Wederopbouw.
...

Wederopbouw.New Vuylsteke ontstond op het puin, op de puinhoop vooral ook, van de firma nv Metaalbouw Vuylsteke. Deze kmo werd op maandag 6 juni 1994 door de Kortrijkse rechtbank van Koophandel failliet verklaard. In de daaropvolgende weken groeide er een bitter en mediageniek sociaal conflict tussen de toenmalige eigenaars (de familie Schabes, die in 1991 het bedrijf kocht) en de werknemers. De breuklijn was totaal. De werknemers hadden geen goed woord over voor het beleid. De gebroeders Natan en David Schabes zouden het faillissement alleen maar hebben bespoedigd door verhuizing en versluizing van gelden, materiaal én knowhow vanuit Meulebeke naar de Waalse zusterbedrijven Acibra en Acina. Aan werknemerszijde werden woorden als fraude en wanbeheer gretig in de mond genomen. Op 7 juni 1994, één dag na het uitspreken van het faillissement en het onder curatele plaatsen van het bedrijf, werden de gebroeders Schabes in Meulebeke door tientallen rijkswachters in gevechtsuniform bevrijd uit hun netelige positie binnen de kantoren. Het juridisch onderzoek in deze zaak is intussen nog altijd lopend. De werknemers van Vuylsteke hopen dat dit onderzoek en het aansluitend proces het ultieme bewijs brengen van hun grote gelijk. De Schabes- brothers zouden inmiddels het land hebben verlaten en in andere uithoeken van de wereld (Ukraïne ? Israël ?) opnieuw aan de slag zijn. Op 27 juli 1994 werden de onderhandelingen tussen curator Bruno Van Dorpe, de Generale Bank en een groep kandidaat-overnemers rond Luk Haelterman positief afgerond. Het in 1946 als smidsebedrijf opgerichte Remi Vuylsteke werd herdoopt in New Vuylsteke. Vier Vlaamse privé-financiers plaatsten hun handtekening : de Oost-Vlaamse handelsingenieur Luk Haelterman (ex-Lamitref, ex-Arthur Andersen), de Roeselaarse zakenman Mik Deraeve (zaakvoerder van onder meer Midera, een specialist in de aanmaak van veiligheidskledij), zijn vader Robert Deraeve en Bruggeling Jo Rogiest (een gewezen topkader van de Generale Bank). Ze tekenden, elk voor 25 procent, in het startkapitaal van 60 miljoen frank en garandeerden bij de wederopstart prompt ook 100 werkplaatsen (320 voor het faillissement), wat twee doorslaggevende argumenten bleken te zijn.