Een piratenkaart. Daar leek de folder die het HISK eind april uitdeelde op Art Brussels nog het meest op. Hij was een doorslagje van de officiële plattegrond van de hedendaagsekunstbeurs, met de stands van de binnen- en buitenlandse topgaleries. Daar stonden kriskras de namen bijgeschreven van de 51 laureaten van het instituut die bij die galeries onderdak hebben gevonden. De Gentse kunstopleiding heeft een neus voor talent, daar viel moeilijk naast te kijken.
...

Een piratenkaart. Daar leek de folder die het HISK eind april uitdeelde op Art Brussels nog het meest op. Hij was een doorslagje van de officiële plattegrond van de hedendaagsekunstbeurs, met de stands van de binnen- en buitenlandse topgaleries. Daar stonden kriskras de namen bijgeschreven van de 51 laureaten van het instituut die bij die galeries onderdak hebben gevonden. De Gentse kunstopleiding heeft een neus voor talent, daar viel moeilijk naast te kijken. Het HISK -- voluit het Hoger Instituut voor Schone Kunsten -- organiseert postacademisch onderwijs in beeldende en audiovisuele kunst. Eerst was het gevestigd in het voormalige Militair Hospitaal in Antwerpen. Sinds 2007 is het ondergebracht in een deel van de Leopoldskazerne in Gent, op een boogscheut van het S.M.A.K. Het instituut biedt 26 jonge, talentvolle kunstenaars uit binnen- en buitenland gedurende twee jaar een eigen atelier en individuele begeleiding aan. Maar het wil vooral een veilige haven zijn, waar kunstenaars in alle rust hun werk kunnen ontwikkelen. "Het is heel lastig te overleven als jong, zelfstandig kunstenaar", zegt schrijver Oscar van den Boogaard, die artistiek directeur van het HISK is. "Bij ons zijn de kunstenaars twee jaar beschermd, kunnen ze interessante mensen ontmoeten en krijgen ze een atelier. En ze vinden elkaar. Voordat ze naar het instituut kwamen, was de druk maximaal, en als ze naar buiten komen, is de druk ook maximaal. Het is een fantastisch cadeau dat ze hier zonder die druk onderzoek kunnen doen. In de periode dat ze bij het HISK zijn, kunnen ze niet uit de boot vallen." "Uit de jonge kunstenaars die zich aanmelden, selecteren we mensen die volgens ons een potentieel in zich hebben, maar dat zelfstandig niet kunnen verwezenlijken. De jury moet het gevoel hebben dat waar ze mee bezig zijn exceptioneel is, en dat het tegelijk niet af is. Wij proberen hen dicht bij die kern te brengen, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de kunstenaars. We reiken dingen aan, zij beslissen of ze er iets mee doen. We willen hen niet bevaderen." "De lat om toegelaten te worden, ligt heel hoog, maar we zorgen er wel voor dat de groep heel verschillend is. We staan zowel open voor conceptuele kunst, installaties of videokunst als voor schilderkunst of klassieke beeldhouwkunst. Er bestaat geen HISK-school met een bepaald soort kunstenaars. Die veelzijdigheid is belangrijk, want al die disciplines kunnen van elkaar leren en elkaar beïnvloeden. Geregeld komen mensen het HISK met een bepaalde discipline binnen en gaan ze er met een andere buiten." Vaste docenten heeft het HISK niet. Het instituut nodigt internationale gastdocenten uit -- curators, museumdirecteurs, kunstenaars, theoretici of critici -- die de kunstenaars bezoeken in hun atelier en met hen een dialoog aangaan over hun werk. "Als jong kunstenaar is het heel moeilijk mensen naar je studio te vragen. Dat doen wij voor hen", zegt Van den Boogaard. "Ze kunnen die feedback goed gebruiken. En terwijl ze die mensen