MARC BUELENS
...

MARC BUELENSOp 3 mei bracht mijn krant het alarmerende bericht dat de lagere sociale klassen het internet minder nuttig gebruiken. Steeds meer gezinnen hebben toegang tot de digitale wereld, de zogenaamde digitale kloof wordt gedicht. Maar, er is een grote maar. De sociaal beter gesitueerde Belgen maken gebruik van online aangeboden diensten, zoals vastgoed zoeken of belastingen invullen, maar de sociaal kwetsbare groepen blijven hangen bij de spelletjes of op de sociaalnetwerksites. Dat is echt om stil van te worden. Want iedereen weet toch dat dit onderscheid op alle andere vlakken al lang is opgeruimd. De lagere klassen drinken zoals iedereen weet wijn uit de Nieuwe Wereld en eten tapas en sushi in trendy bars, terwijl de sociaal beter gesitueerde groepen streekbier drinken en gesignaleerd worden bij de frituren. In openbare bibliotheken is het ook al sterk opgevallen dat de 'lagere' klasse Dostojewski leest en de Encyclopedia Britannica raadpleegt, terwijl de 'hogere' klasse de kranten raadpleegt voor de sportuitslagen. Meer nog, de lagere klassen gebruiken liefst gesofisticeerd Engels en noemen de upperclass liefst 'uppercrust', terwijl de hogere klassen liefst het lokale dialect spreken. Ik zoek dus koortsachtig verklaringen voor het merkwaardige fenomeen van onevenwichtig internetgebruik. Een deel van de verklaring ligt voor de hand. Als je tot de bevoorrechte, rijkere groepen van de maatschappij behoort, dan koop en verkoop je vastgoed zoals je overhemden koopt en verkoopt. Daar is het internet een handig hulpmiddel voor. Als je echt niet veel geld hebt, dan klop je aan bij het OCMW. Als je niet veel geld hebt, hoef je zelfs geen belastingaangifte in te vullen. Uit recent baanbrekend eigen onderzoek is overigens ook gebleken dat de hogere klassen veel meer surfen op sites van hybride auto's en dat de lagere klasse vooral op zoek gaat naar tweedehands-auto's. Dat is pas alarmerend. De lagere klasse is overduidelijk minder milieubewust. Uit mijn onderzoek is ook gebleken dat de hogere klasse in ruimere, beter verluchte huizen en villa's woont, en dat de minstbedeelden vaak in kleine, weinig luchtige, overbevolkte appartementen samenwonen. Ook hier komt een somber beeld van de lagere klassen naar voren: ze zijn duidelijk minder bekommerd om hun gezondheid. Dat blijkt ook uit het bestedingspatroon: het zeer dure, biologisch geteelde voedsel lijkt het grote voorrecht te zijn van de meest begunstigden. Ik behoor nog tot de generatie die stukken uit De Loteling te horen kreeg. De liefdesbrieven van de boerenjongens werden geschreven en voorgelezen door geletterden. Lezen en schrijven is eeuwenlang een voorrecht gebleven van een kleine elite. We kunnen trots zijn dat in onze maatschappij zowat iedereen kan lezen en schrijven. Maar moeten we ons echt bekommeren om wat de mensen dan graag lezen? Om het feit dat vrouwen andere dingen lezen dan mannen? Moeten we echt alarmerende berichten de wereld insturen dat de ene sociale groep detectiveverhalen leest en een andere groep de Nobelprijswinnaars? Moeten we echt studies laten uitvoeren en de resultaten met bezorgde ernst meedelen dat de ene groep (jongeren, vrouwen, homo's, ouderen, rijkeren) andere dingen in de krant leest dan de andere groep? En wonder boven wonder: een debat over euthanasie met Etienne Vermeersch zal meer kijkers uit de zogenaamde 'hogere klassen' lokken en Familie zal vooral een volks publiek aanspreken. Dat marketeers geld willen uitgeven om de exacte cijfers te kennen, begrijp ik, maar wie heeft er nu maatschappelijk behoefte aan dit soort 'alarmkreten'? Het internet is een toegangsticket tot een pretpark. In onze maatschappij koesteren wij de Franse idealen: liberté, fraternité en égalité. Samen met de meeste inwoners van dit land vind ik dat elke burger van dit land zo'n toegangsticket moet kunnen kopen. En we boeken daar flinke vooruitgang in. Maar moeten we ook nog eens gaan bepalen welke attracties de 'betere' burger moet bezoeken? We zeggen toch ook niet welke sport deze burger moet beoefenen, welke krant hij moet lezen, en naar welke muziek hij moet luisteren? De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School.De lagere klassen drinken zoals iedereen weet wijn uit de Nieuwe Wereld en eten tapas en sushi in trendy bars.