De voorbije zes maanden hebben de reputatie van China's economische managers flink gedeukt. Hun pogingen om de lastige beurzen weer in het gareel te krijgen, grenzen aan gooi-en-smijtwerk. Daarentegen was de onhandige manier waarmee omgegaan werd met de wisselkoers helemaal niet om te lachen. Onverwachte schommelingen van de waarde van de Chinese munt verstoorden de wereldmarkt. Geen enkel wisselkoersbeleid biedt evenwel een zekere en veilige weg vooruit.
...

De voorbije zes maanden hebben de reputatie van China's economische managers flink gedeukt. Hun pogingen om de lastige beurzen weer in het gareel te krijgen, grenzen aan gooi-en-smijtwerk. Daarentegen was de onhandige manier waarmee omgegaan werd met de wisselkoers helemaal niet om te lachen. Onverwachte schommelingen van de waarde van de Chinese munt verstoorden de wereldmarkt. Geen enkel wisselkoersbeleid biedt evenwel een zekere en veilige weg vooruit. Sommigen vergelijken de kritieke toestand van China met de Aziatische financiële crisis van het einde van de jaren negentig. Toen werden snelgroeiende landen als Indonesië, Zuid-Korea en Thailand geconfronteerd met een kapitaalvlucht omdat de investeerders veranderden van stieren in beren. Omdat hun deviezenreserves wegsmolten, werden regeringen gedwongen de muntkoppelingen op te geven. Massale ontwaarding leidde tot een financiële ravage naarmate de activaprijzen instortten en de enorme schuldenlast van die landen omhoogschoot in dollartermen. Er volgde een pijnlijke recessie. De lessen van de Aziatische crisis vielen bij de Chinese leiders niet in dovemansoren. Tijdens de boomperiode van de jaren 2000 hield China de teugels van de kapitaalcontrole strak gespannen. Directe buitenlandse investeringen werden toegelaten, hot money werd geschuwd. De People's Bank of China (PBOC) greep zwaar in op de deviezenmarkt om de yuan goedkoop te houden. Daarbij bouwde ze reserves op van 4 biljoen dollar. Waar de crisislanden van de jaren negentig aanhoudend handelstekorten boekten, hield China een overschot aan op zijn lopende rekening. Ondanks die voorbehoedsmiddelen beleeft China nu toch een financiële crunch. Door kapitaalvlucht en dalende activawaarden liggen de reserves nu bijna 700 miljard dollar lager dan hun piekniveau. Geld dat per se weg wou, sijpelde al langer weg uit de Chinese omklemming. Tekens van een groter lek verschenen in de tweede helft van 2015. Alleen al in december daalden de reserves met meer dan 100 miljard dollar. Kapitaal vloeide tijdens die tweede helft van 2015 naar het buitenland in een tempo van 1 biljoen dollar op jaarbasis. In het derde kwartaal stegen de uitgaande buitenlandse investeringen van China van 29 miljard tot 32 miljard dollar, terwijl de inkomende investeringen daalden van 71 miljard tot 39 miljard dollar. Met 7 miljard dollar stond de nettotoevoer van inkomende investeringen op zijn laagste peil sinds 2000. Een campagne tegen corruptie, de groeivertraging en de stijgende Amerikaanse intresten dragen elk een deel van de schuld. Zodra ze begonnen is, kan kapitaalvlucht moeilijk onder controle gehouden worden. Chinese burgers kunnen elk jaar maximaal 50.000 dollar naar het buitenland versassen. Als slechts 5 procent van de bevolking gebruik maakt van dat quotum, gaan de Chinese reserves in rook op. De autoriteiten proberen dat te allen prijze te vermijden, maar een pijnloze manier om dat doen is er niet. Vele economen denken dat China de yuan zal laten zakken. De munt is tenslotte sinds 2012 met 20 procent in waarde gestegen tegenover een brede waaier van valuta, dankzij een loontoename en een koppeling aan de stijgende dollar. Een wegzakkende yuan vormt