Op de flank van de bergen rond Montreux, aan de rand van de Franse Alpen en het meer van Genève, is in vijftig jaar een vreemde microkosmos tot stand gekomen. Een zuivere hotelschool, in meerdere opzichten, die zich uitstrekt over acht rotsplateaus. Het complex omvat vijf restaurants, een topsportzaal en hotelinstallaties die echter dan echt zijn. In die betonnen cocon lopen honderden jongens en meisjes, ze zijn allemaal in de twintig en lopen de hele dag rond in een gekleed pak of een elegant mantelpakje. Ze leren er opdienen, vooral in het Engels. Niet meer of niet minder.
...

Op de flank van de bergen rond Montreux, aan de rand van de Franse Alpen en het meer van Genève, is in vijftig jaar een vreemde microkosmos tot stand gekomen. Een zuivere hotelschool, in meerdere opzichten, die zich uitstrekt over acht rotsplateaus. Het complex omvat vijf restaurants, een topsportzaal en hotelinstallaties die echter dan echt zijn. In die betonnen cocon lopen honderden jongens en meisjes, ze zijn allemaal in de twintig en lopen de hele dag rond in een gekleed pak of een elegant mantelpakje. Ze leren er opdienen, vooral in het Engels. Niet meer of niet minder. Dit gebeurt allemaal in het Institut de Hautes Etudes Glion, dat een uitgelezen reputatie in de hotellerie meedraagt. De zonen van diplomaten, dochters van industriëlen, begaafde kinderen uit opkomende economieën en erfgenamen van achterhaalde onderwijsmethoden moeten in vier jaar - of vijf semesters van academische cursussen onderbroken voor twee stages van zes maanden - de in's and out's van het hotelmanagement aanleren. Vier jaar strikte discipline in een ouderwetse internaatsfeer. Vier jaar scholing om een benijdenswaardige klasse en nederigheid aan te kweken. Vier levensjaren die elk een prijskaartje van minstens 25.000 euro dragen. "We bieden hun een academische vorming, een scholing, kost en inwoning", verdedigt de Belg Christian Beek zich. Hij is directeur van het college sinds 2007, na een carrière in het internationale hotelwezen die startte nadat hij zelf het diploma van Glion behaalde. Hij geeft toe dat al zijn studenten uit gegoede gezinnen komen, op enkele buitenlandse of Zwitserse beursstudenten na. Omdat hij het zelf allemaal meegemaakt heeft, eist hij van zijn studenten niet alleen onberispelijke kledingvoorschriften en behoorlijke academische resultaten, maar ook dat ze vanaf de eerste dag de handen uit de mouwen steken. "Aanvankelijk was dit een hotelschool. Mettertijd werd de opleiding uitgebreid naar alle takken van de hospitality op managementniveau. We staan erop dat onze afgestudeerden niet onmiddellijk hotelmanagers worden, maar dat ze onderaan de ladder beginnen. Het gevaar van een academische vorming is dat de gediplomeerden arrogant kunnen worden. Onze reputatie stoelt op hun werkcapaciteit in het veld." In zoverre dat de school onlangs een postgraduaat heeft ingericht waarmee juristen, economen en andere academici hun ontluikende carrière een nieuwe wending kunnen geven. In de restaurants van het hotel bedienen de studenten van alle niveaus elkaar om beurten onder het toezicht van hun professoren, die hen onophoudelijk herinneren aan de regels van de welvoeglijkheid. Het begint voor de studenten al tijdens de eerste cursusweek. Dan moeten ze op zoek naar hun eerste stageplek, met de opstelling van een cv en al de admi-nistratieve voorbereidingen die daarmee gepaard gaan, ook al worden ze daarbij gesteund door het stagecomité van het instituut. In de tweepersoonskamers waarin ze ondergebracht worden, moeten ze dan zo goed mogelijk een hoffelijke relatie proberen op te bouwen met een kamergenoot die de school hun toewijst. In de school zijn er 85 verschillende nationaliteiten. En tijdens de praktische lessen geven ze zich over aan handenarbeid, in team en onder grote druk. Aan het einde van de rit snoeren de resultaten de concurrentie de mond: 65 % slaagt in het examen en 95 % is op de dag dat het certificaat uitgereikt wordt al aangeworven door een grote internationale hotelketen, een touroperator ergens ter wereld en sinds kort zelfs door grote bankinstellingen. Ze mogen dan de titel bachelor of master dragen dankzij de accreditatie van de Amerikaanse instelling NEASC (New England Association of Schools & Colleges). "De uitdaging voor de Zwitserse privéscholen ligt op het vlak van de erkenning van de diploma's. Omdat ze niet door de overheid erkend worden, zijn ze verplicht om elders een accreditatie te gaan zoeken." En tegelijk ook hun financiële middelen, die ze gaan halen bij de leerlingen zelf. Dezelfde principes gelden ook voor sommige middelbare scholen. Ze liggen verscholen in moeilijk te bereiken of verlaten hoekjes van Zwitserland en bieden een beveiligingsniveau dat de ouders kan overtuigen, of dat nu showbizzsterren