Roest, ook dat nog. De zenuwen van de oliemarkten stonden al gespannen door de spanningen in het Midden-Oosten en de krapte op de markt, en daar komt nu ook falende infrastructuur bij. Het Britse olieconcern BP moet de helft van de productie van zijn olieveld Prudhoe Bay in Alaska stilleggen omdat een pijplijn die de olie afvoert over verschillende kilometers doorgeroest bleek.
...

Roest, ook dat nog. De zenuwen van de oliemarkten stonden al gespannen door de spanningen in het Midden-Oosten en de krapte op de markt, en daar komt nu ook falende infrastructuur bij. Het Britse olieconcern BP moet de helft van de productie van zijn olieveld Prudhoe Bay in Alaska stilleggen omdat een pijplijn die de olie afvoert over verschillende kilometers doorgeroest bleek. Op zich zou dit incident niet te veel rimpels door de oliemarkt mogen sturen. Het gaat om een tijdelijk, en niet om een structureel mankement. En al hoort Prudhoe Bay met een totale productie van 400.000 vaten per dag tot de productiefste olievelden ter wereld, dan nog is dat slechts 0,5 % van de dagelijkse wereldproductie. De markt kan echter nauwelijks nog een tegenslag verdragen. De reservecapaciteit is gedaald tot 2 miljoen vaten per dag op een dagproductie van ongeveer 85 miljoen vaten. Corrosie heeft die buffer dus plots voor een tiende weggevreten. De andere pijpleidingen en infrastructuur kunnen het maar beter houden, en voor Iran is het in deze omstandigheden een koud kunstje om schaarste op de oliemarkt te organiseren. De prijs voor een vat ruwe olie klom vorige week naar ruim 75 dollar. Dat is wellicht geen eindstation. De oliehandelaren krabben zich immers steeds harder achter de oren bij de vraag hoe lang het aanbod de vraag nog kan bijbenen. Want het incident in Alaska herinnert de wereld eraan dat 70 % van de productie afkomstig is van olievelden die voor 1970 ontdekt werden. De meeste en zeker de grootste olietanks van de wereld hebben een gezegende leeftijd en dat laat zich steeds harder voelen in de productie. Begin deze maand kwam het bericht dat het tweede productiefste olieveld ter wereld - het Cantarellveld in Mexico - over zijn productiepiek van 2 miljoen vaten per dag heen is. Nummer drie qua productie heeft ook prijs: het Burganveld in Koeweit botste vorig jaar op zijn productieplafond van 1,7 miljoen vaten per dag. Twintig jaar geleden konden nog vijftien olievelden meer dan 1 miljoen vaten per dag produceren. Nu zijn dat er nog vier. Daar komen nu wel de teerzanden van Canada bij. In Prudhoe Bay, ontdekt in 1968, daalt de olieproductie al sinds 1988. Gevreesd wordt dat de oliemaatschappijen niet meer happig zijn om nog fors te investeren in de infrastructuur van deze overjaarse velden, maar de maatschappijen ontkennen dit. Het grootste en productiefste olieveld ter wereld, Ghawar in Saoedi-Arabië, werd ontdekt in 1948 en is dus bijna zestig jaar oud. Ghawar zou echter, toch volgens de Saoedi's, nog tientallen jaren meekunnen en de productie zelfs verder kunnen opdrijven. Maar het is veelzeggend dat de wereld momenteel moet rekenen op deze veteraan - waarvan alleen de Saoedi's de fitheid kennen - om de oliebevoorrading te verzekeren. Volgens de befaamde olieanalist Matthew Simmons is echter ook daar het vet van de soep. Zijn de bestaande reuzenvelden (goed voor ongeveer 50 % van de wereldproductie) oud en soms bijna versleten, dan worden er nauwelijks nog nieuwe grote velden ontdekt. De laatste ontdekking dateert van 2003, voor de kust van Brazilië. Maar het gaat om olie van lage kwaliteit, en de productie wordt pas verwacht vanaf 2011. Het gaat om een reserve van 700 miljoen vaten die de wereld - tegen de huidige wereldconsumptie - voor amper acht dagen van olie kunnen voorzien. Tussen 2000 en 2005 werden 16 miljard vaten ontdekt in grote olievelden, maar de wereld verbruikte in dezelfde periode 170 miljard vaten. Nieuwe grote olievelden zijn nochtans essentieel om de reserves en dus de (toekomstige) olieproductie significant op te voeren. Het is een vuistregel dat de olieproductie piekt als ongeveer de helft van de ontginbare reserves zijn opgepompt. De olieproductie in de Verenigde Staten heeft dit patroon bijvoorbeeld perfect gevolgd, en de huidige productie (9 miljoen vaten per dag) bedraagt minder dan de helft van de piekproductie (21 miljoen vaten). Ook in de Noordzee is de productie al in dalende lijn. Het zijn vooral de OPEC-leden die nog genoeg reserves hebben om de komende jaren een tandje bij te steken. Maar aangezien er op wereldschaal al sinds de jaren tachtig meer olie wordt verbruikt dan er gevonden wordt, is het aftellen naar de globale productiepiek begonnen. Volgens de aanhangers van de 'peak-oil'-theorie maken we die piek op dit eigenste moment al mee. Volgens het Internationaal Energie Agentschap hebben we respijt tot 2030 à 2040. Intussen blijft de vraag naar olie, ondanks de al fel hogere prijzen, onvermoeibaar stijgen. Tegen 2030 zou de wereld 115 miljoen vaten nodig hebben. De industrie moet dus niet alleen de productiedalingen in veel bestaande velden compenseren, maar de productie ook nog eens met 30 miljoen vaten uitbreiden de komende 25 jaar. Dat is bijna een misson impossible zonder de ontdekking van nieuwe grote olievelden. "Het is best mogelijk dat over tien jaar een vat 380 dollar kost. Want als China zo snel blijft groeien, dan tonen onze simulaties aan dat de vraag 8 % groter zal zijn dan het aanbod, wat de prijs door het dak zal jagen," zegt Moncef Caabi, energieanalist bij Ixis-Cib. Meer olie moet komen van een betere en intensere ontginning van bestaande reserves, van olievelden in de diepzee of van niet-conventionele olie zoals de teerzanden in Canada. Maar de gemakkelijkste en goedkoopste vaten zijn opgepompt. De gemiddelde kostprijs (inbegrepen een return op ingezet kapitaal van 8 %) van de 85 miljoen vaten die vorig jaar op de markt kwamen, bedroeg 20 dollar. Veertien procent van het aanbod zat boven 30 dollar. Die kostprijs zal verder oplopen naarmate de wereld andere bronnen moet aanboren. Olie uit de diepzee of gewonnen uit de teerzanden kost al snel 30 tot 40 dollar per vat. Dat is minder dan de huidige prijs, maar het tijdperk van goedkope olie lijkt voorbij. Daan Killemaes Daan Killemaes