echter een bedreiging. Ruwweg 1 biljoen dollar van de geaccumuleerde schuld van China is uitgedrukt in dollar. Dat is klein bier vergeleken bij de totale Chinese schuld van 28 biljoen dollar, maar de Chinese ondernemingen zitten zo zwaar in de schulden dat ook maar een kleine stijging van de kosten om in dollar uitgedrukte kredieten af te betalen sommige bedrijven kan verplichten activa te verkopen of failliet te gaan. Dat zou de kapitaalvlucht nog meer aanzwengelen en de waarde van de yuan nog meer drukken. De economie kan slechts een bescheiden toename van de export verwachten. Omdat een groot deel van het materiaal dat in de Chinese exportproducten belandt ingevoerd is, brengt een devaluatie de export niet veel soelaas. Ze drukt ook op de koopkracht van de Chinese consumenten en vertraagt de omschakeling van de economie van investeringen naar consumptie. Ze ergert ook de Verenigde Staten en moedigt elders vergelijkbare devaluaties aan. China kan ook de waarde van de yuan stabiel houden. De grote ontwaardingen van de jaren negentig gebeurden uit noodzaak, eerder dan uit vrije keuze. Investeerders die bijvoorbeeld Thailand ontvluchtten, wisselden bij het buitengaan hun bahts om in dollars. Toen de overheid bijna zonder greenbacks kwam te zitten, had ze geen andere keuze dan de investeerders terug te betalen met een heleboel dollars per baht minder. Maar China heeft nog 3,3 biljoen dollar harde valuta in reserve. Stabiliteit brengt evenwel problemen mee. Als China de depreciatie afweert en de kapitaalvlucht houdt aan, dan kan de uitholling van de reserves het harnas van onkwetsbaarheid van de PBOC doorboren en nog grotere kapitaallekken veroorzaken. Vasthouden aan een sterke yuan kan ook het monetaire beleid van China inperken. Een daling van de intresten knaagt doorgaans aan de waarde van een munt. Elke poging om in die omstandigheden de waarde te handhaven, versnelt de uitputting van de reserves. Waarom geen strengere kapitaalcontroles? In 1998 legde Maleisië vluchtende investeerders controles op en presteerde het beter dan andere door crisis getroffen economieën. De Chinese regering probeert de kapitaalvlucht op zijn minst te vertragen. Zo beliste Peking dat banken die in yuan handelen buiten China ook reserves moeten aanhouden voor de yuans op hun balans. Volgens het persagentschap Bloomberg moeten banken in Hongkong daardoor alleen al 151 biljoen yuan opzijzetten. Terugkomen op geplande hervormingen zou echter de Chinese leiders, die lang en hard gezwoegd hebben om de internationale status van de yuan te verhogen, enorm in verlegenheid brengen. Het zou ook buitenlandse investeerders afschrikken en kan op korte termijn het deviezenplaatje en op lange termijn de groeivooruitzichten verslechteren. De overvloedige reserves, de kapitaalcontroles, het handelsoverschot en de vastberaden regering zorgen ervoor dat China nog ver verwijderd is van een volslagen crisis. Die kapitaalvlucht is niet zo zorgwekkend als ze lijkt: de aankoop van buitenlandse effecten door Chinese ondernemingen heeft misschien de schijn van een stormloop naar de uitgang, maar hij kan ook dienen om firma's met schulden in buitenlandse valuta af te schermen tegen waardeverlies. In China en elders zijn er evenwel goede redenen om zenuwachtig te zijn. Alle landen die in 1998 getroffen werden door de Aziatische crisis vertegenwoordigden samen een veel kleiner deel van de wereldwijde output dan China nu. En China lijkt de belangrijkste les uit die crisis nog niet verwerkt te hebben: vertrouwen is van belang. The EconomistSommigen vergelijken de kritieke toestand in China met de Aziatische crisis aan het einde van de jaren negentig.