De vereenvoudiging van de banenplannen wordt wellicht een van de weinige realisaties van de regering-Leterme I. Minister van Werk Joëlle Milquet (cdH) wil er echt werk van maken en zelfs PS-voorzitter Elio Di Rupo, altijd op zijn qui-vive wanneer er over arbeidsmarktbeleid maatregelen moeten worden genomen, ziet er geen graten in. Maar enkel inzetten op minder banenplannen is onvoldoende om de werkloosheid in Wallonië en Brussel naar beneden te halen en in Vlaanderen een einde te maken aan het grote aantal openstaande vacatures.
...

De vereenvoudiging van de banenplannen wordt wellicht een van de weinige realisaties van de regering-Leterme I. Minister van Werk Joëlle Milquet (cdH) wil er echt werk van maken en zelfs PS-voorzitter Elio Di Rupo, altijd op zijn qui-vive wanneer er over arbeidsmarktbeleid maatregelen moeten worden genomen, ziet er geen graten in. Maar enkel inzetten op minder banenplannen is onvoldoende om de werkloosheid in Wallonië en Brussel naar beneden te halen en in Vlaanderen een einde te maken aan het grote aantal openstaande vacatures. Banenplannen stimuleren de vraag naar arbeid, maar hebben weinig of geen effect aan de aanbodkant. Idem met de lastenverlagingen die een stimulerend effect moeten hebben, maar niet efficiënt genoeg lijken. De sociale lasten op de laagste inkomens zijn zo goed als onbestaande en toch is de werkloosheidsgraad bij de laaggeschoolden (en dus de laagste inkomens) nog altijd het hoogst. Opdat werklozen zich willen en kunnen aanbieden op de arbeidsmarkt en naar jobs worden geloodst, zijn andere maatregelen nodig. Arbeidseconomen pleiten voor een heroriëntering van het activeringsbeleid naar een betere matching. Als iemand in de werkloosheid terechtkomt, moet er zeer snel een link worden gelegd met vacatures en moet het bijna een verplichting worden een job aan te nemen. Vraag is of er in België wel een politieke consensus bestaat om zo'n streng activeringsbeleid te voeren. Een efficiënte trajectbegeleiding van werkzoekenden kan eigenlijk enkel werken wanneer er op zijn minst voor een degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen wordt gekozen met daaraan gekoppeld een intense activering (gesprekken, individuele actieplannen,...). Concreet: er moet een vast budget per werkloze worden vastgelegd waarvan de samenstelling wijzigt indien de werkloosheidsperiode langer duurt. Aan het begin van de werkloosheid mag de uitkering een stuk hoger liggen dan vandaag het geval is. Het budget kan de eerste maanden voor bijna 100 % gebruikt worden als werkloosheidsuitkering. Maar na verloop van tijd moet het aandeel van de werkloosheidsuitkering in het budget afnemen ten voordele van activeringsmaatregelen. Een andere mogelijkheid bestaat erin dat werknemers een deel van hun loon op een individuele werkloosheidsrekening kunnen opzijzetten. Wie werkloos wordt, kan dan een beroep doen op de gespaarde middelen als bonus bovenop de werkloosheidsuitkering. Of hij kan het geld gebruiken voor opleiding. Arbeidsmarktspecialisten Marc De Vos en Joep Konings pleitten vorig jaar al voor zulke maatregelen. Die kunnen werklozen er sneller toe aanzetten een nieuwe job te zoeken, want dan kunnen ze opnieuw sparen voor hun werkloosheidsrekening. Utopie? In 2003 werd in Oostenrijk een systeem ingevoerd dat gelijkenissen vertoont met de individuele werkloosheidsrekening. Het is dus realiseerbaar. Als de politici niet het lef hebben om zulke voorstellen te lanceren, kunnen de sociale partners ze misschien dit najaar op tafel gooien. (T)Door Alain Mouton