Soms komt vernieuwing uit totaal onverwachte hoek. Tussen de vele instrumenten die het afgelopen decennium in het kielzog van de Europese Lissabonagenda ontwikkeld werden, is er één dat zich ontwikkelde tot Europa's geheime financiële wapen. Het is een instrument uit de koker van een instelling met een triple A-rating die zich in deze tijden van financiële crisis gelukkig mag prijzen dat ze zich min of meer volledig aan de aandacht van de media heeft kunnen onttrekken: de Europese Investeringsbank van Philippe Maystadt. In partnerschap met de Europese Commissie kwam die in juni 2007 met de zogenaamde risk-sharing financial facility (RSFF) op de proppen.
...

Soms komt vernieuwing uit totaal onverwachte hoek. Tussen de vele instrumenten die het afgelopen decennium in het kielzog van de Europese Lissabonagenda ontwikkeld werden, is er één dat zich ontwikkelde tot Europa's geheime financiële wapen. Het is een instrument uit de koker van een instelling met een triple A-rating die zich in deze tijden van financiële crisis gelukkig mag prijzen dat ze zich min of meer volledig aan de aandacht van de media heeft kunnen onttrekken: de Europese Investeringsbank van Philippe Maystadt. In partnerschap met de Europese Commissie kwam die in juni 2007 met de zogenaamde risk-sharing financial facility (RSFF) op de proppen. Deze RSFF biedt technologisch hoogwaardige bedrijven en organisaties de mogelijkheid in tijden van financiële crisis en toenemend risicomijdend gedrag bij banken en andere private instellingen, financiële middelen te werven voor risicovolle investeringen in onderzoek en innovatie. Een doorslaand succes. Het oorsponkelijke doel om met een gedeeld risico tussen Europese Commissie en EIB van elk maximaal 1 miljard euro, tussen 2007 en 2013 voor 10 miljard euro aan onderzoeksprojecten in Europa te financieren, is halverwege de rit al behaald. Sterker nog, er is met slechts de helft aan risicodekking al meer dan 16 miljard opgehaald. De financiële crisis is hier niet vreemd aan. Door een wonderlijk toeval is de RSFF in deze fase van de financiële crisis plots verworden tot een buitengewoon handig, anticyclisch financieel instrument om onze omvangrijke spaartegoeden die banken niet langer durven te investeren in risicovolle kennisinvesteringen, daar dankzij de tussenkomst van de EIB alsnog te krijgen. Heel wat onderzoeksprojecten kunnen op termijn wel degelijk een kasstroom genereren waardoor een schuldfinanciering ook voor hen aantrekkelijk kan zijn. Voor bedrijven is een RSFF-lening vooral interessant omdat ze een belangrijk signaaleffect inhoudt voor financiële markten. Een EIB-lening, zeker als die gepaard gaat met de risicodekking van RSFF, houdt een kwaliteitskeurmerk in en biedt bedrijven ook de mogelijkheid hun schuldpositie te herpositioneren. Al doende draagt de EIB ook rechtstreeks bij aan kredietverbreding en -versterking richting risicovolle activiteiten op Europese financiële markten: dankzij de EIB zijn andere financiële partijen nu ook bereid in te stappen in deze risicovolle investeringen. Voor de Europese Commissie en haar omvangrijke onderzoeksfinanciering in de zogenaamde kaderprogramma's is deze vorm van participatie in een financieringsinstrument als RSFF wellicht nog innovatiever en biedt zij totaal nieuwe kansen voor publiek-private samenwerking. De Europese Commissie als beheerder van de door het Europese Parlement goedgekeurde onderzoeksbegroting voor het zevende kaderprogramma over de periode 2007 tot 2013 van in totaal 50 miljard euro, wordt nu dankzij een participatie van 1 miljard euro in RSFF voor het eerst betrokken in het gebruik van onderzoeksmiddelen die geen subsidies zijn, maar leningen of debt-based finance. Het betekent dat, afgezien van mogelijke verliezen, straks ook rente en aflossingen op deze leningen zullen worden ontvangen. Op die manier zal ten minste een deel van de Europese kaderprogramma's zich omgevormd zien in een 'revolving fund'. T egenover de uitgaven en de administratieve kosten om zich er toch vooral van te vergewissen dat alle Europese onderzoeksuitgaven netjes volgens de regels gebeuren, staan nu onderzoeksinkomsten die opnieuw ingezet kunnen worden voor onderzoeksfinanciering. Dat opent totaal nieuwe perspectieven, niet alleen voor Europese onderzoeksfinanciering maar ook voor andere Europese steunprogramma's zoals de structurele fondsen ter versterking van regionale ontwikkeling. Ook hier gaat het niet om kleine bedragen. En opnieuw gaat dit alles gepaard met een omvangrijke administratieve overhead met nu vooral risicomijdend gedrag van de regionale autoriteiten in het aanmelden van projecten, het zich vooral afdekken van administratieve risico's door de regionale beheersagentschappen en een onderbemande Europese Commissie die amper nog in staat is enig toezicht te houden op de duizenden regionale projecten die kriskras door heel Europa gefinancierd worden. Niet verwonderlijk dat een groot deel van de fondsen onderbenut blijft omdat niet voldaan kan worden aan de Europese geldende regels zoals 50 procent cofinanciering door andere partijen. Een radicale hervorming van de regionale aanbodsgedreven steun in de richting van meer vraaggedreven schuldfinanciering onder de vorm van een regionaal risicopartnership - een soort van regionale RSFF - kan soelaas bieden. DE AUTEUR IS PROFESSOR ECONOMIE AAN DE UNIVERSITEIT VAN MAASTRICHT. Luc SoeteEen radicale hervorming van de aanbodsgedreven steun in de richting van meer vraaggedreven schuldfinanciering kan soelaas bieden.