In tijden van recessie hoor je het wel eens: er zijn nog maar twee markten waar je kan scoren. Het laagste en het hoogste segment. In de middenmoot valt niets meer te rapen.
...

In tijden van recessie hoor je het wel eens: er zijn nog maar twee markten waar je kan scoren. Het laagste en het hoogste segment. In de middenmoot valt niets meer te rapen. Je zou het zowaar geloven, als je gaat peilen naar de tevredenheid van de Belgische importeurs over het recente Autosalon. Rondvraag leert inderdaad: zowel de kleine, goedkope auto's als de dikke machines hebben goed verkocht. In de middenmoot was het wat slapjes. Zo'n nieuw model dat het op het Brussels Autosalon niet onaardig deed, was de Audi Q7. Een dikke machine, ja. Peperduur met een instapprijs van 49.500 euro. High end, zou je ook kunnen zeggen. Benoit Lekeu, pr-manager van het merk in België, spint van genot: "Eind februari hadden we al zevenhonderd voorbestellingen binnen." Met voorbestellingen bedoelt de man: bestelbonnetjes die ondertekend zijn door mensen die nog niet eens met de auto hebben gereden. De meesten hebben hem zelfs niet eens in het echt gezien. Sterk nummertje is dat, voor een nieuw model. En het is geen Belgisch fenomeen. In Europa waren er 14.000 voorbestellingen, wereldwijd zo'n 30.000. Ter vergelijking: Audi verkocht in 2005 wereldwijd 829.000 auto's. Want Audi groeit als merk meer dan ooit sinds het resoluut heeft gekozen voor high end. De kleine A2 is uit de cataloog geschrapt, "en ieder product dat we afleveren, moet getuigen van hoge kwaliteit," zegt Frank Van Meel, Nederlander en technisch projectleider van de nieuwe Q7. Want zo wil de klant het. "We klimmen voortdurend in de marktsegmenten, en ons publiek blijft volgen. Tegen 2008, uiterlijk 2009, wil Audi over de kaap van 1 miljoen auto's." En dat lukt zeker als de linie wordt doorgetrokken: in vergelijking met 2004 groeide Audi vorig jaar met 6,4 procent. En België wordt helemaal Audigek: hier groeide de verkoop vorig jaar met maar liefst 13,1 procent. De Q7 zal in ieder geval geen domper op die vreugde zetten. Niet het minst omdat de marketeers van Audi de voorbestellingen al eens goed onder de loep hebben genomen. "Heel weinig bestaande Audiklanten," meldt Frank Van Meel. "We gaan met deze auto vooral vissen in de vijvertjes van BMW en Mercedes." Eigenlijk is dat niet abnormaal. De Q7 is de eerste SUV in het gamma van Audi, en hij komt op een moment dat bij de concurrentie al iedereen zo'n wagen in de toonzaal heeft. Anders gesteld: Audi heeft de markt jarenlang kunnen bekijken. Peilen naar de tekortkomingen van het product 'SUV' of 'terreinwagen'. Peilen ook, naar wat het publiek echt van zo'n auto verlangt. En nu was de tijd rijp om toe te slaan, met een model dat af is. Zowel wat rijgedrag betreft, als op het gebied van comfort, afwerking en kwaliteit. Meevaller voor de Duitse constructeur: ondertussen is de internationale markt voor Sports Utility Vehicles in het hoogste segment serieus gegroeid. Van 50.000 in 2000, 160.000 in 2004 tot meer dan 200.000 in 2005, wereldwijd. Audi heeft dan ook lang op dit model zitten broeden. Eigenlijk bestaat de Q7 al sinds januari 2003, toen hij op het autosalon van Detroit werd voorgesteld als conceptwagen, de zogenaamde Audi Pikes Peak. Technisch projectleider Frank Van Meel: "Dat was inderdaad het eerste proefballonnetje dat we oplieten. Het Amerikaanse publiek was laaiend enthousiast over de Pikes Peak, en dat is meteen de bestaansreden van deze Q7."Uiteraard werden die enthousiaste Amerikanen ook bestookt met vragen. Bleek dat ze graag drie stoelenrijen wilden, een glazen dak, veel elektronisch comfort en een basisprijs van om en bij de 50.000 à 55.000 dollar. Beenruimte en functionaliteit. Voor het interieur zijn niet minder dan 28 configuraties (aantal stoelen, neergeklapt of niet enzovoort) mogelijk. En de Q7 zit volgestouwd met elektronica. Van cruisecontrol die de snelheid aanpast aan het verkeer (tussen nul en tweehonderd per uur!) tot rembijstand. Maar ook, heel handig bij voorbijsteken: een radar die via een lichtje in de buitenspiegels meldt of er een auto links- of rechtsachter nadert. Natuurlijk allemaal opties die de basisprijs serieus kunnen aandikken, maar dat hoort blijkbaar zo in high end. Ondertussen draait de marketingmachine rond de Audi Q7 volop. Schattig toch weer, hoe ze deze nieuwkomer nu willen profileren. Frank Van Meel heeft zijn briefing van de marketingjongens goed ingestudeerd: "De Q7 is eigenlijk de derde generatie SUV of terreinwagen. Eerst had je de echte terreinwagens, gebouwd om offroad mee te gaan." Zoals de eerste Range Rover dus, maar uiteraard spreekt Frank Van Meel liever geen namen van concurrenten uit. Hij vervolgt: "Dan kwam de 4x4 die op de eerste plaats comfortabel en luxueus wilde zijn." Zoals de ML van Mercedes of de X5 van BMW, vullen we aan. "Wel, de Q7 is een combinatie van beide. Geschikt om het echte bos mee in te trekken, door modder en het zwaarste akkerland, maar tegelijk ook comfortabel, sportief, dynamisch en veelzijdig."De derde generatie? Nonsens, natuurlijk. Even de persmap van de Audi Pikes Peak bovengehaald, opgesteld in januari 2003, en we lezen: "Audi stelt tijdens het autosalon 2003 van Detroit de Pikes Peak quattro voor, een sportieve conceptcar bestemd voor de weg en voor licht offroadgebruik." Licht offroadgebruik is nu geschikt voor het echte offroadwerk geworden. Leuk. Of hoe marketeers zich suf peinzen om het kind een naam te geven en zo hun nieuwe modellen in almaar verder versnipperende segmenten te parkeren. De Q7 is inderdaad gewoon een SUV van de tweede generatie, maar dan langer, ruimer en opvallender dan de modellen van de concurrentie. Dat doet trouwens niets af van de essentie: Audi zet met deze Q7 een imposante, eigentijdse en van hoge kwaliteit getuigende auto neer. Tenminste: voor wie kan shoppen in de prijsklasse van 50.000 tot 67.000 euro. Zonder opties. Jo Bossuyt