De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Een zwarte woordenlijst? Bij uitgevershuis SDU gaven Eric Tiggeler en Mieke Vuijk zo'n boek propvol gebrandmerkte begrippen uit. Opmerkelijk: hun toptien van gebakken lucht of opblaaswoorden leest als een woordenlijst van het betere moderne management. Uiteraard houden ze een passioneel pleidooi om die stigmawoorden te vervangen door duidelijke alternatieven. Maar Tiggeler en Vuijk verraden vlug dat ze taalkundigen zijn, geen managementspecialisten. Daarom overlopen we even de toptien van opblaaswoorden. Dan blijkt al gauw de nood aan een ander pleidooi: die woorden moeten vooral juist gebruikt worden. Op zoek naar loepzuivere managementtaal? Het moet, want sommige woorden worden nog steeds verkeerd begrepen. Even rechtzetten. 1. Implementeren. Tijdens een strategisch conclaaf hebt u een prachtig meerjarenplan ontwikkeld dat iedereen niet te versmaden win-winrelaties (zie punt 3) belooft. U weet echter helemaal niet hoe eraan te beginnen. Die plannen zijn namelijk opgesteld, los van de mensen die de klanten, de medewerkers of de technologische evoluties echt kennen. U kunt dus niet gewoon zeggen: voer deze plannen even uit. Dan zou u zich oeverloos belachelijk maken. U zult terugkoppelen (zie punt 2) naar de mensen die echt weten waarover ze praten en hen empoweren (zie punt 9) om op basis van hun professionalisme uw geniale plannen te implementeren. 2. Terugkoppelen. U hebt de zaken lekker uit de hand laten lopen. Waarschijnlijk door een gebrek aan moed. Kortom, nu wordt het duidelijk dat u er een zootje van gemaakt hebt. Dan kunt u toch moeilijk zeggen: ik ga even kijken hoe het er echt aan toegaat. Ik ga even controleren of ze nu echt doen wat ik gezegd heb dat ze moeten doen. Want misschien hebt u niet gezegd wat er echt van de mensen verwacht wordt. Tijd om terug te koppelen. 3. Win-winsituatie. Diep in u droomt u van een winner takes all. U als winnaar natuurlijk en al de rest verliezer. Dat mag u wel denken of dromen, maar dat mag u niet zeggen. U hebt al eens een verlies-verliessituatie uitgetest, maar u leert snel. Dus klopt u iedereen op de rug, roept fantastisch en huppelt rond met slagzinnen als win-win, volledig in lijn met de missie en daar wordt iedereen beter van. Absoluut te vermijden zijn frasen als: alles heeft zijn prijs; een gratis lunch bestaat niet, wie betaalt hier de rekening?4. Een go geven. Omdat we een fan zijn van empowerment (zie punt 9), stellen we voor een permanente go te geven. Zo zal dat woord wel uit het taalgebruik verdwijnen en uitsluitend gereserveerd worden voor een oosters bordspel. Te vermijden woorden: trek uw plan, ik weet dat ook niet, hoe kan ik dat nu weten?5. Transparant. Hier begrijpen we de Nederlanders echt niet meer. Zij spreken meestal over sheet, soms over dia, soms over slide. Ik spreek steeds over een transparant. Je schrijft op een transparant, je legt een transparantje op. Hoort u ons al zeggen: die boekhouding is echt sheet? Zou dat niet verkeerd kunnen begrepen worden? Zo goed spreken de Nederlanders hun Engels nu ook weer niet uit. 6. Kortsluiten. U hebt eindeloos vergaderd. U durft gewoon geen beslissing te nemen. Iedereen is uw gebrek aan verantwoordelijkheidszin en daadkracht beu. Dus zult u even kortsluiten, u zult snel even beslissen, nadat u voor het eerst sinds maanden echt weet wat er is gebeurd. 7. Proactief. U kunt geen auto sturen door in de achteruitkijkspiegel te kijken. Neen, u bent proactief, blik op oneindig. Wat de anderen niet kunnen, kunt u wel: de toekomst voorspellen. Let op: zelf bent u altijd en overal proactief. Gebruik het woord steeds voor anderen: hier zal een aantal afdelingen meer proactief moeten optreden.8. Monitoren. Sinds u de balanced scorecard hebt ingevoerd, bent u het overzicht kwijt. U verdrinkt in de cijfers. De zaken lopen helemaal niet meer zoals u dat wel zou wensen. Dan zult u het even monitoren. U gaat herhaalde metingen in kaart brengen, liefst in een spinnenweb. Net zoals u koorts vermijdt door een thermometer onder uw arm te steken, zal uw bedrijf weer naar wens functioneren als u het allemaal zult monitoren. 9. Empoweren. U bent en blijft de baas. U wordt niet graag tegengesproken. U bent een zonnegod in het diepst van uw gedachten. Maar dat is niet echt modern meer. Dus u zult uw medewerkers empoweren. U beslist uiteraard nog dat er tennis wordt gespeeld, wanneer en tegen wie. Maar zij mogen vanaf heden zelf beslissen met welke kleur van racket. Het type racket, de prijs, de besnaring, dat blijft u uiteraard zelf beslissen. Indien ze niet met vol enthousiasme uw empowerment rond kleur van het racket aanvaarden, bewijzen ze dat ze nog niet rijp zijn voor empowerment. U zegt dan hoezeer het u spijt dat u dit weer zelf moet beslissen, terwijl u vol onbegrip mompelt: inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht. 10. Benchmarken. Hier delen we de reserves van de auteurs. Gebruik het woord niet te veel. Gebruik het alleen voor uw salaris. Neem als benchmark: gelijkaardige functies in West-Europa, Canada en de Verenigde Staten. Neem als benchmark: hun nettowedde. Gebruik ook woorden als: internationale salarisenquêtes, marktconformiteit. Vermijd: benchmarken van vakantiedagen of van sociale zekerheid. Of benchmarken met Bangladesh. Marc Buelens