Vorige week dinsdag, 3 september, velde de handelsrechtbank van Sint-Niklaas een opmerkelijk vonnis. Ze sprak het faillissement uit over Temse & Hoboken Rederij en Yatzy, twee dochters van de failliete Boelwerf. Volgens de rechter hadden de vennootschappen nooit in vereffening gesteld mogen worden, maar hadden ze het faillissement moeten aanvragen. De handelsrechtbank beschuldigt ...

Vorige week dinsdag, 3 september, velde de handelsrechtbank van Sint-Niklaas een opmerkelijk vonnis. Ze sprak het faillissement uit over Temse & Hoboken Rederij en Yatzy, twee dochters van de failliete Boelwerf. Volgens de rechter hadden de vennootschappen nooit in vereffening gesteld mogen worden, maar hadden ze het faillissement moeten aanvragen. De handelsrechtbank beschuldigt Christian Van Buggenhout, de vereffenaar van beide firma's, ervan niet te hebben gehandeld volgens de wet. Voor Van Buggenhout, die algemeen wordt beschouwd als 's lands grootste expert op het vlak van vereffeningen en curatelen, is dit een grote vernedering. De man is dan ook woedend. "Dit vonnis is gewoon belachelijk. Alleen uit principe ga ik hiertegen in beroep. Alle schuldeisers gaan akkoord met de vereffening. Men beschuldigt mij van belangenvermenging omdat ik curator ben van Boelwerf en vereffenaar van Yatzy. Dat klopt niet. Hier zal nog over gesproken worden," waarschuwt Van Buggenhout.Temse & Hoboken Rederij was een dochter van Boelwerf, dat in 1992 bankroet ging, en Yatzy was een dochter van Temse & Hoboken Rederij. Yatzy was de eigenaar van het boorplatform dat voor het Noorse Dyvi in de jaren tachtig was gebouwd. De onderneming verzaakte echter aan het contract en uiteindelijk ging Boelwerf failliet. Het boorplatform zelf werd met verlies in 1995 aan de Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras verkocht. Het dossier kwam in de belangstelling van het parket door het gerechtelijk onderzoek naar het faillissement van Boelwerf Vlaanderen, de opvolger van Boelwerf die ook over de kop ging. Vooral de onduidelijkheid rond de geldstromen van Yatzy maakte het parket argwanend. Omdat de vereffening al vier jaar aansleepte en de schuldeisers - onder meer de banken en de belastingen - maar geen centen kregen, werd besloten dat een faillissement de enige uitweg was. "De schuld bij de in vereffeningstelling was ongeveer 114 miljoen euro, terwijl die eind 2001 reeds was opgelopen tot 128,77 miljoen euro, waarvan 7,95 miljoen euro aan de belastingen," aldus het vonnis. En: "Het akkoord van deze schuldeisers mag niet worden afgeleid uit het loutere stilzwijgen van de schuldeisers. Het akkoord met deze handelswijze is niet bewezen." Willy Van Damme