Wereldwijd zijn er jaarlijks 300 miljard euro extra investeringen nodig om aan de groeiende energievraag te voldoen. En dat gedurende twintig jaar." Dat is de conclusie van het jongste rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), The World Energy Investment Outlook. Het zijn duizelingwekkende cijfers. Maar wie de ontwikkelingen in de olie- en de gasindustrie gedurende de jongste jaren heeft gevolgd, weet dat er zwaar weer op komst is. Twee van die experts zijn Steve Sorrell en Richard Miller. Sorrell is docent aan de universiteit van Sussex en medeoprichter van het Sussex Energy Institute. Richard Miller werkte 23 jaar als geoloog bij BP en is nu zelfstandig analist. In The Future of Oil Supply schetsen Miller en Sorrell een weinig rooskleurig beeld over de toekomst van fossiele brandstoffen.
...

Wereldwijd zijn er jaarlijks 300 miljard euro extra investeringen nodig om aan de groeiende energievraag te voldoen. En dat gedurende twintig jaar." Dat is de conclusie van het jongste rapport van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), The World Energy Investment Outlook. Het zijn duizelingwekkende cijfers. Maar wie de ontwikkelingen in de olie- en de gasindustrie gedurende de jongste jaren heeft gevolgd, weet dat er zwaar weer op komst is. Twee van die experts zijn Steve Sorrell en Richard Miller. Sorrell is docent aan de universiteit van Sussex en medeoprichter van het Sussex Energy Institute. Richard Miller werkte 23 jaar als geoloog bij BP en is nu zelfstandig analist. In The Future of Oil Supply schetsen Miller en Sorrell een weinig rooskleurig beeld over de toekomst van fossiele brandstoffen. STEVE SORRELL. "Jaarlijks stijgt de vraag naar olie met 1,4 procent. Tegelijk zien we dat een groot deel van de olievelden achteruitgaat. Dat is een normaal proces. Gemiddeld verliezen we jaarlijks 4 procent van de productie. Dat is bijna 3 miljoen vaten per dag. Als we dat willen compenseren, moeten we meer investeren in nieuwe velden of in alternatieven. Dat eerste wordt steeds moeilijker. De nieuwe velden zijn kleiner, liggen op moeilijk bereikbare plaatsen en zijn duurder om te ontginnen." RICHARD MILLER. "De vraag is of je nog olie kan produceren tegen een prijs die we willen betalen. Wij denken niet dat er genoeg goedkope olie in de grond zit om aan de huidige prijs aan te bieden." MILLER. "Je kan het niet anders zien. Als die extra investeringen er komen, kunnen we misschien nog een paar jaar verder. Maar ik zie dat niet gebeuren. Je mag niet vergeten dat er sinds 2005 al meer dan 1000 miljard dollar (750 miljard euro) is geïnvesteerd in ontginning en toch hebben we sindsdien niet meer ruwe olie bovengehaald. Wel meer gas, schalieolie uit de Verenigde Staten en zeer zware olie uit Venezuela. Maar 80 procent van de olie die we gebruiken is conventionele, ruwe olie." MILLER. "Vroeger kon je met de energie van één vat olie honderd vaten winnen. Nu heb je een opbrengst van vijftien vaten. Maar op een bepaald moment kost het je meer energie dan de energie die je uit de grond haalt. We ontginnen de meeste olievelden maar voor een derde. De rest laten we zitten omdat het sop de kool niet waard is. Ik zou heel voorzichtig zijn om te investeren in een bedrijf dat brandstof voor 250 dollar per vat zou produceren. Daar is geen markt voor." MILLER. "Zeker en vast. Het teerzand uit Canada heeft soelaas gebracht. Maar de ontginning verloopt traag en moeizaam. "De olie uit gesteente -- schalie-olie of tight oil -- heeft de Verenigde Staten wel een duw in de rug gegeven. Maar die velden zijn bijzonder snel uitgeput. Na een jaar ben je al door de helft van zo'n bron heen. Dat betekent dat als je 10.000 bronnen wil laten draaien, je er jaarlijks 2000 moet bijboren om je productie op peil te houden. Dat is ook een van de redenen waarom de schalie-industrie in de Verenigde Staten zwaar in de schulden zit. Bedrijven moeten lenen om bij te boren en een zware hypotheek nemen op de bron die ze gaan aanboren." MILLER. "De studie van Hughes is al de beste die we hebben gezien. We zien dat de nieuwe schalieboringen in de Amerikaanse gasvelden steeds moeilijker lopen. Wij schatten dat het beste erop zit rond 2020." SORRELL. "Olie is een uniek product en moeilijk te vervangen. Het is zeer energetisch en makkelijk te transporteren. De elektrische wagen is ongetwijfeld het vervoermiddel van de toekomst. Maar elektrische schepen, vliegtuigen en vrachtwagens zijn niet haalbaar. Voor biobrandstoffen is er te weinig land en vloeibare brandstof uit steenkool heeft een enorme impact op het milieu." MILLER. "Ik denk niet er een verschil is tussen een energiecrisis en een financiële crisis. Als de olieprijzen stijgen, stijgen alle energieprijzen. 