zijn, prinsen of gewoon superrijken. Ze gaan er echter vooral prat op dat hun kinderen een solide academische vorming krijgen, bekroond met een Frans of internationaal baccalaureaat, al vormt de Zwitserse kwalificatie maturité steeds vaker een optie. Vanaf de dag dat ze voet zetten in colleges als Le Beau Soleil in Villars of Le Rosey - in Rolles in de lente en de herfst, en in Gstaad in de winter - moeten de kinderen tussen tien en achttien jaar zich onderwerpen aan een ritme en levensvoorwaarden die zeer streng, maar ook sti-mulerend zijn: lessen in kleine groepen van maximaal tien leerlingen, minstens tien uur per week sporten (waaronder in de winter drie hele dagen skiën), verplichte deelname aan artistieke activiteiten met onvermijdelijke optredens op het toneel, evenwichtige maaltijden op gezette tijdstippen in aanwezigheid van de leraars, drie uur begeleide studie, uitstapjes en zelfs expedities tijdens het weekend, taalhulp in de onderwijstalen Frans of Engels, aanleren van een vreemde taal of diepgaande studie van de moedertaal. Om toch enigszins voeling te houden met de realiteit worden de jongeren verplicht om hun maaltijden een week per trimester samen te nemen met het keukenpersoneel en bij die gelegenheid moeten ze de tafel bedienen of de afwas te doen. Tegelijk moeten ze ervoor zorgen dat er in hun slaapplaats perfecte orde heerst. De ontvankelijkheid voor de problemen in de wereld wordt gestimuleerd door het opzetten van humanitaire projecten (weliswaar in een neokolonialistisch kleedje). De kosten worden gedragen door de ouders die, nadat ze een collegegeld van meer dan 50.000 euro per schooljaar betaald hebben, dat er maar al te graag bijnemen. Vooral omdat de teams van leraars, verplegers en begeleiders al hun verantwoordelijkheden overnemen. "Ik mis mijn ouders natuurlijk", zegt een stralend mooie Belgische adolescente die ingeschreven is in Beau Soleil. "Maar zelfs thuis was ik het al lang niet meer gewend om de hele tijd met hen door te brengen." Het resultaat is dan ook goud waard. Als we de mysterieuze statistieken mogen geloven die voorgelegd worden door diezelfde scholen, dan zou het slaagpercentage voor de baccalaureaten 95 procent bedragen. Eens ze een dergelijk etiket opgekleefd krijgen en alom geloofd worden, zijn dergelijke scholen natuurlijk erg gegeerd. Elk jaar zouden ze drie keer meer aanvragen binnenkrijgen dan er beschikbare plaatsen zijn. Waarom promoten ze hun opleiding dan nog, bijvoorbeeld via de nieuwe associatie Swiss Learning? "We willen een zo hoog mogelijk niveau van uitmuntendheid aanhouden", legt de onderdirecteur van Beau Soleil uit. "Door onszelf te verzekeren van de beste elementen." Een onberispelijke ouderlijke solvabiliteit voorleggen, volstaat niet. De kandidaten moeten ook al goede schoolresultaten neergezet hebben of door een toelatingsproef geraken, met name wat de kennis van de onderwijstalen betreft, en ook nog de leden van het selectiecomité kunnen overtuigen tijdens het voorafgaande gesprek. Op geen enkele wijze willen de Zwitserse internaten zich het imago van verbeteringsgestichten aanmeten. Dat van vergulde gevangenissen eventueel wel. Naast die haast onbetaalbare privécolleges komen er in Zwitserland ook steeds meer hogescholen die gratis, of zo goed als, openstaan voor buitenlanders. Twee kenmerken blijven wel gelijk: internationalisme en het streven naar uitmuntendheid. Hetzelfde streven naar uitmuntendheid (en dezelfde financiële voorwaarden) kenmerkt ook de universiteit van Fribourg, waar zowat 18 procent van de studenten uit het buitenland komt. Hier geen opmerkelijk modernistische architectuur: de alma mater heeft haar marmeren trappen en haar ijzig voorkomen bewaard. Ook de faculteiten springen hoegenaamd niet uit de band. De leerstoelen theologie en rechten komen nog altijd op de eerste plaats, maar sinds kort organiseert de universiteit ook economiestudies en zopas werd ook een studiecyclus geneeskunde opgestart, die pas masters oplevert als de werken aan het ziekenhuisgebouw klaar zijn, in 2012. Het bijzondere aan de instelling is haar expertise op het vlak van tweetaligheid, in een Franstalige stad waar de meerderheid van de studenten Duitstalig is. Alle studies kunnen immers zowel in het Frans als het Duits gevolgd worden of in allebei de talen. Daarbij komt ook het Engels voor sommige economische materie. De commission de bilinguisme van de universiteit heeft als opdracht het respect voor elke taal die binnen de universiteit wordt aangewend te garanderen en ook het respect ervoor. Ze doet dat met zoveel kwaliteit dat de confederale overheid op haar een beroep doet voor alle taalkwesties in het land. Misschien zit de rector daar wel voor iets tussen. Hij is een Belg, net als de architect en verscheidene professoren. (T) Carline Taymans