ontmoeten, kunnen ze een netwerk opbouwen. Ze worden opgepikt door curatoren en galeriehouders, ze kunnen het contact voortzetten." Rinus Van de Velde, die onlangs werk tentoonstelde op de Biënnale van Venetië, kwam in 2009 op het HISK. Hij keek vooral uit naar de contacten met de gastdocenten. "Op de academie heb je een handvol leraars", vertelt hij. "Na een tijd weet je wel wat ze van je werk vinden. Je gelooft dat wat zij zeggen de waarheid is. In het HISK krijg je elke maand vier andere docenten. Opeens merk je dat een oordeel subjectief is. De ene keer krijg je een gigantische boost omdat iemand je werk geweldig vindt. Enkele uren later hoor je van een ander dat het verschrikkelijk is wat je doet, en sla je weer aan het twijfelen." "Die ontmoetingen waren confronterend. Ik was altijd enorm zenuwachtig als ze langskwamen. Elke keer krijg je een vreemde in je atelier aan wie je in een uur moet uitleggen waar je mee bezig bent. De eerste keren gaat dat heel moeizaam. Gaandeweg leer je te praten over je werk. Je gaat je verhaal structureren en de bijzaken van de hoofdzaken onderscheiden. Zo krijg je zelf ook een helderder beeld van waar je werk over gaat. Dat leer je alleen maar als je ertoe wordt gedwongen. Met vrienden bijvoorbeeld praat je anders over je werk." "Maar je mag niet denken dat die gastdocenten alleen een mening over je werk komen verkondigen. Ze helpen je ook, ze zetten je op het spoor van dingen die je kunnen interesseren." "Achter het HISK zit een heel slim idee", zegt theatermaker en beeldend kunstenaar Kris Verdonck, die van 2001 tot 2003 aan het HISK verbleef -- toen het traject nog drie jaar duurde. "Je krijgt daar de kans met een Jan Hoet of een Luc Tuymans een uur lang over je werk te praten. Zulke mensen kun je niet ontmoeten als je als jong kunstenaar op je zolderkamertje zit te schilderen. Maar die gastdocenten hebben weinig macht. Ze maken een verslag, maar ze mogen geen punten geven. Daardoor kunnen ze hun oordeel vrijer uitspreken. Ze hoeven niet zacht om te gaan met de studenten, en ze mogen hen ongegeneerd de hemel in prijzen. In het normale onderwijs zak je als je docent je werk afkraakt. In het HISK kan dat niet. Je moet je er maar overheen zetten. Zo werkt het nu eenmaal in die kunstwereld. Zo hard is het." Zo'n benadering vergt een grote maturiteit van een jonge kunstenaar. Het overgrote deel van de HISK'ers heeft dan ook enkele jaren zelfstandig gewerkt. Kris Verdonck was 26 toen hij tot het instituut werd toegelaten, Rinus Van de Velde 25. Heel wat kunstenaars zijn al in de dertig als ze op het instituut komen. "Als je meteen na de academie naar het HISK zou gaan, zie je het wellicht nog te veel als een school", zegt Van de Velde. "Terwijl het een plek is waar je een open dialoog aangaat met mensen. Je mag die gastdocenten niet zien als je leraars." "Het HISK was voor mij een noodzakelijke tussenstap. Na de academie had ik even tijd nodig om op eigen benen voort te werken. Daarna kwam ik weer op een punt dat ik behoefte had aan een klankbord. Bovendien miste ik sociaal contact. Op school werk je de hele tijd met anderen samen. Na je opleiding zit je thuis opeens alleen in je atelier. Het wordt vaak onderschat hoe hard het voor een kunstenaar is elke dag alleen met zijn werk bezig te zijn. In het HISK vond ik dat groepsgevoel terug. Maar je hebt er wel een afgesloten studio. Als je de deur dichtdoet, laat iedereen je met rust. Voor mij was het een ideale overgang naar mijn