Arabië", zegt hij. Bernard Keppenne, de hoofdeconoom van CBC, haakt daarop in: "We hebben de negatieve impact van een daling van de olieprijs onderschat. Het is goed nieuws voor de importlanden, maar slecht nieuws voor de exportlanden en de Amerikaanse verwerkende industrie, die geschraagd werd door de investeringen in schaliegas. Alles bij elkaar had de daling een destabiliserend effect op de wereldeconomie." De destabilisatie heeft verschillende vormen aangenomen: de deflatie waarin een groot deel van de ontwikkelde landen dreigt te verzinken, de daling van de inkomsten van veel opkomende landen, en de opleving van handelsoorlogen en protectionistische reflexen. Maar hoe valt het te verklaren dat goedkope olie plots een handicap wordt? Op die vraag is er een Amerikaans antwoord en een internationaal antwoord. Het Amerikaanse antwoord is dat de daling van de prijs per vat een einde heeft gemaakt aan de gigantische investeringen in het schaliegas en dat die terugval slechts deels werd gecompenseerd door een toename van het verbruik. Op wereldniveau is het iets subtieler: de daling van de olieprijzen (en van andere grondstoffen) heeft het effect dat ze de intresten opdrijft. "Het grote verschil met voorbije episodes is dat de nominale intresten in vele ontwikkelde landen op nul of dicht bij nul staan", zeggen Arezki en de experts van het IMF. In normale tijden is het zo dat, als de productiekosten dalen, de ondernemingen meer winstmarge krijgen om aan te werven en te investeren, de inflatie bedaart, de koopkracht van de gezinnen verbetert en dat dat allemaal de economie aanzwengelt. Maar "dat mechanisme loopt vast als de centrale banken de rente niet kunnen laten dalen", benadrukt het IMF. Er is nog een tweede vloek. Landen of ondernemingen dreigen te verzeilen in wanbetaling. De Amerikaanse exploitanten van schaliegas hebben ongeveer 200 miljard dollar geleend en dat dreigen toxische leningen te worden. Om het systeem weer in orde te krijgen, moeten de inflatie en de richtrentes van de centrale banken weer op een normaal peil komen. Vandaar de schijnbaar paradoxale conclusie: een herstel van de prijzen zou welkom zijn. Daarbij kwam de recente beslissing van de olieproducerende landen om hun productie te beperken. Dat mag gezien worden als goed nieuws. "Die beslissing zou de landen van het Midden-Oosten moeten stabiliseren, ervoor zorgen dat de Russische economie uit de recessie geraakt, een positieve impact hebben op landen als Algerije en Venezuela en onrechtstreeks de verwerkende industrie in de Verenigde Staten stabiliseren." Ook voor onze landen zou het geen slecht nieuws zijn: "Een vat olie dat rond de 45 dollar zweeft, hoeft niet nadelig te zijn voor de importlanden. We hebben het over stabilisatie", geeft Keppenne aan. Niemand verwacht een nieuwe opflakkering. Als de prijs per vat op het huidige niveau blijft, kan de stilgevallen productiecapaciteit van petroleum en schaliegas weer worden opgestart, wat het aanbod zou verhogen. Dezelfde dynamiek duikt ook elders op: Nyrstar heeft zijn Amerikaanse zinkmijnen weer geopend wegens de opleving van de zinkprijzen. Aan de vraagzijde worden de vooruitzichten voor de wereldgroei echter opnieuw naar beneden herzien. Maar als de stabilisatie doorzet, kan ze de wereldeconomie helpen weer een zeker evenwicht te bereiken. Pierre-Henri Thomas"De daling van de grondstoffenprijzen heeft een destabiliserend effect op de wereldeconomie" - Bernard Keppenne, hoofdeconoom CBC