De Amerikaanse economie lijkt op het punt te verglijden in een recessie. Het valt nog te bezien of deze terugval, zoals in 2001, van kortstondig en eerder minimaal formaat zal zijn, dan wel verwordt tot een recessie met grote R. De Japanse economie kromp in het tweede kwartaal van dit jaar met 0,3 %. Analisten raken het niet eens over de vraag of dit een bijna toevallig dipje uitmaakt, dan wel of Japan opnieuw wegzinkt in een langere periode van stagnatie en zelfs achteruitgang. De euro-economie ten slotte verliest de jongste maanden ook duidelijk aan groeisnelheid. Ten derde male rijst de vraag naar het structurele karakter van deze beweging.
...

De Amerikaanse economie lijkt op het punt te verglijden in een recessie. Het valt nog te bezien of deze terugval, zoals in 2001, van kortstondig en eerder minimaal formaat zal zijn, dan wel verwordt tot een recessie met grote R. De Japanse economie kromp in het tweede kwartaal van dit jaar met 0,3 %. Analisten raken het niet eens over de vraag of dit een bijna toevallig dipje uitmaakt, dan wel of Japan opnieuw wegzinkt in een langere periode van stagnatie en zelfs achteruitgang. De euro-economie ten slotte verliest de jongste maanden ook duidelijk aan groeisnelheid. Ten derde male rijst de vraag naar het structurele karakter van deze beweging. Zelfs indien je in elk van de drie hierboven opgeworpen discussies aan de optimistische kant van de tafel zit, dan nog valt er niet te ontkomen aan de vaststelling dat de zaken eerder negatief evolueren in de drie grote blokken van de geïndustrialiseerde wereld. De China's en India's van deze wereld mogen dan exponentieel aan belang winnen binnen de wereldeconomie, een negatieve omslag qua conjunctuur in de VS, Japan en euroland laat diepe sporen na. Die regel geldt zeker voor een kleine, zeer open economie als de Belgische, wiens export zich toch nog altijd in belangrijke mate naar de andere geïndustrialiseerde landen richt. Terwijl de internationale economische omgeving dus allesbehalve denderend evolueert, blijven, bij de afronding van deze tekst, in België qua politieke aandacht alle ogen gericht op de verkenningsopdracht van Herman Van Rompuy. Met de intelligentie en het politieke savoir faire eigen aan dit CD&V-boegbeeld, lijkt Van Rompuy op weg naar voorzichtige doorbraken. Het scenario van een regering met beperkt programma en ook van bij de aanvang gelimiteerd in de tijd, zou daarbij op tafel liggen. De vraag die echter nu nog méér dan bij de aanvang van de huidige politieke moeilijkheden van dit land rijst, luidt of we ons een gammele regering kunnen veroorloven. Tegen de achtergrond van een minder attractief internationaal economisch klimaat zijn er ten minste twee dossiers die politieke aandacht én moed zullen vergen. Het eerste van die twee dossiers betreft onze internationale concurrentiepositie. Zoals Caroline Ven, directeur van de denktank VKW Metena, duidelijk aantoont in haar recente beleidsnota 'Röntgenfoto van de Belgische economie' groeide zowel in 2005 als in 2006 de import sneller dan de export. In een duidelijke breuk met onze traditie op dit vlak leverde de buitenlandse handel de voorbije twee jaar een negatieve bijdrage aan onze groei. Alles wijst erop dat 2007 allicht geen kentering te zien zal geven. Alhoewel de versnelde groei van de import zeker ook te maken heeft met het expansieve beleid van de overheid inzake lopende uitgaven, zet deze situatie nog maar eens in de verf dat er ook met onze internationale concurrentiepositie iets grondig fout zit. De Belgische economie verliest nu al bijna twee decennia lang voortdurend aan marktaandelen. De vakbonden en bepaalde politici hebben groot gelijk als ze stellen dat dit onrustwekkende fenomeen zeker niet alleen samenhangt met de loonkosten. Ze slaan de bal evenwel compleet mis als ze het belang van die loonkosten minimaliseren. Het tweede zorgwekkende dossier is de begroting. Zelfs bij een uitstekende economische groei slaagde Paars er enkel in om via eenmalige maatregelen en koehandeltjes als de verkoop (en wederinhuur) van gebouwen om de begroting enigszins in evenwicht te houden. De CD&V wil van dat soort ingrepen niet meer weten en zo hoort het. Gaat de economische groei echt in lager toerental dan blijven er nog maar twee opties open: ofwel een deficit toestaan ofwel échte maatregelen nemen. Wat dit laatste betreft, bewees de Hoge Raad van Financiën het land recent alleszins geen dienst. De raad stelt voor om de noodzakelijke verlichting van de lasten op arbeid te financieren met nieuwe lasten op spaargelden. Sociaaleconomisch komt dit neer op het via de voordeur buitenwerken van een kwaal, maar ze langs de achterdeur weer binnenhalen. De auteur is algemeen directeur van het VKW. Johan Van Overtveldt