Excuseer? Jawel, verhoog de belastingen op vastgoed. Het lijkt een stomp in de maag van de bouwlustige Belg, maar het kan de economie deugd doen. De conditio sine qua non is echter dat de opbrengst van een hogere baksteenbelasting tot de laatste cent wordt aangewend om de belastingen op arbeid te verlagen. Het eindresultaat is niet alleen rechtvaardiger, het is ook een zegen voor de groei en de tewerkstelling. Daarom: verhoog de minst schadelijke of zelfs productieve belastingen (op vastgoed), om de meest schadelijke (op arbeid) te verlagen.
...

Excuseer? Jawel, verhoog de belastingen op vastgoed. Het lijkt een stomp in de maag van de bouwlustige Belg, maar het kan de economie deugd doen. De conditio sine qua non is echter dat de opbrengst van een hogere baksteenbelasting tot de laatste cent wordt aangewend om de belastingen op arbeid te verlagen. Het eindresultaat is niet alleen rechtvaardiger, het is ook een zegen voor de groei en de tewerkstelling. Daarom: verhoog de minst schadelijke of zelfs productieve belastingen (op vastgoed), om de meest schadelijke (op arbeid) te verlagen. Trouwens, de belasting op vastgoed is bij ons laag in vergelijking met andere industrielanden. De opbrengst bedraagt hier nog geen 0,5 procent van het bbp, in andere OESO-landen overtreffen de opbrengsten van de belasting vaak 1 procent van het bbp. De belasting op vastgoed bestaat vooral uit de onroerende voorheffing, maar daar staat in de personenbelasting een grotere aftrekpost tegenover in de vorm van de woonbonus: de belastingaftrek voor de enige woning. Beiden houden elkaar niet langer in evenwicht omdat het kadastrale inkomen waarop de onroerende voorheffing berekend wordt al lang de realiteit niet meer weerspiegelt. Dat kadastrale inkomen is gebaseerd op de huizenprijzen van 1975, en is sinds 1991 geïndexeerd aan de consumptieprijzen. De huizenprijzen hebben echter een veel hogere vlucht genomen. De bijna 25-jarige hausse op de vastgoedmarkt lijkt nu wel voorbij (zie ook bladzijde 18), maar de vastgoedwaardes in de boeken van de fiscus bedragen maar de helft van de eigenlijke marktwaarde. De wet voorziet nochtans in een herziening van het kadastrale inkomen om de tien jaar. Maar welkom in België, waar de wet niet altijd de wet is. De herziening is een dure operatie en is de bevoegdheid (en valt dus ten laste) van de federale overheidsdienst Financiën van minister Didier Reynders (MR). De opbrengsten vloeien echter vooral naar de gewesten, die de onroerende voorheffing innen. Waarom zou Reynders dus kosten maken voor een herziening, als de gewesten met de opbrengsten gaan lopen? Het is de zoveelste knoop in het federale België. Het fiscale gunstregime voor bakstenen moedigt ook de keuze voor het eigen huis als favoriete spaarvarken aan, zeker in vergelijking met alternatieven zoals een spaarrekening bij de bank, of een belegging in obligaties of aandelen. Dat spaarkapitaal wordt daardoor niet optimaal ingezet. Investeren in huizen voegt weinig toe aan de competitiviteit van de ondernemingen of de exportprestaties. Een investering in bijvoorbeeld onderzoek of ontwikkeling is veel rendabeler. Bovendien remt de fiscale voorkeursbehandeling van bakstenen de arbeidsmobiliteit af, omdat de huizenprijzen worden opgejaagd, terwijl de transactiebelasting op vastgoed in België wél nog altijd vrij hoog is. Een verstandiger fiscaliteit kan dus ook de files korter maken en de beschikbare arbeid beter inzetten, naarmate het minder kost om dichter bij de job van je leven te wonen. Een belasting op vastgoed past trouwens perfect in de verstandige trend om consumptie meer te belasten, en arbeid meer te ontzien, kwestie van in dit land meer volk aan de slag te krijgen. Investeer daarom in hogere baksteenbelastingen, in een arbeidsvriendelijkere én billijkere personenbelasting. Nu lopen de aanslagvoeten, na de vrijstelling op een basisbedrag, bijzonder snel op. Een marginale aanslagvoet van 40 procent is al het lot voor het inkomen boven het minimumloon, waardoor twee derde van alle belastbare inkomens 40 procent of meer belast worden. Na die steile klim plafonneert de marginale aanslagvoet nog voor het mediaaninkomen op 50 procent. Daarom zegt ook de OESO het: België kent eigenlijk een vlaktaks, maar dan eentje met véél aftrekposten, zoals de woonbonus of de aftrek voor pensioensparen. Deze fiscale boni werken zelfs licht regressief, omdat vooral de hogere inkomens er gebruik van maken. ACV-topman Luc Cortebeeck weet dus heel goed waar hij oorlog kan maken, maar hij kiest voor het verkeerde gevecht als hij pleit voor de afschaffing van de fiscale stimuli voor pensioensparen. De investeringen in risicokapitaal die in deze derde pensioenpijler aangemoedigd worden, brengen veel meer groei en jobs op dan de woonbonus. Schaf de fiscale steun voor het pensioensparen af, en deze stroom spaargeld naar risicokapitaal droogt helemaal op. Luc Cortebeeck vergeet er ook bij te zeggen dat de personenbelasting al zeer progressief en heel hoog is voor de lage- en middeninkomens, en dat de aftrekposten als compensatie deel uitmaken van de deal. Neem dus de aftrekposten alleen in het vizier als een tragere progressiviteit in de personenbelasting de tegenprestatie is. Want hoge marginale aanslagvoeten beperken het risicogedrag dat zo broodnodig is om een economie vitaal te houden - waarom iets riskeren als de helft van de opbrengst voor de staat is? Een kleine en tamme ondernemende klasse is een kwelduivel voor sectoren die volop in beweging zijn. En het zijn net die sectoren waar de 'creatieve destructie' nieuwe welvaart moet scheppen. Zorg dus voor een slimmere fiscaliteit. Of onze baksteen blijft ons op de maag liggen. Daan Killemaes DE AUTEUR IS chief economist.Een baksteenbelasting lijkt een stomp in de maag van de Belg, maar ze kan de economie deugd doen.