praktijk nu, waar ik weer alleen werk." Door de ontmoetingen met de internationale gastdocenten kunnen de kunstenaars een netwerk ontwikkelen. Maar het is verkeerd alleen maar naar het HISK te komen om nuttige contacten te leggen, vindt Rinus Van de Velde. "Het HISK is geen menukaart met kunstenaars, waaruit galeries een keuze komen maken. Zo'n samenwerking groeit trager. De galeries waarmee ik werk, volgden me al voordat ik in het HISK was. Natuurlijk sta je daar in de spotlights. Maar dat betekent niet dat er van alles uit voortkomt." "Je hoort weleens beweren dat netwerken de essentie van het HISK is", zegt Kris Verdonck. "Maar dat heeft een keerzijde. Als geen enkele curator of galeriehouder je na die twee jaar heeft opgepikt, heb je een probleem. Je hebt dan een doorsnede van het artistieke landschap zien passeren. Dat weet je dat het lastig wordt iemand voor je werk te interesseren." "Ik heb theaterregie gestudeerd. Voordat ik op het HISK kwam, werkte ik als theaterregisseur en had ik enkele installaties gemaakt. In het instituut kon ik de tijd nemen om de fundamenten te leggen van mijn werk als beeldend kunstenaar. Vooral dat vond ik belangrijk. Ik kan me geen school indenken die efficiënter voor mij zou zijn. Na die drie jaar heeft Frie Leysen, de directeur van het Kunstenfestivaldesarts, me toch weer de theaterwereld ingesleurd. Maar ik heb ook in musea tentoongesteld. Door het HISK." Van de 26 kunstenaars die dit jaar een atelier hebben in het HISK, zijn er 18 buitenlanders - niet alleen Europeanen, maar ook een Amerikaanse, een Koreaanse, een Colombiaanse en een Braziliaan. Die buitenlanders zijn nodig, vindt Kris Verdonck. "Als Vlamingen alleen naar zichzelf zouden kijken, heeft het HISK geen kans. Dat zou alleen maar tot armoe leiden. Iemand uit Azië of Zuid-Amerika heeft een heel andere kijk op kunst. Zulke mensen verrijken zo'n instituut." "België heeft een belangrijke plaats in de internationale kunstwereld", stelt Oscar van den Boogaard. "Het HISK is daar niet de oorzaak van, maar het past er wel in. Er bestaat hier een uitzonderlijke traditie van particuliere collecties. Belgische verzamelaars gaan op een heel persoonlijke en natuurlijke manier om met hedendaagse kunst, en ze hebben een sterke band met wat zich afspeelt in het buitenland. Ook Belgische kunstenaars staan bekend om hun sterke, individuele persoonlijkheid. Toen ik nog galeriehouder was, wist ik dat buitenlandse kunsthandelaars zich spoedden naar Brussel, omdat ze op zoek waren naar iets interessants." Is Gent dan wel een ideale locatie voor het HISK? Brussel en Antwerpen hebben toch een grotere internationale uitstraling? Volgens Van den Boogaard doet dat niet ter zake. "Kunstenaars zijn heel mobiel. Als ze België leren kennen, vinden ze vaak dat het land één grote stad is. Ik had laatst een Amerikaan te logeren in mijn appartement in Brussel. We maakten een uitstap naar Knokke. 'Ik wist niet dat Brussel aan zee lag', zei hij. Zo bekeken is het onzin om Gent, Antwerpen en Brussel tegenover elkaar te stellen." Een overzicht van de 230 HISK-kunstenaars verscheen in The Institute, Lannoo, 594 blz., 65 euro.WIM VER ELST, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Als jong kunstenaar is het heel moeilijk mensen naar je studio te vragen. Dat doet het HISK voor hen" "Het HISK is geen menukaart met kunstenaars, waaruit galeries een keuze komen maken" "In het normale onderwijs zak je als je docent je werk afkraakt. In het HISK kan dat niet"