Op 21 februari van dit jaar tekenden het Vlaams Economisch Verbond ( VEV), de acht Vlaamse Kamers voor Handel en Nijverheid en de koepelorganisatie van de kamers een intentieverklaring om tot een integratie te komen. In juni zou hierover een protocol worden ondertekend. Maar in juni bleek het water nog te diep en werd de datum verschoven naar de "vroege herfst". De VEV-woordvoerder blijft nog steeds die datum verkondigen maar op het terrein vernamen we dat het op zijn best eind dit jaar zal worden.
...

Op 21 februari van dit jaar tekenden het Vlaams Economisch Verbond ( VEV), de acht Vlaamse Kamers voor Handel en Nijverheid en de koepelorganisatie van de kamers een intentieverklaring om tot een integratie te komen. In juni zou hierover een protocol worden ondertekend. Maar in juni bleek het water nog te diep en werd de datum verschoven naar de "vroege herfst". De VEV-woordvoerder blijft nog steeds die datum verkondigen maar op het terrein vernamen we dat het op zijn best eind dit jaar zal worden. Een weg terug is er niet meer. Volgens mensen die bij de onderhandelingen betrokken zijn, zal de nieuwe organisatie bestaan uit twee vzw's, een voor de kamers en een voor het VEV, met een koepel erboven. Een totale fusie wordt het dus niet. De nieuwe organisatie zal een budget hebben van 25 miljoen euro en 200 à 220 medewerkers tellen. Een nieuwe (binnenlandse) naam is er nog niet. In het buitenland zal de naam Flemish Chamber of Commerce worden gebruikt. Het uittekenen van de managementstructuur zou het grootste knelpunt zijn. De leiding van de nieuwe organisatie zal zo goed als zeker worden opgenomen door Philippe Muyters, de huidige gedelegeerd bestuurder van het VEV. Maar voor de functies daaronder is het nog koffiedik kijken. De drijvende krachten achter de fusie zijn de kamers van Antwerpen-Waasland, Limburg, West-Vlaanderen (met enige reserve naar verluidt) en Dendermonde. De respectieve toplui van die kamers, Luc Luwel, Johann Leten, Jo Libeer en Karel Uyttersprot, zullen ongetwijfeld rekenen op een beloning voor hun inzet. Maar niet alle kamers zijn even enthousiast. De kamers van de Kempen, Leuven en Halle-Vilvoorde zijn nauwelijks geïnteresseerd.Het volgende knelpunt is de samenwerking met de sectoren. Op dit ogenblik heeft het VEV een geïnstitutionaliseerd overleg met verschillende Vlaamse afdelingen van sectorfederaties. De sectoren vrezen macht te verliezen in de nieuwe organisatie. Over hun plaats moet nog steeds worden onderhandeld.Eens de organisatie rond is, moeten nog andere problemen worden opgelost. Zo is er het geval Limburg, waar traditioneel het Verbond van Kristelijke Werkgevers en kaderleden (VKW) de belangrijkste werkgeversorganisatie is en niet de kamer. VKW Limburg laat zich niet opjagen en rondt eind dit jaar een strategische oefening over zijn positionering af. Zal het VKW zich blijven profileren als een werkgeversorganisatie in concurrentie met het nieuwe VEV, of wordt het een meer reflecterende vereniging zoals het VKW in de andere provincies? En dan is er nog de Unie van Zelfstandige Ondernemers. Op Vlaams niveau kon Unizo zich tot nu toe stevig profileren omdat het bij het VEV vooral ontbrak aan representativiteit bij de kleinere bedrijven. Dat probleem is met de fusie opgelost. We mogen van het Unizo verwachten dat het straks van het nieuwe VEV zal beweren dat een organisatie nooit grote en kleine ondernemingen tegelijk kan bedienen. Wordt Unizo daarmee de splijtzwam van de nieuwe organisatie? G.M. [{ssquf}]Wordt Unizo de splijtzwam van de nieuwe organisatie?