Het jaar 1945 wordt vaak als een cesuur beschouwd. Na de oorlog begon de heropbouw en brak een periode aan van nooit geziene welvaartstoename.
...

Het jaar 1945 wordt vaak als een cesuur beschouwd. Na de oorlog begon de heropbouw en brak een periode aan van nooit geziene welvaartstoename. Het Westen kende inderdaad een ongeziene welvaartsstijging, maar het gros van de wereld bleef instabiel. Tijdens de periode 1950-1972 kende de wereld de Koreaanse oorlog, de Franse oorlogen in Indochina en Algerije, drie oorlogen in het Midden-Oosten, Portugese oorlogen in Afrika, het conflict in Biafra, slachtingen in Indonesië, de culturele revolutie in China en de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Balans: vele tientallen miljoenen doden, in het naoorlogse China alleen al zou het dodental tot 70 miljoen oplopen. Over een aantal van deze conflicten gaat het recentste boek van Michael Burleigh. De twintig jaar na 1945 zijn haast even angstaanjagend als de Tweede Wereldoorlog. De nederlaag van het nazisme werd onmiddellijk gevolgd door een bedreigende opmars van het communisme. Een nieuwe bipolaire wereldorde tekende zich af. Het zwaartepunt van de wereld verschoof richting de Verenigde Staten. In de schoot van deze schijnbaar stabiele tweeledigheid zagen tal van conflicten het licht. Niet zelden waren ze het gevolg van een onhandige aanpak van het Westen, de Europese mogendheden in het bijzonder. Burleighs boek is doorspekt met anekdotes. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Groot-Brittannië een belangrijke schuldenaar van India, voor 40 procent van de totale Britse oorlogsschuld. Aan het einde van het conflict werden 600.000 Japanse burgers en krijgsgevangenen naar sovjetgoelags gedeporteerd. Toen Mao Peking innam, was het dertig jaar geleden dat hij nog in de stad was geweest. Peking was de enige grootstad die hij kende. Dit, samen met het feit dat ze dichter bij Rusland lag, was de reden waarom hij haar tot nieuwe hoofdstad bombardeerde. Herbert Morrison, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, verklaarde in 1951 dat zelfbestuur voor Afrikanen hetzelfde was als een tienjarige een huissleutel, een bankrekening en een pistool te geven. Dit recentste werk van de Britse historicus gaat over zowel het einde van de Europese kolonisering, het Amerikaanse buitenlands beleid in de eerste jaren van de Koude Oorlog, als de gehanteerde technieken tegen deze gevoerde opstanden. Het narratieve, dat stilaan uitgegroeid is tot het handelsmerk van Burleigh, is ook hier weer aanwezig. En precies zoals dat in het verleden al het geval was, wordt hem door vakhistorici een te arbitraire aanpak verweten. Er gaat te weinig aandacht naar het economische verhaal achter de conflicten. Toch doet ditgeen afbreuk aan de lezenswaardigheid van deze nieuwe Burleigh. Michael Burleigh, Small Wars, Far Away Places, MacMillan, 2013, 588 blz., 35 euro MICHAËL VANDAMME