Onze tweede bijdrage met betrekking tot de nieuwe vennootschappenwet handelt over de wijzigingen in verband met fusies en overnames, ontbinding en vereffening en bijhuizen.
...

Onze tweede bijdrage met betrekking tot de nieuwe vennootschappenwet handelt over de wijzigingen in verband met fusies en overnames, ontbinding en vereffening en bijhuizen.De wetgeving brengt een aantal belangrijke innovaties in het domein van fusies en overnames. Het betreft hier zowel wijzigingen aan de fusiewetgeving zelf als aan de regeling van een aantal aanverwante operaties.Op het gebied van fusies en splitsingen worden de bepalingen die zijn ingevoerd door de wet van 29 juni 1993, op een drietal punten gewijzigd. Eerst en vooral wordt de toelaatbare opleg in geld (naast de aandelenruil) zowel in het kader van fusies als van splitsingen beperkt tot 10 % (voorheen 20 %) van de nominale waarde of bij gebreke daaraan de fraktiewaarde van de nieuw uitgereikte aandelen. De Belgische wetgever had in 1993 immers gebruik gemaakt van een optie onder de Derde en Zesde EG-Richtlijnen welke hem toestond een opleg in geld van meer dan 10 % toe te staan. Hierbij stelde zich echter een probleem op het vlak van registratierechten aangezien artikel 117 van het Wetboek der Registratierechten de vrijstelling in geval van fusies en splitsingen slechts toestond voor zover de opleg maximaal 10 % bedroeg. Ten einde alle discrepanties in dit verband uit te sluiten werd daarom besloten om de vennootschapsrechtelijke drempel eveneens naar 10 % te reduceren. In de tweede plaats brengt de nieuwe wet eveneens een aantal wijzigingen aan betreffende de formaliteiten voor de overdracht van specifieke activa en passiva bij fusies en splitsingen. Met name zullen nu ook om de overdracht van intellektuele en industriële eigendomsrechten tegenstelbaar aan derden te maken steeds de procedure en de formaliteiten beschreven in de toepasselijke biezondere wetten moeten nageleefd worden. Tenslotte wordt de hoofdelijke gehoudenheid van de verkrijgende vennootschappen in geval van splitsing verder uitgebreid. De nieuwe wet voorziet thans dat alle verkrijgende vennootschappen hoofdelijk gehouden zijn tot de betaling van alle overgedragen zekere en opeisbare schulden van de gesplitste vennootschap die bestonden op de datum van bekendmaking van de splitsingsakte. Deze aansprakelijkheid wordt echter gelimiteerd tot het bedrag van het netto-aktief dat aan elk van de vennootschappen is toegekend in het kader van de splitsing. De nieuwe regeling heeft tot doel splitsingen die aangegaan worden om schuldeisers te benadelen, te vermijden.Naast de fusies en splitsingen sensu stricto wordt een specifieke regeling uitgewerkt voor transakties waarbij een algemeenheid van goederen of een bedrijfstak d.i. een technisch en organizatorisch geheel wordt ingebracht in een andere vennootschap tegen een vergoeding bestaande uit aandelen van de verkrijgende vennootschap. Onder het huidige recht bestaat er geen vennootschapsrechtelijke erkenning van een algemeenheid van goederen of een bedrijfstak. Dit had het onpraktische gevolg dat de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak als geheel niet mogelijk was en dat derhalve een aparte overdracht van iedere komponent, met inachtname van alle specifieke formaliteiten, vereist was. De nieuwe wet impliceert dat de inbreng van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak, verricht conform de procedure uitgewerkt in de vennootschappenwet van rechtswege de overdracht van alle activa en passiva meebrengt, zonder dat nog enige specifieke individuele formaliteiten om die overdracht tegenstelbaar aan derden te maken moeten worden gerespekteerd. De procedure is sterk geïnspireerd op de nieuwe procedures voor fusies en splitsingen, en daarom is het zeer verwonderlijk dat de uitzonderingen die bij fusies en splitsingen gemaakt worden voor de overdracht van onder meer intellektuele en industriële eigendomsrechten hier niet hernomen worden.ONTBINDING EN VEREFFENING.In verband met de ontbinding en vereffening van vennootschappen heeft de wetgever enerzijds de mogelijkheid tot gerechtelijke ontbinding van slapende vennootschappen ingevoerd en anderzijds de procedure voor de vrijwillige ontbinding en vereffening verzwaard.In het kader van de voortdurende strijd van de wetgever tegen "slapende vennootschappen", voorziet de nieuwe wet in een procedure die toelaat over te gaan tot de gedwongen ontbinding van "niet meer aktieve vennootschappen" op verzoek van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie. Of een vennootschap nog aktief is of niet wordt beoordeeld in funktie van één enkel criterium : de neerlegging van de jaarrekening. Indien de vennootschap gedurende drie achtereenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om haar jaarrekening neer te leggen, kan zij ontbonden worden. De vennootschap kan de vordering echter afwenden door nog gedurende de looptijd van de procedure, maar voor de uitspraak over de grond van de zaak, de toestand te regularizeren.Voor een aantal vennootschapstypes (cvba, cva, bvba, nv) wordt de procedure voor de vrijwillige ontbinding en vereffening verzwaard. Naar analogie met de fusie- en splitsingswetgeving omvat de procedure nu eveneens het opmaken van een voorstel tot ontbinding door het bestuursorgaan van de vennootschap. Bij dit verslag moet eveneens een staat van activa en passiva van de vennootschap worden gevoegd welke niet meer dan 3 maanden tevoren is vastgesteld. Over deze staat wordt verslag uitgebracht door de kommissaris-revisor (of een bedrijfsrevisor of accountant). BIJHUIZEN.De juridische formaliteiten die vervuld dienen te worden door bijhuizen van buitenlandse vennootschappen worden nu ook gedetailleerd geregeld in de wet. De vereisten komen grotendeels overeen met de bestaande praktijk, met dit verschil dat nu reeds vóór de opening financiële informatie met betrekking tot de buitenlandse vennootschap dient gepubliceerd te worden. De verplichting om jaarlijks de jaarrekening en gekonsolideerde jaarrekening van de buitenlandse vennootschap openbaar te maken in de vorm waarin ze zijn opgesteld, gekontroleerd en openbaar gemaakt in het buitenland en in de taal van het rechtsgebied van de zetel van het bijhuis, zal voor de meeste bijhuizen bijkomende vertaalkosten tot gevolg hebben. Dit zal waarschijnlijk een negatieve invloed hebben op de groeiende populariteit van bijhuizen.JEAN-PAUL TIMMERMANSERWIN DESTUYVERWILFRIED VAN LISHOUTJean-Paul Timmermans, Erwin Destuyver en Wilfried Van Lishout zijn juridische advizeurs bij Price Waterhouse.