99 procent van wat we doen en maken, is gebaseerd op primaire energie." SORRELL. "In het verleden gingen prijsstijgingen van de olie altijd gepaard met een recessie. Ook tijdens de financiële crisis van 2007-2008 waren de olieprijzen hoog. Er speelden natuurlijk ook andere elementen mee. Maar je kan je dus een scenario voorstellen waarbij het olieaanbod daalt, de prijzen stijgen en de economie in een recessie wegglijdt. Waarna er geleidelijk aan opnieuw groei komt, waardoor de vraag weer stijgt en we opnieuw hoge olieprijzen krijgen. En zo tuimelen we van de ene recessie in de andere." SORRELL. "Dat weet ik niet. De naoorlogse wederopbouw is bijna volledig gebaseerd op goedkope olie en energie. We komen nu in een ander tijdperk. Het begin ervan werd gekenmerkt door een prijsstijging en een recessie. Ik verwacht dat er nog meer komen. De vraag is hoe snel we alternatieven kunnen ontwikkelen voor andere brandstoffen. De vernieuwing van ons vervoer, het elektrische transport, is in ieder geval een werk van lange adem. Je hebt een enorme infrastructuur nodig. "Maar ik ben minder pessimistisch dan Richard. Ik geloof dat hoge prijzen de economie aanmoedigen om te investeren in alternatieve brandstoffen en in energiebesparing. Ik denk ook dat de klappen niet overal even hard aankomen. Sommige goederen hangen meer af van transport dan andere, of zijn gewoon zwaarder, zoals staal. Duurdere olie gaat automobilisten in de VS meer raken dan bij ons, omdat olie hier zwaar belast is. Duurdere olie zal het luchtverkeer ook serieus raken omdat er bijna geen heffing is op kerosine. "De impact varieert tussen sectoren en tussen landen. En de grootte van die impact is afhankelijk van de snelheid waarmee je kan reageren op zo'n prijsstijging. De prijs van vandaag is wat we op dit ogenblik aankunnen. Een prijs van 130 à 140 dollar per vat zou ons nu in recessie duwen. Maar op termijn ligt die limiet wellicht hoger. Er is nog een enorm potentieel om energie te besparen." MILLER. "Olie-importerende landen zullen het gelag zwaarder betalen dan de uitvoerende landen. Als ik dubbel zoveel moet betalen voor mijn benzine, zal ik ongetwijfeld minder rijden. Maar de buschauffeur in Zimbabwe staat gewoon stil. Aan de andere kant, als een arm ontwikkelingsland zijn al kleine industriële basis nog kleiner ziet worden, maakt dat veel verschil uit voor een grote, landelijke bevolking? In het geïndustrialiseerde westen, dat nu al schraapt om een beetje groei te realiseren, zou een vermindering van de energiebevoorrading met 5 procent aanvoelen als een catastrofe." SORRELL. "Daar ben ik niet van overtuigd, want het zijn geen echte investeringen in de toekomst. Wat je daaraan uitgeeft, kan je niet investeren in valabele alternatieven. Je sluit je kapitaal in." MILLER. "Als je de CO2-uitstoot onder de 450 partikels per ton wil houden, kunnen we niet alle gas, steenkool en olie opbranden. De reserves die we niet meer mogen gebruiken om onder die grens te blijven, zorgen voor gestrande investeringen. Wat gebeurt er met die ondergrondse voorraden, als het beleid van de regeringen strenger wordt -- of de wil sterker? Er is enorm veel geïnvesteerd in velden die niet langer aangeboord mogen worden. Mijn buikgevoel zegt dat het om veel meer dan 300 miljard dollar gaat." SORRELL. "Je kan het klimaatengagement van een land meten aan de hand van wat er uit de grond komt. Elk olieproducerend land probeert er het maximum uit te halen. Ook het Verenigd Koninkrijk, met zijn ambitieuze klimaatdoelen, probeert tot het uiterste gaan. Het engagement is dus vrij zwak." MILLER. "Een consumptievermindering wordt de algemene trend. Maar dat hoeft niet per se een verlies van levenskwaliteit te betekenen. Als je bijvoorbeeld een led-lamp kan maken die minder kost en minder verbruikt dan een gloeilamp, dan creëer je meer levenskwaliteit. Maar of onze economie kan overleven met steeds minder winst, dat kan ik echt niet zeggen. Ik weet niet hoe je een economie zou kunnen ontwerpen die duurzaam blijft zonder groei." SORRELL. "Wij zijn structureel afhankelijk van groei. Anders krijg je faillissementen, werkloosheid, schulden en politici die weggestemd worden. Heel ons financieel systeem is afhankelijk van groei. Niemand heeft tot dusver een goed alternatief gevonden. We hebben twee eeuwen groei gekend dankzij de ontwikkeling van steenkool, gas en olie. We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe we daarvan kunnen afstappen. Uiteindelijk zullen we gedwongen worden. Er is die geweldige uitspraak van de Amerikaanse fysicus Albert Bartlett: "De grootste tekortkoming van het menselijk ras is haar onvermogen om de exponentiële functie te begrijpen." Een stijgende lijn kan niet eindeloos blijven stijgen." MILLER. "Wat fossiele brandstoffen betreft hadden we vroeger drie dingen tegelijk: veel, goedkoop en snel. Nu krijgen we maar twee van die drie dingen meer. Drie is onmogelijk." BEN VANHEUKELOM"Vroeger kon je met de energie van één vat olie honderd vaten olie winnen. Nu heb je een opbrengst van vijftien vaten" Richard Miller "Hoge olieprijzen moedigen de economie aan om te investeren in alternatieve brandstoffen en in energiebesparing" Steve Sorrell