De recente hervorming van de vennootschapsbelasting om een fiscaalvriendelijker bedrijfsklimaat te creëren, blijkt een maat voor niets. Zelfs de Belgische trots Interbrew dreigt ermee zijn maatschappelijke zetel naar Luxemburg te verhuizen. Ondanks alle sussende woorden en verbale beloftes die de politieke kaste verspreidt, blijven ondernemingen ons land ontvluchten. Hoewel de regering vorig jaar de nominale voet naar 33,99 % liet zakken, scoren we op internationale schaal slecht. Het probleem is dat het een vestzak-broekzakoperatie betro...

De recente hervorming van de vennootschapsbelasting om een fiscaalvriendelijker bedrijfsklimaat te creëren, blijkt een maat voor niets. Zelfs de Belgische trots Interbrew dreigt ermee zijn maatschappelijke zetel naar Luxemburg te verhuizen. Ondanks alle sussende woorden en verbale beloftes die de politieke kaste verspreidt, blijven ondernemingen ons land ontvluchten. Hoewel de regering vorig jaar de nominale voet naar 33,99 % liet zakken, scoren we op internationale schaal slecht. Het probleem is dat het een vestzak-broekzakoperatie betrof, waarbij de tariefverlaging gecompenseerd werd met een uitbreiding van de belastbare basis. Ook het vernieuwde instrument van de fiscale rulings biedt weinig soelaas. Die overeenkomsten tussen de fiscus en de belastingplichtigen over de taxatie van toekomstige transacties weten de bedrijven amper te bekoren. België is immers het enige land in de Europese Unie dat geen fiscale consolidatie kent. Daarbij kan een multinational winsten en verliezen van dochterbedrijven onderling compenseren. Het mag duidelijk zijn: als de overheid België profileert als een land waar het goed is om te ondernemen, zijn er andere maatregelen nodig. Een alternatieve financiering van de overheidsfinanciën, bijvoorbeeld. De Belgische vennootschappen betalen jaarlijks samen gemiddeld 8 miljard euro aan vennootschapsbelasting met een aanslagvoet van 33,99 %. Simplistisch voorgesteld zou België met een aanslagvoet van 12,5 % (zoals in Ierland) nog maar één derde (een kleine 3 miljard euro) uit de vennootschapsbelasting halen. Iets meer dan 5 miljard euro zou via een indirecte belasting gerecupereerd kunnen worden. Met de huidige tarieven van de BTW int de overheid meer dan 20 miljard euro. In dat louter rekenkundige voorbeeld zou het volstaan om de BTW-tarieven met één kwart te verhogen om de vennootschapsbelasting met twee derde te laten dalen. Ware het niet dat de BTW op Europees vlak geharmoniseerd is. Nochtans moet België dringend onderzoeken in welke mate de overheidsfinanciën op een alternatieve manier kunnen worden gefinancierd via een verschuiving van de directe belastingen naar de indirecte belastingen, en welk heilzaam effect die zou kunnen hebben op onze economie. Het is namelijk kiezen of delen voor een bedrijfsvriendelijk klimaat met een drastische vermindering van de lasten op arbeid, en voor werk en welvaart creëren bij ondernemingen die hier gevestigd zijn. Zoniet kijken we op termijn aan tegen een collectieve verarming van onze maatschappij, in die mate zelfs dat de goedkope producten uit de lagelonenlanden hier onbetaalbaar zouden worden. "Als het geld op is, is het koken gedaan", zegt een oude volkswijsheid. Maar het vraagt veel politieke moed om die boodschap uit te dragen naar de burger. En die moed is er (nog) niet. Werner Niemegeers